Zeggenschap gepensioneerden beperkt

Vorige week trad een pensioenwet in werking die 65-plussers macht geeft. Vandaag wordt die deels teruggedraaid.

Een wet die na een week al wordt vervangen door een nieuwe. „Een vreemd verhaal”, zegt Eerste Kamerlid Kees de Lange van de Onafhankelijke Senaatsfractie. „Er is ongelooflijk tegen gelobbyd. Dit is een pure machtstrijd.”

Het terugdraaien van de wet, die gepensioneerden meer zeggenschap over hun pensioen geeft, is de zoveelste episode in een strijd die al decennia wordt gevoerd over de vraag: hebben gepensioneerden wel of geen recht op een bestuurszetel in pensioenfondsen die voor complete bedrijfstakken werken? Die besturen bestaan nu voor de helft uit werkgevers en voor de helft uit werknemers, vertegenwoordigd door vakbonden. Slechts een klein aantal gepensioneerden is vakbondslid.

Sinds 1968 doet D66, gesteund door ouderenorganisaties, een poging 65-plussers een eigen positie bij pensioenfondsen te geven. Het gaat om grote fondsen die miljarden beheren, zoals het ABP voor ambtenaren. „Van de drie direct belanghebbenden, werkgevers, werknemers en gepensioneerden, zitten alleen die laatsten niet in het bestuur. Dat is vreemd”, zegt oud-Kamerlid Fatma Koser Kaya (D66), inmiddels wethouder in Wassenaar.

Koser Kaya kreeg samen met Stef Blok (VVD), inmiddels minister voor Wonen – in 2012 haar initiatiefwet door de Eerste Kamer. Kern: gepensioneerden hebben recht op een „evenredige vertegenwoordiging” in besturen. Ze kunnen bijvoorbeeld een kwart van de bestuurszetels bezetten, of de helft, afhankelijk van hoe groot het aandeel gepensioneerden in het fonds is.

De wet-Koser Kaya/Blok ging op 1 juli van dit jaar in. Maar een week later is die de facto achterhaald: vanavond stemt de senaat hoogstwaarschijnlijk in met een overkoepelende wet voor pensioenbesturen, een kabinetsvoorstel. Daarin staat dat gepensioneerden voor maximaal 25 procent deel van een bestuur mogen uitmaken. „Een stap terug”, zegt Kamerlid Steven van Weyenberg (D66), opvolger van Koser Kaya.

Werkgeversorganisaties en de vakbeweging verzetten zich tegen meer invloed van 65-plussers. Ze vrezen macht te verliezen en zijn bang dat gepensioneerden de besturen zullen overheersen. Ze zouden bijvoorbeeld kunnen bepalen dat werknemers meer premie gaan betalen in plaats van dat op pensioenen wordt gekort. Woordvoerder Gert Kloosterboer van de Pensioenfederatie, koepel van pensioenfondsen: „Je moet niet voor elk deelgroeperinkje eigen vertegenwoordigers hebben. Straks krijg je de jongeren, de vrouwen.”

Het kabinetsvoorstel komt deels tegemoet aan de bezwaren van de sociale partners, die voor „voortdurende druk” hebben gezorgd, zegt Van Weyenberg. De VVD keert zich dus tegen de ‘eigen’ wet van Blok. De partij moest wel, nu het kabinet de afgelopen maanden heeft geprobeerd de sociale partners bij de miljardenbezuinigingen te betrekken teneinde maatschappelijk draagvlak te krijgen. Daar komt bij dat coalitiepartner PvdA niet enthousiast is over de wet-Koser Kaya/Blok.

Volgens Tweede Kamerlid Helma Lodders (VVD) ligt het allemaal simpeler: de nieuwe wet is gewoon „veel beter” dan de oude: „Bij de fractiebespreking van de wet-Koser Kaya/Blok kon het kwartje twee kanten oprollen. Toen rolde het de ene kant op, nu de andere.” En, zo zegt ze, gepensioneerden hebben in de nieuwe wet altijd recht op een plek in de besturen. Dat hebben ze nu niet.

Senator De Lange vindt dat te mager: „De hegemonie van de vakbonden werd aanvankelijk doorbroken. Nu gebeurt dat in veel mindere mate. „De pensioenen blijven de speeltuin van de sociale partners.”