Cruise control

Chris Froome in de tijdrit. Foto EPA / Yoan Valat

Competitie is ook de wielertoerist niet vreemd. Je moet het doen met collega’s die je pad kruisen op het vaste rondje. Op zo’n typische zaterdagmiddagtocht reed er eentje voor me uit. Hij reed een paar kilometer per uur langzamer, begon als stipje en werd steeds groter.

Vlak voor de laatste helling in het rondje zat ik op zijn wiel. De voldoening was groot toen hij op een dure Specialized bleek te fietsen. Hoe duurder de fiets, hoe groter de vreugde om iemand te kunnen passeren. Ik zou nog een paar honderd meter uitrusten in zijn wiel en dan aan het begin van de heuvel er voorbij kletsen.

Meneer Specialized bleef onverstoorbaar doorpeddelen, ook toen de helling begon. Goed voor het gemiddelde. Nog maar even blijven zitten dan tot het steiler werd om hem dan mijn achterwiel te laten zien. Zijn kuiten bleken door het klimmen toch echt flink te zijn. Hij had nog steeds niet lichter geschakeld.

Hij moest nu toch echt gaan ontploffen, anders zou ik het doen, het steilste stuk was in zicht. Maar er veranderde niets. Hij bewoog amper, het tempo bleef precies hetzelfde.

Nog voor het steilste stuk ontstond het gat. Het wiel was niet langer te houden. De snelheid waarmee hij op het vlakke reed en waarop ik hem kon bijhalen bleef gelijk op de helling. Hij reed op cruise control. Zonder moeite. Dit was net zo frustrerend als die dag dat de Vuelta over deze helling kwam. Losjes hadden de renners de handen op het stuur, er werd gekeuveld, niemand zag dit als een helling.

Goede tijdrijders fietsen ook met cruise control. Ze gaan van start met een enorm tempo en houden dat 33 kilometer vast. Ze schieten niet uit de startblokken zoals Lars Boom en Sylvain Chavanel om later de prijs te betalen. Ze rijden niet op reserve om in het laatste stuk te gaan sprinten. Ze gooien vanaf de start de turbo erop en denderen als een locomotief in gelijke snelheid over het parcours.

Zo fietsen Tony Martin en Fabian Cancellara, van de laatste leerden we in de klassiekers dat je hem geen voorsprong van vijf meter moet geven. Hij verslapt namelijk nooit, er is geen moment om op zijn wiel te springen. De cruise control gaat aan en als je niet het voordeel hebt om achter zijn brede gestalte uit de wind te zitten, zie je hem nooit meer terug.

Op hellingen zetten ze niet aan, ze blijven gewoon hun verzengende tempo rijden zonder te verslappen. Zit je wel in hun wiel dan moet je uiteindelijk krakend lossen.

De cruise control is fnuikend voor de sterfelijken. En hoe heerlijk moet het zijn voor Tony Martin. Niks tactiek, niet kwakken, geen spelletjes, niemand om je heen, niet het juiste moment zoeken of jagende ploegen. Het enige wat hij moet doen is doorrijden op hetzelfde tempo. Niemand kan hem bijhouden.