Historisch onbenul van het kabinet is gecorrigeerd

Gelukkig hebben beide Kamers het besluit tot sluiting van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis geschrapt, vindt Hans Wiegel.

‘Geen historisch benul”. Dat zei mijn leraar geschiedenis op het gemeentelijk Gymnasium in Hilversum, als een van zijn leerlingen er weinig van bakte. Dat is ook het predicaat dat past op het besluit van onze regering om de subsidie voor het ‘Centrum voor Parlementaire Geschiedenis’ in Nijmegen in te trekken.

Alle nog in leven zijnde voorzitters der Eerste en Tweede Kamer keerden zich in een open brief daartegen. Een unieke lijst van actievoerders.

Prachtig werk heeft dat instituut in de afgelopen 40 jaar geleverd. In 1976 verscheen het eerste deel van de serie ‘Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945’. Gewijd aan het kabinet-Schermerhorn/Drees (1946-1948).

Op 2 december aanstaande verschijnt deel 9 van de serie, gewijd aan het kabinet-De Jong (1967-1971).

Voorwerk daaraan is door de medewerkers van het Nijmeegse instituut al in 2001 geleverd. Toen verscheen de biografie van oud-minister-president Piet de Jong. Daarin werd het scheve beeld, dat deze premier in de roerige jaren ’60 alleen maar ‘op de winkel zou hebben gepast’, rechtgezet.

Dat kabinet deed veel meer. Het bracht veel vernieuwende wetgeving tot stand. Het reageerde soepel en waar nodig met harde hand op alles wat er toen vanuit de samenleving op de politiek afkwam.

Intussen werkten de medewerkers van het Centrum aan de volgende delen van de serie. Of die ook daadwerkelijk zouden verschijnen, werd onzeker. Want in een vlaag van historisch onbenul besloot het kabinet-Rutte II fors te korten op de rijksbijdrage aan het Centrum. Die subsidie van 520.000 euro per jaar wordt in 2014 met de helft gekort en in 2015 volledig geschrapt. De subsidie loopt overigens via de in Den Haag gevestigde Stichting Parlementaire Geschiedenis. Vijf van de zes bestuursleden zijn lid van ons parlement.

Zij hebben vast hun medeleden van de volksvertegenwoordiging ervan weten te overtuigen dat voortbestaan van het Centrum zeker moest worden gesteld.

Want de dag vóór de barbecue op het Binnenhof – waar onze politici het begin van het zomerreces vieren – heeft een meerderheid van de Tweede Kamer het kabinet opgedragen ervoor te zorgen dat de subsidie voor het Centrum blijft gehandhaafd.

Het benodigde bedrag, zegt die Kamermeerderheid, moet gevonden worden in de begrotingen voor de Eerste en Tweede Kamer. Dat moet kunnen.

Het mooiste is dat het historisch benul het heeft gewonnen van de kille cententellers op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Hans Wiegel is oud-leider van de VVD.