Column

Digitale helden

De Syriërs blijven hun land verder aan stukken schieten, in Egypte worden misschien de voorbereidingen tot een burgeroorlog getroffen, maar de publieke opinie in het Westen wordt voornamelijk beziggehouden door klokkenluider Edward Snowden en de gevolgen van zijn onthullingen. Der Spiegel heeft deze week een interview met hem, The Guardian Weekly ziet een nieuwe koude oorlog in het verschiet, The Economist inventariseert in het kort de gevolgen, Foreign Affairs heeft een essay over de invloed van de opkomst van ‘big data’, de alzijdige registratie en analyse van alles. Moeten we Snowden als de heraut van een nieuwe tijd beschouwen?

Spionage is van alle tijden. Denk aan onze landgenote Griet Zelle, (Leeuwarden 1878), beroemd geworden als Mata Hari, en in 1917 door een Franse krijgsraad ter dood veroordeeld en gefusilleerd. Waar een conflict is verschijnen spionnen en klokkenluiders. Het verschil is dat de spion in het geheim voor één partij werkt, en de klokkenluider zich inspant voor het algemeen belang en op den duur in de openbaarheid treedt. Maar wordt de klokkkenluider door de benadeelde partij bijtijds ontmaskerd en gearresteerd, dan kan ook hij rekenen op een zeer zware tot de zwaarste straf.

Toen tegen het einde van de vorige eeuw het digitale tijdvak aanbrak zijn ook het spioneren en het klokkenluiden revolutionair veranderd. Dat is voor het eerst duidelijk geworden toen Wikileaks, in 2006 opgericht door Julian Assange, met de publicatie van geheime digitale documenten begon. Assange houdt zich schuil in de ambassade van Ecuador in Londen. Zijn compagnon Bradley Manning staat in Amerika terecht. En nu hebben we Edward Snowden die de geheimen van Prism heeft onthuld. Voorzover dat nu te overzien is, zijn er drie verschillen met spionage in het pre-digitale tijdperk.

Het schandaal dat nu in een versneld tempo wordt onthuld, is het tweede in het digitale tijdvak. De omvang, het technisch vernuft dat eraan ten grondslag ligt overtreft vele malen alles wat op analoog gebied is gepresteerd. Daarover hoeven we ons niet te verbazen. Spionnen erkennen geen grenzen. Als de grenzen verlegd worden, zullen ze tot de eersten horen die daarvan gebruik maken. Bovendien worden de digitale technieken onophoudelijk en in steeds hoger tempo verbeterd, wat tot gevolg heeft dat de reikwijdte van de spionage zich steeds verder uitbreidt. Wat de NSA, de CIA en de FBI aan gegevens verzamelen overschrijdt al ruim de grenzen van het voorstelbare, laat staan van het bruikbare. Maar de feitenhonger van deze en verwante organisaties is onverzadigbaar. Alleen al daarom mogen we niet verbaasd zijn als er weer eens zo’n schandaal aan het licht komt.

Want een schandaal blijft het. De aanvoerder van wat eens het machtigste bondgenootschap ter wereld was, infiltreert in het modernste geniep bij zijn trouwste vrienden, nu zelfs terwijl een belangrijke conferentie over transatlantische vrijhandel op het programma staat. De regering van de daders maakt geen verontschuldigingen, maar doet haar uiterste best de klokkenluider te pakken te krijgen en zet daarvoor zelfs bevriende regeringen onder druk. Hoeveel willen de machthebbers in Washington riskeren, en waarom?

Hier komen we aan het tweede verschil met de oude vormen van spionage. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de verhouding tussen Amerika en de Europese bondgenoten geleidelijk maar drastisch veranderd. Voor het eerst is dat zeer duidelijk geworden in de eerste jaren na 9/11. President George W.Bush leefde in de overtuiging dat Amerika het geweldige probleem alleen kon oplossen en sprak de historische woorden: „Wie niet voor ons is, is tegen ons.” In de jaren daarna is gebleken dat hij zich verstrikt had in twee uitzichtloze oorlogen. Bovendien werd Amerika een jaar of zeven geleden getroffen door de kredietcrisis waarvan de gevolgen voortduren.

De vorige eeuw was ‘The American Century’. In deze eeuw is daar in versneld tempo een eind aan gekomen. De invloed in de rest van de wereld is tanend. Dat wordt nu bewezen door de feitelijke machteloosheid van Washington, het gebrek aan een overtuigend antwoord op de chaotische revoluties in het Midden Oosten. Dit alles is voor de Amerikaanse publieke opinie, de politiek, niet verborgen gebleven. De onderliggende stemming is die van onzekerheid, angst. Het wantrouwen tegen de rest van de wereld groeit. En een van de manieren om dit nationaal onbehagen te bestrijden, een poging om de oude zekerheid te herwinnen, is spionage. Dat geeft de psychologische grondslag.

Dan, door een samenloop van omstandigheden, valt het relatieve verval van de Amerikaanse macht samen met de razendsnelle ontwikkeling van alles wat tot de digitale techniek hoort. Geen wonder dat Washington van dit nieuwe wapen gebruik maakt om verloren terrein te herwinnen. De neergang van de Amerikaanse macht verklaart mede de excessieve digitale spionage.

En dan komt de hype. Alles wat nieuw is in deze wereld, wordt meegezogen in de draaikolk van de hype. Ook daardoor wordt Snowden tot de nieuwste mondiale held.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.