Hier horen we, hier blijven we

Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week de laatste: de Overlevers De collega’s die houden van kantoor. Die de jungle overleven. Hier zijn we gelukkig.

Illustratie Gijs Kast

Het broeit er, gist er, feromoont en schimmelt er. Van de mislukking, de frustratie en de gesneefde ambitie. Er is jaloezie, deceptie, oorlog en gepest, en het is er ook vaak saai. En ja, het ís een jungle. Natuurlijk.

Toch komen we elke dag weer terug, naar kantoor. Wij, de overlevers.

De collega’s die er al een tijdje zitten. Die niet weg te krijgen zijn, die niet weg wíllen. We overleven de kantoorjungle, elke dag.

We doken net op tijd als er een hopeloze klus voorbijkwam, we stapten net op tijd naar voren bij een mooie uitdaging. We accepteerden een lastige job om onze ruggegraat te tonen en bikkelden tot diep in de nacht voor die mooie promotie. We gingen naar de noodzakelijke uitjes, borrels, barbecues en vergaderingen. We slijmden, manipuleerden en bedrogen.

Maar het was bovenal de liefde die ons gaande hield al die jaren – wij houden van kantoor. Van de liefde voor het vak die overal tussen de printers woekert. Van de opwinding achter de beeldschermen, de smulstaven in de kantine, de roddels in de gang, de berusting.

De vriendschap.

Van het eindeloos chatten op het netwerk. De complimentjes over je kleren, de eigen taal. Van de collega’s die je grappen wél snappen. Tegen wie je nooit hoeft te zeggen: je had erbij moeten zijn. Want we wáren erbij.

De hele tijd al.

Hier zijn we opgegroeid, onder de systeemplafonds. Hier maken we dingen samen, lachend. Hier dromen we van als we op zwangerschapsverlof zijn. Dat niet kunnen wachten tot we weer naar kantoor mogen. De verliefdheid.

Noem het beroepsdeformatie.

We hebben het allemaal wel eens geprobeerd. Het zelfstandigenleven, lekker thuis. Met zelfgemaakte skinny lattes, stukje Bach op de achtergrond en met vrienden lunchen. Maar op dag drie zaten we ze alweer te missen.

De collega’s.

Het gerook bij de ingang. Het gedoe. Het geklaag over de directie en het kantine-eten. De bedrijfsuitjes met 22 man op de dansvloer. De mailtjes of je niet te veel toiletpapier wil gebruiken. De taart die over is in de koelkast.

We houden van de thuiswerkdagen, van het salaris, de affaires, de incompetente collega’s, de vieze aanrechtjes, de beamers en de schurende gesprekken tussen chef en ondergeschikte waar je gewoon naast zit.

Maar ook van hoeveel je er kan uitproberen, wat je er allemaal kan bereiken. De practical jokes waar je heel hard om moet lachen. De collega’s die in overspannen toestand het pand verlaten en weer terugkeren omdat ze hun pasje voor de deur vergeten waren. De gekken, de hel – we zijn gek, maar we just love it.

Hier zijn we gelukkig. Hier zijn we nodig.

Hier overleven we alles, samen. Hoe heftig het soms ook is, de volgende dag is iedereen er gewoon weer, is alles schoongemaakt en beginnen we opnieuw.

We zijn er nog, we blijven nog even en we letten op elkaar.

We horen ergens bij.