Akkoord in België over decentralisatie staat

De Belgische regeringspartijen hebben gisteren een akkoord bereikt over verregaande decentralisatie van de Belgische staat. De middelen van de regio’s Vlaanderen, Wallonië en Brussel stijgen met 40 procent, ten koste van die van de federale overheid.

De grote lijnen van de staatshervorming waren al afgesproken in het coalitieakkoord tussen drie Vlaamse en drie Franstalige partijen in 2011. Nu zijn de partijen het eens over de invulling ervan. De deelstaten worden verantwoordelijk voor onder meer de kinderbijslag, de tarieven in de gezondheidszorg, de hypotheekrenteaftrek en de huurwetgeving .

Het akkoord wordt in Belgische media gezien als een succes voor premier Elio Di Rupo, een Franstalig socialist. Di Rupo noemde de hervorming gisteren „de grootste ooit in de geschiedenis van ons land”. Eerder forceerde Di Rupo een compromis over het hoofdpijndossier ‘BHV’, de opsplitsing van het tweetalige kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde.

De staatshervorming was het voornaamste struikelblok in de extreem lange – meer dan 500 dagen durende – regeringsformatie in 2010-2011. Decentralisatie was een voorwaarde voor Vlaamse partijen om aan de coalitie deel te nemen.

De Vlaams-nationalistische oppositiepartij N-VA, de grootste partij van België, meent dat de hervorming de Vlamingen alleen maar geld kost. In ruil daarvoor krijgen ze „een bric-à-brac van bevoegdheden die de zaken nog complexer en minder efficiënt maken”, meent de N-VA.