Eigenlijk is het een heel schattig diertje

In de Noordoostpolder is een (dode) wolf aangetroffen Betekent dit de terugkeer van de wolf in Nederland? En nog zes vragen en antwoorden over wolven

verslaggevers

Met een verbrijzelde schedel lag ze vorige week donderdag ineens in een berm bij Luttelgeest, in de Noordoostpolder: Canis lupus. Het eerste tastbare bewijs van een wolf in Nederland in anderhalve eeuw.

Nog even de uitslag van de DNA-test, en dan weten we het echt zeker. Die uitslag wordt binnen enkele dagen verwacht.

Bekend is dat het gaat om een jong wijfje, één of twee jaar oud, nooit kinderen gekregen, en alle kenmerken van een wolf.

Ze werd al verwacht. Honderdvijftig jaar nadat haar voorouders ons land werden uitgejaagd, kwamen wolven langzamerhand vanuit Polen en Rusland onze kant weer op. Ze verspreidden zich de afgelopen jaren over Duitsland, tot behoorlijk dichtbij onze landsgrenzen. Enkele roedels leven op de Lüneburger Heide, in het achterland van Hamburg en Hannover. En in april werd op slechts dertig kilometer van Emmen, bij het Duitse Meppen, een wolf gefotografeerd.

Zelfs het geleverde bewijs werd al voorspeld. Leo Linnartz van de vereniging Wolven in Nederland zei deze week: „Veel mensen hebben mij de afgelopen jaren gevraagd: wanneer weet je zeker dat de wolf terug is in Nederland? Nou, als-ie doodgereden wordt, was dan altijd mijn antwoord.”

De vraag was niet óf, maar wanneer wolven weer in Nederland zouden rondzwerven.

Zijn we er honderd procent zeker van dat het gevonden kadaver een wolf is?

Als er geen DNA-tests zouden bestaan om dat vast te stellen, dan was het antwoord makkelijk: ja. Nu moeten we het houden op 98 procent, met 2 procent puur wetenschappelijke reserve. Alle kenmerken zijn aanwezig: het gebit van een wolf, de vacht van een wolf, de poten van een wolf en zelfs de maaginhoud van een wilde wolf; het dier had een jonge bever gegeten en in de darmen troffen de onderzoekers een lintworm aan. Een hond of een wolf in gevangenschap is daarmee onwaarschijnlijker, want die worden op jonge leeftijd al ontwormd. De enige echte andere kanshebber is een wolfshond, maar daarvan is geen enkel kenmerk – kortere snuit, meer ruimte tussen de kiezen – aangetroffen. Bovendien, zegt roofdierdeskundige Jaap Mulder, bij Naturalis betrokken bij het onderzoek naar dit dier, zijn wolfshonden hartstikke duur en zijn eigenaren daar doorgaans zuinig op. Die chippen ze en ze zouden aan de bel trekken bij vermissing.

Is er een lone wolf gevonden of zijn er meer wolven?

Zeer waarschijnlijk zijn er meer. De kans dat het er echt maar één is en dat die dan ook nog wordt doodgereden, is vrij klein. Het is zelfs aannemelijk dat wolven regelmatig door Nederland wandelen. Ze zijn schuw, verplaatsen zich ’s nachts en hebben nauwelijks fysieke barrières. Ze kunnen bijvoorbeeld zwemmen.

Dus de wolf is terug in Nederland!?

Dat is ook weer te sterk gesteld. Ze wonen hier niet, maar komen uit het oosten van Duitsland, Polen, Slowakije of Rusland. Na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn verspreidden ze zich richting West-Europa. Sommige wolven zijn wel duizend kilometer van hun leefgebied gezien. Europees beleid om natuurgebieden aan elkaar te knopen, maakt het makkelijker voor ze om grote afstanden af te leggen – ook wolven profiteren zo van onze open grenzen. Als hier wolven komen, zijn het jonge eenlingen op zoek naar een partner, zoals waarschijnlijk het jonge wijfje in de Noordoostpolder. Zo zijn ze ook wel eens gezien in het noordelijke puntje van Denemarken, maar ook daar hebben ze zich niet gevestigd. Het nu gevonden dier heeft de kenmerken van de populatie in Oost-Duitsland, waar ze een iets ander gekleurde vacht hebben dan bijvoorbeeld wolven uit Italië. Mulder verwacht dat er pas over tien à vijftien jaar roedels ontstaan in Nederland. Veel hangt af van toeval. Het gaat er maar net om waar en wanneer dieren elkaar ontmoeten, dus het kan ook eerder zijn.

