Een stroomshot halen bij de pomp

Er komen oplaadpunten voor elektrische auto’s bij benzinepompen De exploitant hoeft geen huur te betalen Morgen dient hierover een kort geding, boze pomphouders spreken over oneerlijke concurrentie

Redacteur Economie

Enthousiast wordt de enveloppe opengescheurd. „Gemeente Heerde”, zegt Michiel Langezaal. Samen met Bart Lubbers is hij de oprichter van Fastned, een startup die snellaadstations voor elektrische auto’s gaat bouwen en exploiteren. En in de gemeente Heerde is de bouwvergunning uitgegeven om een laadstation te bouwen op de verzorgingslocatie ‘Het Veen’ aan de A50.

Na onderzoek bleek dat er één partij is die alle terreinen – zogeheten verzorgingslocaties met daarop tankstations en wegrestaurants – langs de snelwegen beheert: Rijkswaterstaat, vertelt Bart Lubbers op het kantoor van Fastned in Amsterdam-Noord. „Nu er steeds meer elektrische auto’s komen, is het dus logisch dat er op deze locaties ook elektriciteit wordt aangeboden.”

Fastned vroeg aan Rijkswaterstaat om hiervoor vergunningen af te geven. De inschrijvingsprocedure begon in december 2011 en een maand later berichtte Rijkswaterstaat dat Fastned op 173 locaties aan de slag kon met het aanvragen van vergunningen. De eerste laadstations worden nog dit jaar geopend en zullen gelegen zijn langs snelwegen op de Veluwe.

Op dit moment rijden er zo’n 9.000 elektrische voertuigen op de Nederlandse wegen. Over drie jaar moeten dat er, volgens de kabinetsnota ‘Elektrisch rijden in de versnelling’, 15.000 tot 20.000 zijn. Tegen 2025 moet de teller op één miljoen staan.

De elektrische laadstations zijn inzet van een kort geding dat de Vereniging Particuliere Rijkswegvergunningen van Tankstations (VPR) heeft aangespannen tegen de Nederlandse Staat. Het kort geding dient morgen. „De huidige tankstationhouders hebben, volgens ons, het exclusieve recht op het uitbaten van deze laadpalen langs de rijkswegen”, zegt VPR-voorzitter Karin Kok. „En door een juridisch slimmigheidje probeert de Staat daar nu onderuit te komen.”

Karin Kok doelt op een interpretatie van de Benzinewet. Rijkswaterstaat heeft in mei 2011 aan het ministerie van Financiën gevraagd of elektronisch laden ook onder de benzinewet valt. Twee maanden later liet het ministerie van Financiën weten dat het niet om brandstof ging, wat Rijkswaterstaat de ruimte gaf om nieuwe vergunningen uit te schrijven. Gezien het belang van deze zaak heeft Fastned aan de rechter een zogenaamd verzoek tot voeging gedaan. Dat betekent dat de belangen van de Staat en Fastned samen op gaan. De landsadvocaat heeft zich niet verzet tegen dit verzoek.

De overheid wil het elektronisch rijden stimuleren en daarom hoeven de ‘uitbaters’ van laadpalen voorlopig geen huur aan Rijkswaterstaat te betalen. „Te gek voor woorden”, vindt VPR-voorzitter Kok, „want bestaande exploitanten moeten wel huur betalen voor diezelfde terreinen.” Ook Edsko Schuitema, jurist van de belangenvereniging Beta van tankstations, spreekt van oneerlijke concurrentie, omdat de exploitanten van de laadpalen geen huur hoeven te betalen.

De VPR bestaat sinds 1994 en vertegenwoordigt de exploitanten van 26 zelfstandige tankstations langs het Nederlandse hoofdwegennet. De leden van de VPR zijn particuliere exploitanten en opereren onafhankelijk van de grote multinationals, zoals Shell, Esso of BP. De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) behartigt de gezamenlijke belangen van deze oliemaatschappijen, die voor de woordvoering verwijzen naar de VNPI. Directeur Margaret Hill wil echter niet reageren op de vraag of de grote oliemaatschappijen de klacht van de zelfstandige tankstations steunen.

Guido van Woerkom, directeur van de ANWB, is het totaal niet met de pomphouders eens. „Er komt een nieuwe partij bij, omdat de bestaande brandstofleveranciers een beetje schouderophalend naar de ontwikkelingen hebben gekeken. Dan gaan andere ondernemers ermee aan de slag”, zei Van Woerkom onlangs bij BNR-radio. „Die moet je vervolgens niet gaan verwijten dat ze inspelen op marktkansen.”

De inzet van de VPR is om de Staat alsnog te dwingen tot het nakomen van de eerder gemaakte afspraken of ten minste tot inhoudelijk overleg over de problematiek en de oplossing daarvan. Volgens Karin Kok wordt al sinds 2010 met het ministerie van Verkeer en Waterstaat overleg gevoerd over de plaatsing van laadpalen bij zelfstandige tankstations. De exploitanten gingen ervan uit dat die palen door de bestaande exploitanten geplaatst zouden worden. „Wij hebben immers een contract tot 2024 en daarbij maakt het niet uit of een auto op benzine, diesel of elektriciteit rijdt.”

Het overleg liep tot ver in 2011. Kok: „Toen werd het ineens stil vanuit de overheid.” Volgens de VPR werd een ander beleid „geconstrueerd”, waarbij andere partijen worden toegelaten op de verzorgingslocaties waarop de laadstations moeten komen. Maar waarom vragen de VPR-leden zelf ook niet een vergunning aan voor elektrische palen? „Dat gaan we ook doen, het is een logische uitbreiding van onze bestaande activiteiten en dienstverlening”, zegt Kok, „maar we willen natuurlijk ook gewoon gebruikmaken van onze vergunning die tot 2024 loopt”.