Fotograaf stuurt een insect de lucht in

Het gebruik van drones door fotojournalisten neemt toe, maar nieuwe regels maken het lastig. „We dachten dat we alles hadden geregeld, maar nu weten we dat niet meer zo zeker.”

Het apparaat lijkt op een insect. Het heeft poten en kan vliegen. Als het opstijgt, klinken de kleine propellers als een zwerm zoemende bijen, maar dan luider. Behendig stuurt fotojournalist Wouter Borre van De Twentsche Courant Tubantia de zeven kilo zware drone de lucht in, tot ongeveer zeventig meter hoog.

Op het beeldscherm, bevestigd aan de besturing, ziet hij wat de camera die onder de drone hangt waarneemt: kasteel Twickel in Delden van bovenaf. Het kasteel is al talloze keren gefotografeerd, ook vanuit de lucht. „Maar zo heb ik het nog niet eerder gezien”, zegt beheerder Rob Bloemendal terwijl hij toekijkt.

En daar is het de fotograaf om te doen; dat andere perspectief. „Mooier dan vanuit een helikopter of vliegtuigje. Dan zie je alleen het dak.”

De Twentsche Courant Tubantia is voor zover bekend de eerste krant in Nederland die een drone heeft aangeschaft. Kenners spreken liever over een licht onbemand luchtvaartuig.

Het gebruik van drones door particulieren en bedrijven neemt snel toe. Ook steeds meer fotojournalisten zijn geïnteresseerd. Freelancers René Oudshoorn (De Telegraaf), Paul Raats (ANP, SBS 6, Omroep Brabant, Eindhovens Dagblad) en Eric Brinkhorst (NRC Handelsblad) hebben er al een. Bekende dronefoto’s zijn die van het afgebrande gemeentehuis in Waalre, gemaakt door Raats.

Met de gebruikers nemen ook de problemen toe. Volgens Villamedia Magazine, vakblad voor journalisten, werd vorig jaar september geen toestemming gegeven om een drone te laten vliegen bij de rellen in Haren. Diezelfde maand stortte een drone neer in de ArenA toen een bedrijf in opdracht van PowNed de besloten training van het Nederlands elftal wilde filmen. René Oudshoorn werd februari dit jaar door de politie meegenomen toen hij met zijn multicopter de Larense villa van een oud-SNS-topman probeerde te fotograferen.

Binnenkort overlegt de politie met de NVF over inzet van drones door fotojournalisten. De NVF en journalistenvakbond NVJ hebben een werkgroep ingesteld die klachten en problemen inventariseert.

De Twentsche Courant Tubantia zal de drone beslist niet boven mensenmassa’s laten vliegen. Veiligheid staat voorop, volgens adjunct-hoofdredacteur Ger Dijkstra. En wat privacy betreft, worden de gebruikelijke regels in acht genomen. Voor de vlucht boven Twickel is onder meer bij de beheerder zelf toestemming gevraagd. „Alles wat te regelen valt, is geregeld”, zegt fotograaf Borre. Maar Dijkstra twijfelt achteraf: „Dat dachten wij, ja, maar met de nieuwe regels van staatssecretaris Mansveld zijn we daar niet zo zeker meer van.”

Het onderscheid tussen recreatief en professioneel gebruik van drones is sinds vorige week aangescherpt. Wie beroeps- of bedrijfsmatig met een RPAS (Remotely Piloted Aircraft System) – niet zwaarder dan 150 kilo en niet sneller dan 130 kilometer per uur – wil laten vliegen moet een ontheffing hebben. Volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport zijn er tot nu toe 28 ontheffingen verleend aan een beperkt aantal bedrijven.

Staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu heeft de regels aangepast omdat ze een snelle groei voorziet van het bedrijfsmatige gebruik van lichte onbemande luchtvaartuigen. Ze wil de veiligheidsrisico’s beperken.

Het aantal meldingen van incidenten met drones neemt toe. In 2011 registreerde de Inspectie er drie, in 2012 acht. De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoekt een ‘bijna-botsing’ op 15 mei bij Harderwijk tussen een lesvliegtuig van Martinair en een drone.

Om ontheffing te krijgen, moet de aanvrager aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo zijn bewijzen van bevoegdheid en luchtwaardigheid nodig. Er mag alleen worden gevlogen als tijdens de hele vlucht goed zicht is op het toestel. Het is verboden te vliegen boven menigten, auto- en snelwegen en spoorlijnen. Wie niet aan de eisen voldoet, riskeert een boete van 7.800 euro.

Verder is voor start- en landingslocaties een ontheffing voor Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (TUG) nodig van Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. Voor vluchten in ‘gecontroleerd’ luchtruim, bijvoorbeeld nabij vliegvelden, moet toestemming worden gevraagd aan Luchtverkeersleiding Nederland of het ministerie van Defensie. De woordvoerder van de Inspectie over de wijzigingen: „In de praktijk verandert er eigenlijk niks.”

Maar zo zien fotojournalisten en de snel groeiende branchevereniging Darpas (Dutch Association for Remotely Piloted Aircraft Systems) dat niet. Voorzitter Rob van Nieuwland stelt dat er nu voor het eerst formeel een verbod is voor professionele vliegers tenzij ze een ontheffing hebben. Hij vraagt zich af of de regels werkbaar zijn. Fotograaf Raats: „Wij moeten ons werk kunnen blijven doen. Ik kan niet acht weken wachten op toestemming om te mogen vliegen.”

Volgens de Inspectie hoeft dat niet als professionals – los van alle andere eisen – een handboek indienen bij Inspectie en provincie, waarmee ze een ‘bedrijfsontheffing’ kunnen krijgen die ze voor langere tijd (tot maximaal een jaar) een toestemming geeft om te kunnen vliegen.

Darpas-voorzitter Van Nieuwland stelt dat zich 140 tot 150 bedrijven bezighouden met op afstand bestuurbare onbemande vliegtuigjes. De toestellen, verkrijgbaar vanaf duizend euro, worden niet alleen ingezet in de journalistiek of voor reclame, maar ook voor inspecties op ‘moeilijk bereikbare plaatsen’ zoals hoge gebouwen, industriële installaties of windmolens.

Terug naar Twickel. Hier is de ‘kwajongen’ in beheerder Bloemendal naar boven gekomen. „Unieke plaatjes” levert de vlucht op, stelt hij enthousiast vast. Borre houdt ondertussen het stroomverbruik scherp in de gaten. De landing moet op tijd worden ingezet.