'Blijf ons maar lekker afkatten'

Op het EK in Zweden vechten de Nederlandse voetbalvrouwen vooral voor erkenning. „Mannen laten zien dat wij kunnen voetballen.”

Nee, in Nederland weet bijna niemand wie topscorer aller tijden is van Oranje. Manon Melis, spits van het Nederlands vrouwenvoetbalteam, lacht er maar om. „Iedereen heeft het altijd over Patrick Kluivert.” De voormalige spits van onder meer Ajax en Barcelona maakte 40 interlanddoelpunten en ziet Robin van Persie (35) en Klaas-Jan Huntelaar (34) naderen.

„Maar ik heb er al 45 gemaakt”, stelt de dochter van oud-prof Harry Melis, eindjaren 70 en beginjaren 80 rechtsbuiten bij achtereenvolgens Feyenoord, FC Den Haag, het Belgische Germinal Ekeren en DS’79 uit Dordrecht. Manon Melis: „Ach, zo is het nou eenmaal. Ik maak me er niet druk om. Mijn vriend vertelde laatst in een interview dat hij trots op me is.” Dat telt.

Morgen beginnen de Nederlandse vrouwen in Zweden aan hun tweede EK, met de eerste groepswedstrijd tegen topfavoriet Duitsland. In 2009 debuteerden de ‘Oranje Leeuwinnen’ onder succescoach Vera Pauw verrassend met een plaats in de halve finale. Dit keer moet het nog beter, vinden speelsters en de huidige bondscoach Roger Reijners. De finale? „Dat is een ambitie die er ligt”, zegt de oud-speler en coach van MVV en Fortuna Sittard. Maar meer nog dan voor een goed EK-resultaat vecht zijn ploeg voor erkenning.

Die eeuwige vergelijking met het mannenvoetbal. „Zonde van het gras”, sprak een bekende eredivisietrainer ooit over voetballende vrouwen. „Ze verliezen van onze B-junioren”, klinkt nog regelmatig bij competitieduels op het hoogste vrouwenniveau. „De vergelijking irriteert me wel”, zegt toptalent Lieke Martens (20), aanvaller van het Duitse FCR 2001 Duisburg én Oranje. „Het is onterecht. ‘Vrouwen kunnen niet voetballen’, roepen ze dan. Natuurlijk zie je dat het spelletje langzamer is. Dat is bij hockey of volleybal net zo. Maar alleen bij voetbal wordt het niet geaccepteerd.”

Routinier Melis (26) debuteerde al in 2004 in Oranje, speelde tot nu toe 98 interlands en speelt al zeven jaar als fullprof in de Zweedse competitie. Minder dan de mannen? „Dat hoor je vooral in Nederland, in landen als Zweden en Duitsland heb je dat niet.” Ergernis? „Als Johan Derksen weer eens roept dat het niets is, denk ik: ‘lul maar raak man, jij zit ook maar een beetje dik te zijn in je stoel.’ Net of hij zelf zo’n geweldige voetballer was. Nee hoor, blijf ons maar lekker afkatten.”

Even stilte, dan een droge constatering. „Oh, nou word ik zelf ook een beetje kattig, geloof ik.” Maar toch. Het zit haar hoog. „Die mensen leven misschien nog in de jaren zestig of zeventig, toen vrouwenvoetbal gold als iets voor dikke vrouwen of manwijven. Dat slaat echt nergens op, is zo oneerlijk. Wij zijn juist een heel vrouwelijk team.”

Zie de reserves keihard trainen, op een zaterdagavond in de EK-voorbereiding. De A-ploeg had zojuist met 3-1 gewonnen van Australië, met na een weifelende start fraaie staaltjes voetbal. Dribbels en goals van Martens, acties van Melis, steekpassjes van Sherida Spitse en verdedigende klasse van aanvoerder Daphne Koster. Ook toen de paar duizend fans na de wedstrijd enthousiast waren vertrokken, bleef de passie op het veld. Zoals ooit de Meiden met een Missie gingen voor Nederlands handbalsucces, de volleybalsters met Avital Selinger barrières doorbraken of de hockeyploeg van coach Marc Lammers succes afdwong. „Deze meiden doen en laten er echt alles voor”, stelt bondscoach Reyners.

Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport, wereldwijd en in Nederland. Liefst 127.488 vrouwen (50.550) en meisjes (76.938) registreerde de KNVB in 2012. Ajax en PSV begonnen met een team en streden met vrouwenvoetbalbolwerken als ADO Den Haag en FC Twente afgelopen seizoen voor het eerst om de titel in de BeNeLiga, de hoogste klasse van Nederland en België. Over de grens trok en oefenduel tussen Duitsland en wereldkampioen Japan vorige week liefst 46.000 toeschouwers. „Kijk gewoon wat er wereldwijd gebeurt met meiden- en vrouwenvoetbal”, zegt Reyners. „Daar ontkom je op een gegeven moment niet meer aan.”

De eerste winst hebben de bondscoach en zijn team al binnen. De NOS zendt alle EK-duels van de Oranje Leeuwinnen rechtstreeks uit. „Dat kan best iets doorbreken”, zegt Melis. „In 2009 kwam de NOS pas in de halve finale.” In Zweden is tv-aandacht voor vrouwenvoetbal normaal, weet de spits van LdB FC Malmö. „Bijna wekelijks wordt een competitiewedstrijd live uitgezonden. Het zou een stap vooruit zijn als ze in het Sportjournaal samenvattingen uitzenden van de BeNeLiga.” Zoals in Duitsland, beaamt Martens. „Daar heeft de bond een contract met de nationale tv-zenders om het uit te zenden.”

Het EK is een uitgelezen kans om het vrouwenvoetbal in Nederland op de kaart te zetten. Verbeter de opleiding voor meisjes, stelt Martens voor. „Je speelt als meisje altijd tussen de jongens, wordt een enkele keer geselecteerd om samen centraal te trainen. Dan houdt het op. Twente is de enige met een jeugdopleiding. Dat zouden alle clubs moeten doen. Als wij een goed EK spelen, kan er misschien een balletje gaan rollen.”

Presteren op het EK is het belangrijkste, maar ook Melis kijkt verder. „Wij bepalen wat voor toekomst jonge meiden van 10, 11 jaar straks krijgen in het vrouwenvoetbal.” Ze houdt ook een pleidooi voor een reële vergoeding voor de speelsters in de BeNeLiga. „Dat is normaal als je ziet hoeveel tijd en energie die meiden in hun sport steken. Nu moet je in Nederland vaak na een studie stoppen met voetballen en een baan zoeken. Je kunt niet leven van 200 euro in de maand.”

De droom? „Ik hoop dat het ooit zo wordt als met hockey en andere teamsporten, met een volwaardige vrouwen- en mannencompetitie”, zegt de jonge Martens. Het recept? „Gewoon Europees kampioen worden, dat is de beste oplossing. Mannen laten zien dat wij kunnen voetballen. Dat werkt wel motiverend.”