Het faillissement van de vluchtpogingen

Niet voor het eerst zat Lieuwe Westra mee in een vluchtpoging. En weer tevergeefs. „Je moet het toch blijven proberen”, zegt zijn ploegleider.

Een groepje is een dag weg, wordt teruggepakt en aan het einde van de dag wint een sprinter. Dat is al jaren het patroon in de vlakke etappes in de Tour de France. Gisteren poogde Lieuwe Westra (Vacansoleil) met vier medevluchters voorop te blijven, maar ook nu weer mislukte de onderneming.

De vlakke etappes krijgen zo een bijzonder voorspelbaar karakter, stelde oud-topman Jaap van Duijn van Robeco gisteren in een opiniestuk in de Volkskrant. Van Duijn verlangt terug naar de jaren vijftig, toen elke etappe nog volkomen onvoorspelbaar verliep en je nooit wist wie er nu weer de gele trui had veroverd.

Ploegleider Hilaire Van der Schueren (65) van Vacansoleil was een klein jongetje toen renners als de Fransman Jacques Anquetil en de Luxemburger Charly Gaul de Tour op hun naam schreven. In hun dagen waren er nog geen gespecialiseerde sprintersploegen die konden uitrekenen wanneer ze een groepje vluchters moesten terugpakken.

De ploegen van Jan Raas, met Van der Schueren als ploegleider, hadden in de jaren tachtig en negentig het patent op ontsnappingen in de slotfase van een wedstrijd. Jelle Nijdam won op die manier geregeld zijn koersen, in navolging van zijn leermeester Jan Raas. Een van de laatste ‘specialisten’ was de Rus Vjatsjeslav Ekimov. Maar dit lukt niet of nauwelijks meer. Waarom zou een ploeg als Vacansoleil nog een renner als Westra de hele dag op kop laten rijden?

Je moet toch wat doen, zegt Van der Schueren in Saint-Malo. „Als je niemand naar voren stuurt, blijft het peloton samen en kunnen de sprintersploegen makkelijk de sprint voorbereiden. Nu hebben ze toch weer hard moeten werken. En als we zo een paar dagen dat kunnen doen, dan hopen we dat ze het binnen een paar dagen laten afweten.”

De theorie leert dat een peloton zo’n tien kilometer nodig heeft om één minuut dichter bij de ‘vluchters’ te komen. Als een groepje vluchters vijf minuten voorsprong heeft, moet het peloton dus op vijftig kilometer van de eindstreep hard gaan rijden.

Dat lukt alleen als diverse ploegen samenwerken. In deze Tour zijn in elk geval Argos-Shimano, Lotto en Omega Pharma-Quickstep erbij gebaat de wedstrijd te laten uitdraaien in een massasprint, respectievelijk voor de sprinters Marcel Kittel (die gisteren zijn tweede etappe won), André Greipel en Mark Cavendish. Tot nu toe slaagde alleen de Belg Jan Bakelants erin het peloton (precies één seconde) voor te blijven, in de etappe naar Ajaccio.

Toch houdt Van der Schueren de moed erin. „Degenen die vandaag op kop van het peloton gereden hebben, zitten vanavond met een zak ijs op hun hoofd. Zowel bij Lotto als bij Omega denk ik niet dat ze zo gelukkig zijn met het feit dat ze de ganse dag op kop gereden hebben, en dat ze een paar man hebben opgeofferd en dat ze dan tweede of derde worden. Ze rijden niet voor de tweede plek.”

Een ontsnapping kan ook andere doelen dienen, aldus Van der Schueren. „We hebben aardig wat publiciteit kunnen pakken, dat is ook al goed. En Westra werd tweede in de tussensprint. Dat zijn allemaal belangrijke punten.” Bovendien was het voor Westra een goed moment om „even de benen te testen”, zegt zijn ploegleider. „Lieuwe is nog niet 100 procent goed. Hij ging in de aanval om de komende weken beter te kunnen worden.”

In zijn opiniestuk schrijft Van Duijn dat de oortjes, waarmee renners instructies van hun ploegleiders kunnen ontvangen, de oorzaak zijn van het saaie koersverloop. Als renners weer zelf moeten nadenken, zal de koers minder voorspelbaar verlopen. Afschaffen dus, schrijft de oud-topman van Robeco.

Van der Schueren ziet niets in deze suggestie. „Nee, de sprintersploegen controleren gewoon. Dat zouden ze zonder oortjes ook doen. Ze laten de kopgroep vier, vijf minuten lopen en daarna rijden ze allemaal op kop. Ze zetten er allemaal één mannetje bij.”

Een andere suggestie van Jaap van Duijn is dat de ploegen moeten worden verkleind. Met minder mensen kunnen ploegen zich minder eenvoudig organiseren rond een sprinter, is de gedachte. Maar ook daarin ziet Van der Schueren niets. „Kleinere ploegen helpt ook niet, dat speelt geen rol.”

De enige oplossing, zegt Van der Schueren, is om het te blijven proberen. Na de tijdrit van vandaag hebben Westra cum suis nog drie kansen voordat de renners de Alpen bereiken – te beginnen met de dag van morgen, in de etappe naar Tours.