Bijzonder fenomeen: de (meester)knechten

De knechten van Chris Froome vormen het grootste raadsel in deze Tour de France. Hun ploeg, Sky, gaat prat op zijn uitgekiende, wetenschappelijke benadering van de wielersport en manager Dave Brailsford zei voor de start van de ronde: „Deze negen renners verkeren in uitstekende vorm. Ze zijn klaar voor de uitdaging, we hebben een goeie mix.”

Maar Froome moest in de bergetappe zondag in zijn gele trui het vuile werk helemaal zelf opknappen en gisteren was er precies één Sky-renner die hem in de slotfase van de overwegend vlakke etappe uit de wind kon houden. Terwijl ze zaterdag zo superieur oogden. Richie Porte aan wie de kwaliteit werd toegedicht zelf ook de Tour te kunnen winnen. Vasil Kiryienka, de renner met het meest stoïcijnse gezicht van het peloton, die op kop kan rijden met een ogenschijnlijk gemak dat meer past bij het ramen zemen. Ze zijn nergens meer, Kiryienka is zelfs uit de koers genomen. Weet iemand waar Edvald Boasson Hagen is gebleven? Onzichtbaar gemaakt in het laboratorium van Sky?

Knechten, ze zijn een vreemd fenomeen. Alleen het woord ‘knecht’ al. Buiten de wielersport is het vrijwel in onbruik geraakt, of bestaat het hooguit in de uitdrukking ‘Ik ben je knecht niet’. In het feodale wielrennen heb je niet alleen de knecht, maar ook de overtreffende trap daarvan: de meesterknecht. Eddy Merckx had in zijn glanzende carrière ideale meesterknechten. Zoals Victor Van Schil die in 1969 met zijn kopman met tien minuten voorsprong de finish van Luik-Bastenaken-Luik naderde. Merckx, in een zeldzame bui van vrijgevigheid, wilde zijn trouwe helper de zege cadeau doen. Van Schil weigerde en zei: „Eddy, desnoods draag ik je over de finish, maar jij wint hier vandaag. Je kon me zes keer lossen, maar toch nam je me mee. Jij bent de enige waardige winnaar.”

Zulke trouw is zeldzaam. Het verraad ligt eerder op de loer. Dertien jaar geleden schreef NRC Handelsblad lovend over de knechten van Lance Armstrong. Frank Andreu, Tyler Hamilton, George Hincapie en Ken Livingston hadden één doel: „Loods Lance veilig naar Parijs.” Vorig jaar bekenden ze hun dopinggebruik en duwden hun voormalige kopman genadeloos het ravijn in, enthousiast geholpen door mevrouw Betsy Andreu.

Neem dan José De Cauwer, de wieleranalist van de Vlaamse televisie die zoveel Nederlandse kijkers bij de NOS wegtrekt. Hij was ooit de meesterknecht van Hennie Kuiper. Naar men zei had Kuiper de benen en De Cauwer de hersenen. Superknecht. Nu nog steeds de wegkapitein van commentator Michel Wuyts.

De knecht van nu kan de leider van morgen zijn. Miguel Induraín, vijfvoudig Tourwinnaar was ooit de meesterknecht van Pedro Delgado. Chris Froome was vorig jaar de trouwe helper van winnaar Bradley Wiggins. Nou ja, trouw, zijn lichaamstaal verried toen al de rebellie die in hem school.

Robert Gesink – wat een zottenklap om hem al af te schrijven – was jaren kopman, maar ontpopt zich nu als loyale secondant van zijn voormalige helper Laurens ten Dam en van Bauke Mollema. Een pragmatische renner wisselt moeiteloos van rol.

Knechten heten onmisbaar te zijn. Als Froome de Tour straks als zzp’er weet te winnen, verricht hij dus een bijzondere prestatie. En wat er dan met zijn knechten aan de hand was? Daarover meer, over een jaar of tien. De waarheid is als een wandeletappe.