Gezocht: , voor de heldere blik op alledaagse chaos denkramen

Met simpele schema’s en verrassende beeldspraak vallen ingewikkelde kwesties opeens heel eenvoudig te maken. Denk mee, het liefst met eigen tekening erbij.

Illustratie Studio NRC / Roos Liefting

Redacteur nrc.next

Gelovige christenen boffen. Ze hebben hun Bijbel als bron van wijsheid en oneliners. Een niet-belijdende gelovige strooit niet gemakkelijk met levenslessen uit de Heilige Schrift. Regelmatig denk ik, wanneer een opschepper, glas in de hand, zichzelf staat te feliciteren met zijn eigen slimheid en/of rijkdom: ‘Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist.’ Maar ik zeg het niet. (Zie verder onder ‘Jezus Christus, Lucas 12:48’.)

Citaten als deze werken als een mentale bril. Ze zijn een middel om de chaotische werkelijkheid scherper waar te nemen. Schrijver en tekenaar Marten Toonder (van de Bommelstrips) heeft hiervoor het woord ‘denkraam’ uitgevonden. Zijn kabouter Kwetal grossiert in wijsheden, als tegenspeler van Heer Bommel die regelmatig in raadselen spreekt (‘Als je begrijpt wat ik bedoel’).

Denkraam. Moeilijker woord: paradigma – een abstract begrip voor wat Shakespeare ooit heeft getypeerd als: ‘Beauty is bought by judgement of the eye.’ Minder mooi gezegd: het hangt er maar van af hoe je naar de dingen kijkt. (Nee, Shakespeare was niet de geestelijk vader van een vaak aan hem toegeschreven variatie op dit thema: ‘Beauty is in the eye of the beholder.’ Ja, pas wel op! – wie uit de losse pols citeert, valt al gauw als snob door de mand.)

Ik ken mensen die in mijn ogen vrij weinig om handen hebben, maar zelf vinden dat ze een dichtgetimmerd leven leiden van ‘druk, druk, druk’. Ik bewonder mensen die in bescheiden bewoordingen over heftige tegenslag kunnen praten. Omgekeerd zijn er mensen die ieder hoofdpijntje ervaren als zware migraine en van ‘een ramp’ spreken als ze een kwartiertje in de file hebben gestaan.

Reeds de oude Grieken, onder hen: de Stoïcijnen om precies te zijn, voelden haarfijn aan dat de mens geen willoos slachtoffer is in een wereld vol pech, willekeur en toeval. Dit schreef Epictetus (55-135 na Chr.): ‘Van al het bestaande hebben wij sommige dingen in onze macht. Andere niet. In onze macht hebben wij onze meningen, ons streven, onze begeerte en afkeer. Al deze dingen kunnen wij zelf bewerkstelligen.’

De Amerikaanse psychotherapeut Albert Ellis (1913-2007) heeft dit inzicht uitgewerkt in zijn ‘rational emotive behavioral therapy’ (RETB), die hier verder niet wordt uitgediept, behalve dan de ‘ABC-formule’ als krent uit deze pap. Ik vat z’n model in m’n eigen woorden samen.

De A staat voor Aanleiding, de B voor Beleving, de C voor Consequentie. Mensen zijn gewoontedieren, met diep ingesleten gedragspatronen. Als matig getalenteerde straatmuzikanten werken ze doorgaans hun vaste en beperkte repertoire van emoties af. Buurmans barbecue doet je tuinstoel in de rook verdwijnen: schelden! De kat heeft in de keuken gepoept: vloeken! Een vriend heeft de auto van je dromen gekocht die je zelf niet kunt betalen: jaloers!

Wanneer dergelijke emotionele roestvorming tot depressie leidt, kan therapie op basis van de ABC-formule wonderen doen. De aanleiding (A) voor zielepijn (een gevoelig verlies van medemens en/of eigen gezondheid, van baan en/of bezit) geldt daarbij als een vaststaand gegeven. Maar de consequentie (C) hiervan hoeft niet vooraf en onwrikbaar vast te staan. Immers, de persoonlijke beleving (B) tekent en kleurt die consequentie.

Door mijn werk heb ik de afgelopen jaren vele tientallen zieke mensen en hun behandelaars gesproken. Een verpleegkundige heeft me, als variatie op de ABC-formule, een verrassend, eigen denkraam aangereikt: de metafoor van ‘de ruiter en het paard’. In gesprekken met patiënten maakt zij een onderscheid tussen lichaam en geest. Omdat dit voor nuchtere Hollanders al gauw te zweverig klinkt, spreekt ze liever in hippische beeldspraak, waarbij het paard staat voor iemands zieke lichaam en de ruiter voor z’n mentale beleving en conditie. De les, de boodschap: ‘Uw zieke paard is aan uw zorg toevertrouwd: u moet goed luisteren welke signalen het paard u geeft. U kunt niet blijven doordraven zoals u gewend was te doen.’

Deze verpleegkundige heeft een tweede model dat ze regelmatig voorhoudt aan patiënten, vooral wanneer sociale problemen in hun directe omgeving spelen: een partner die geen steun geeft aan de zieke, kinderen die zich opeens heel druk of juist totaal naar binnen gekeerd gaan gedragen.

In zo’n situatie komt ‘de ijsberg’ op tafel. Die leert dat mensen alleen maar ‘het topje dat boven water uitsteekt’ van elkaar kunnen waarnemen. Dat is ons gedrag: onze daden, onze taal en lichaamstaal. Dit gedrag is geen ballon die vrij en stuurloos door de lucht zweeft. Het is verbonden met de bredere en diepere lagen die zich, niet direct zichtbaar, ‘onder water’ bevinden. Op de bodem daarvan liggen onze (vaak verwarde en verwarrende) gedachten, waaruit onze gevoelens voortkomen, die uiteindelijk leiden tot ons gedrag.

Ingewikkeld? Valt mee, voor wie er even over nadenkt. Mensen zouden elkaar niet meteen op elkaars gedrag moeten beoordelen. Wie graaft naar andermans diepere gedachten en gevoelens komt meestal tot andere en mildere conclusies. Of juist niet – maar dan is er sprake van een oordeel, en niet van een vooroordeel.

Waarmee we met een U-bocht weer uitkomen bij de Bijbel, en wel bij Mattheus 7:1-3, waar Jezus zegt: ‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?’

Nee, ik ben geen Bijbelkenner en ik leef niet naar de letter van het Woord. Wel ben ik dol op citaten en simpele modellen – als zaklantaarns in het pikkedonker van het alledaagse leven.