Ik heb geen sportschool meer nodig

In Londen lijken meer mensen naar hun werk te rennen Ze verkiezen de buitenlucht boven de muffe underground Is dat niet vies, bezweet op je werk? „Je kunt veel met vochtige doekjes”

Correspondent Verenigd Koninkrijk

In de stilte van de ochtend hoor je ze al van verre aankomen. Regelmatige voetstappen op het asfalt, gepaard met diepe ademhaling. Weer of geen weer. Rugzakje op, goede schoenen, lichtgevend hesje.

Nee, geen gewone joggers. Dit zijn renforenzen. Londenaren die dagelijks, of in elk geval een paar keer per week, naar hun werk rennen, soms ook terug. Cijfers bestaan er niet – maar net als het legioen fietsers dat oprukt in de Britse hoofdstad, valt ook op dat er ’s ochtends steeds meer hardlopers zijn.

Ze verkiezen de buitenlucht boven de bedomptheid van de underground, hun eigen snelheid boven die van de bus of taxi.

Zoals Andrew McDonald, een veertigjarige vastgoedconsultant. Hij tweet onder de naam AndrewRunsToWork en houdt het blog RunningtoWork bij. Bijna iedere ochtend rent hij van Clapham Station naar zijn werk in West End, zo’n tien kilometer. „Ik schakel een heleboel negatieven in één keer uit”, zegt hij. „Ik hoef de underground niet te nemen, dat scheelt geld, en ’s avonds hoef ik niet meer naar de sportschool. Hardlopen is heel logisch.”

Hij begon vier jaar geleden. Inmiddels ligt zijn „halve klerenkast” op kantoor. Want dat merken vrijwel alle renforenzen op: er is één nadeel om op deze manier naar je werk gaan, je moet – tenzij de baas er een heel relaxed kledingvoorschrift op nahoudt – iets verzinnen om je kleren mee te nemen. McDonalds rugzak bevat „de noodzakelijkheden”, zoals een schoon overhemd en zijn iPad.

Zonder douche op werk kan het ook

De Nederlander Ibrahim Goesjenov bijvoorbeeld heeft op kantoor een locker. „Op een dag dat ik niet hardloop, neem ik een schoon pak mee”, vertelt de 25-jarige consultant, die iedere dag vanuit Hackney naar de City rent, en weer terug. Hij loopt het in een half uur, via zoveel mogelijk parken en rustige wegen. En eenmaal op kantoor kan hij zich daar omkleden, en – ook belangrijk – er is een douche.

Maar zelfs als er géén douche is, kun je hardlopen, meent Simon Freeman. Hij rent iedere dag zeker een uur. Dat klinkt lang – maar de reistijd in Londen is gemiddeld 56 minuten voor 15 mijl, zo bleek uit een onderzoek dat uitzendbureau Randstad in mei hield. „Bedenk eens hoe bezweet metroreizigers op een warme dag zijn na een uur in de underground. Persoonlijk vind ik niet dat hardlopers vies ruiken. En je kunt veel met vochtige doekjes en deodorant.”

Freeman begon in 2004 met hardlopen om fit te worden. En hoewel hij inmiddels vanuit huis werkt en hij dus ’s ochtends een ‘gewoon rondje’ rent, is het „een persoonlijke missie” geworden om anderen aan het rennen te krijgen. Hij ontwierp, in opdracht van Ashmei, een bedrijf voor speciale hardloopkleding, de website RunCommute, met tips en trucs voor renforenzen. „Ik zie steeds meer hardlopers”, zegt hij enthousiast. Al geeft hij toe dat dat ook perceptie kan zijn: „Net als je, wanneer je een rode auto koopt, je opeens overal rode auto’s ziet.”

Volgens Freeman is „alles overkomelijk” als je wilt hardlopen. Een laptop kun je natuurlijk op kantoor laten, zegt hij. „Want moet je echt nog ’s avonds werken? Of kun je misschien bepaalde documenten op een usb-stick meenemen? Of investeer in een lichte laptop met een schokbestendige harddrive, of een iPad.”

Hij wuift de bezwaren weg dat zo het forenzen wel duur wordt: „Ik schat dat in Londen de meeste forenzen zo’n 8 pond per week kwijt zijn aan de underground. Tel daarbij je abonnement van de sportschool op. Die laptop heb je er zo uit.”

Freeman onderschat de reiskosten zelfs: die zijn voor Londenaren gemiddeld 3.800 pond per jaar (4.446 euro), een bedrag dat de afgelopen vier jaar met 26 procent steeg.

Ook voorwendselen dat de reis naar het werk te lang is, noemt hij „een slap excuus”. „Het belangrijkste is dat je loopt. Als je een deel van je route aflegt met het openbaar vervoer, en maar 20 mijl per week rent, is dat meer dan de overheid voorschrijft aan lichaamsbeweging.”

Tijd besparen

Dat vindt ook McDonald. Hij woonde eerst in het oosten van Londen, maar verhuisde naar Surrey, ten zuiden van Londen. En moet dus met de trein naar het centrum. „Waterloo is het laatste station. Ik kan tot daar blijven zitten, maar ik kies ervoor één station eerder uit te stappen, bij Clapham. Vanaf daar kan ik via een paar mooie routes mijn werk bereiken.”

Wat alle renforenzen als voordeel noemen, is de tijd die het hun oplevert. De Nederlandse Jet Bertheux (36), die bij een multimediabedrijf werkt, had zich bijvoorbeeld opgegeven voor een halve marathon. Maar ze realiseerde zich dat er met „én trainen én twee kinderen én vier dagen werken” weinig tijd overbleef. „Dit was een dubbele bonus: het verving de sportschool en het scheelt geld.”

De marathon liep ze nooit, maar het hardlopen naar het werk werd routine. Al wisselt ze het – op zijn Nederlands – af met fietsen op dagen dat de laptop mee moet: „Ik ben nooit groot fan van de ondergrondse geweest.”

„Er is altijd tijd te weinig”, zegt ook Lasse Mammen, een 27-jarige Deense IT’er. Hij vertelt dat hij eerst ’s avonds na thuiskomst hardliep. „Maar dan was je laat thuis, en voordat je had gegeten en je had omgekleed, was het negen, tien uur.” Nu loopt hij met een collega iedere dag over het jaagpad langs Regent’s Canal van Canary Wharf naar Hoxton, in het oosten van de stad. Het is 9,5 kilometer, zegt hij trots.

En er is nóg een reden om naar het werk te lopen. Na het gesprek, bij aankomst op kantoor, stuurt Andrew McDonald een berichtje: „Hardlopen leegt het hoofd en ontstresst. Iets wat veel stadbewoners zouden kunnen gebruiken!”