Column

De trans-Atlantische boemeltrein vertrekt

Krap twee maanden na de aanslagen in New York en Washington in 2001 had de wereldgemeenschap dringend behoefte aan een groots vertoon van eensgezindheid. En wat zou beter zijn dan het begin van een groot, alomvattend akkoord over het verder vrijmaken van de wereldhandel voor de gehele ‘planeet’ – een hip woord dat stond voor de verbondenheid van alle earthlings door de revolutionaire krachten van het nog jonge internet. In Doha, de hoofdstad van Qatar, werd een nieuwe ‘ronde’ van besprekingen begonnen.

Twaalf jaar later is de Doha-ronde zo goed als dood. De financiële crisis van 2008 is maar één van de oorzaken. Al daarvoor bleek dat de traditionele strubbelingen tussen de gevestigde industrielanden onderling niet langer de enige horde waren, noch de spanningen tussen het Westen en de (voormalige) ontwikkelingslanden. Het was nu ook de verhouding tussen ontwikkelingslanden waar de schoen wrong. De belangen zijn hier groot: Wereldhandelsorganisatie (WTO) stelt dat twintig jaar geleden nog maar 10 procent van alle handel tussen ontwikkelingslanden onderling plaatsvond. In 2020 zal dat gestegen zijn tot eenderde.

Zondag begonnen de VS en de EU onderhandelingen over een groot bilateraal vrijhandelsakkoord. Daarmee onderstrepen ze hoezeer het hele concept van het vrijmaken van de wereldhandel veranderd is. Na de oorlog werd gewerkt aan grote multilaterale akkoorden. Het heeft er alle schijn van dat de Uruguay-ronde, die in 1994 werd beklonken, de laatste is geweest. Bilaterale en regionale akkoorden zetten nu de toon. Hoelang de VS en de EU erover gaan doen? De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Mike Froman: „We willen er geen tien jaar over doen.” Maar soortgelijke besprekingen tussen de EU en Canada zijn alweer vier jaar onderweg.

Waarom gaat het steeds moeilijker? Naarmate de afgelopen decennia meer is geliberaliseerd, bleven uiteindelijk de gevoeligste sectoren en lastigste onderwerpen over. Maar er is een groter mechanisme aan de gang. Pascal Lamy, de scheidend voorzitter van de WTO, bracht de effecten van de globalisering al uitstekend onder woorden. De ongelijkheid tussen landen neemt af, zei hij. Maar de ongelijkheid binnen landen neemt toe. Er is dus tegelijkertijd sprake van een evenwichtiger machtsverdeling tussen steeds gelijkwaardiger partners op het wereldtoneel. Dat onderhandelt lastiger dan vroeger, toen het ging tussen dominante westerse grootmachten en relatief onmachtige ontwikkelingslanden.

Nu de globalisering zorgt voor toenemende ongelijkheid binnen ook westerse landen, wordt de liberalisering van de wereldhandel lastiger te verkopen aan het eigen electoraat. De pijn – de sluitende fabriek – was altijd al beter zichtbaar dan het voordeel – een brede stijging van de welvaart. Die tegenstelling wordt steeds pregnanter. Een trans-Atlantisch akkoord is meer dan welkom. Maar verwacht niet dat ze er over een jaartje uit zijn.

Maarten Schinkel is economisch commentator van NRC Handelsblad. Op deze plek schrijft hij elke woensdag een column over economie.