Is dit goed nieuws?

Volgens Mulder wel, want wolven horen bij onze fauna. Pas eind negentiende eeuw werden ze Nederland uitgejaagd. De laatste werd in 1897 bij Heeze gezien. Wolven houden de hoefdierenpopulatie in stand. Ze eten wilde zwijnen en reeën die nu afgeschoten moeten worden. Als het gebied van de Amsterdamse waterleidingduinen niet wat te kleinschalig was voor wolven, zouden ze daar mooi de damherten in bedwang kunnen houden. Op de Veluwe worden regelmatig wilde zwijnen afgeschoten. Dat zou met de terugkeer van de wolf niet meer nodig zijn. Het ministerie van Economische Zaken, waar natuurbeleid onder valt, staat dan ook niet onwillig tegenover de wolf. Den Haag werkt al langer samen met natuurbeschermingsorganisaties om de eventuele terugkomst in goede banen te leiden. „Een wolvenplan is in de maak, want de terugkeer is aanstaande”, zegt een woordvoerder.

Wat moet ik doen als ik oog in oog kom te staan met een wolf?

Niets, meestal rennen wolven zelf weg. Ze beschermen hun jongen niet eens als je daar te dichtbij komt. In afgelegen delen van Rusland komt het heel soms wel eens voor dat een weerloze dronkaard wordt opgegeten, maar verder zijn er amper meldingen van aanvallen door wolven in Europa. Terwijl er naar schatting toch zo’n 18.000 leven. In Duitsland, waar de dieren zich steeds verder verspreiden, zijn geen recente aanvallen bekend. Ook in Noord-Amerika komt het zelden voor. Mulder: „Het zijn eigenlijk heel schattige diertjes.”

Er zijn ook kritischer geluiden. Universitair docent Paul Koene van de Wageningen Universiteit vindt dat er wel erg makkelijk wordt gedaan over de vermeende beperkte risico’s. Koene onderzoekt het gedrag van dieren. „De kans dat er wat gebeurt, is klein, maar je wilt toch niet ergens in je eentje een roedel hongerige wolven tegenkomen.” Koene zegt een eventuele terugkeer van de wolf „prachtig” te vinden, maar bij voorkeur in min of meer afgebakende zones. „Als ze terechtkunnen in uitgestrekte gebieden waar ze niet worden lastiggevallen door mensen en waar genoeg voedsel is, dan blijven ze daar.”

En wat eten die wolven?

De gevaren voor mensen zijn misschien beperkt, maar dieren staan natuurlijk wel op het menu. Daarom zitten ze bij land- en tuinbouworganisatie LTO niet te wachten op de wolf. „Het hangt er een beetje vanaf hoeveel er komen, maar we vrezen wel dat schapen het slachtoffer worden”, zegt een woordvoerder. Schapenhouders willen natuurlijk niet dat er ’s nachts een paar uit een kudde worden gestolen. In het recente verleden is wel gesproken over een financiële vergoeding voor schapenhouders die dieren verliezen aan wolven, maar dat kan een flinke financiële rompslomp worden. „We willen ook niet dat ze allerlei preventieve, kostbare maatregelen zoals afrastering moeten nemen om daarvoor in aanmerking te komen”, aldus de woordvoerder. Er zijn in Nederland zo’n 8.500 professionele schapenhouders en zo’n 1,4 miljoen schapen.

Welke dieren mogen we nog meer terug verwachten?

Rond de grenzen van Limburg komen wel wilde katten voor, die mogelijk ons land binnentrekken. Maar die hebben eigenlijk net wat grotere bosgebieden nodig. Dat geldt zeker ook voor de lynx, die voorkomt in de Vogezen, de Alpen en in het zuiden van Duitsland. Lynxen zouden via de Ardennen en de Eiffel, waar er al een paar gezien zijn, onze kant op kunnen komen. Of ze blijven, is de vraag: een lynx heeft eigenlijk te weinig aan de kleine bosgebieden in Nederland. Het enige grote roofdier dat Mulder nog echt mist in Nederland is de beer. Die kwam tot in de elfde eeuw ook hier voor. „Dat zou echt mooi zijn, maar dat zie ik voorlopig niet gebeuren. En als ze komen, zijn het snel probleemdieren die mensen opzoeken en afval eten enzo.”