Staalfabriek als spiegel

Atelier Van Lieshout is eregast in de culturele hoofdstad Marseille, waar Nederland prominent aanwezig is. Een doekje voor het bloeden?

‘Blast Furnace’ van Atelier van Lieshout in Marseille. Foto J.C. Lett

Vertwijfeld kijkt de Franse criticus de kunstenaar Joep van Lieshout aan. „Uw project, doet dat niet erg denken aan George Orwell?” Van Lieshout heeft een dag eerder zijn werken ‘Slave City’ en ‘The Butcher’ aan de lokale pers getoond en zit nu met de journalisten aan tafel. Het eerste project is een model voor een angstaanjagend rationele utopische samenleving, het tweede een begin van een poging om een ideale wereld te creëren waarin producent en product nader tot elkaar komen.

„Welnee”, reageert Van Lieshout in ontspannen vakantie-Frans. „Slave City is veel slimmer en winstgevender dan Orwell ooit had kunnen bedenken. 8,7 miljard euro op jaarbasis levert het op!”

Het project, waaraan hij vijf jaar werkte, bestaat uit tekeningen, maquettes en sculpturen van een economisch en ecologisch optimaal efficiënte samenleving, waarin zelfs afgedankte slaven gerecycled worden. Het is eerder onder andere tentoongesteld in Duitsland, waar de vergelijking met concentratiekampen snel gemaakt was. De Franse pers ziet er een „waarschuwing” in voor de steeds minder op de menselijke maat gerichte wereld. „Mijn kunstwerken zijn altijd een soort spiegel op wat er gebeurt in de wereld”, stelt Van Lieshout de criticus gerust. „Extreme rationaliteit is gevaarlijk.”

Atelier Van Lieshout, het Rotterdamse bedrijf waarin hij zijn werk heeft ondergebracht, is tot eind van dit jaar het middelpunt van een groot project in La Friche la Belle de Mai, een nieuw industrieel kunstcomplex aan het TGV-spoor in Marseille. Naast het oudere Slave City, is hier het eerste deel te zien van een nieuwe parallelle wereld, ‘The New Total Labyrinth’, waarin industrie en landbouw centraal staan.

„Ik wil de industriële revolutie opnieuw uitvinden”, zegt Van Lieshout voor zijn ‘Blast Furnace’ (‘hoogoven’), een 10,5 meter gevaarte op de bovenste etage van La Friche. „Om de afstand tussen product en consument te verkleinen, ontwerp ik nieuwe machines en installaties voor essentiële producten.” De staalfabriek is aangedreven door spierkracht. „Je hebt in de tredmolen 32 man nodig om de ventilator aan te zwengelen”, lacht hij vilein.

Marseille is dit jaar een van de twee culturele hoofdsteden van Europa. En Nederland is prominent aanwezig. Onder de woordspelerige noemer ‘Oh! Pays-Bas’ heeft de ambassade in Parijs de ongeveer veertig Nederlandse bijdragen in de Provence samengebracht op een promotiewebsite. Een communicatiebureau verzorgt de PR, het vervoer, in zes vrachtwagens, van het werk van Van Lieshout is financieel ondersteund.

„Maar met de keuze voor de kunst zelf hebben wij niets te maken”, verzekert Jeanne Wikler, de Culturele Raad van de ambassade die de eerste contacten legde. Wikler was tot voor kort ook directeur van het Institut Néerlandais, het cultuurcentrum dat wegens bezuinigingen dit jaar de deuren sluit, maar ze vertrok na een conflict en lang ziekteverlof.

Al drie jaar terug ontstond het plan om Nederlandse kunst in de havenstad voor het voetlicht te brengen, zegt ze. Nu lijkt het project zo kort na de zwaar bekritiseerde sluiting een doekje voor het bloeden. „Het beeld bestaat dat we minder aan cultuur gaan doen”, zegt ambassadeur Ed Kronenburg, ook in Marseille. „Maar dat is niet zo. Dit hadden we sowieso gedaan.”

De culturele samenwerking tussen Nederland en Frankrijk moet „flexibeler” en goedkoper, zonder geldverslindend eigen gebouw, vinden Buitenlandse Zaken en de Raad voor Cultuur. Om kunst te promoten zal vaker „aansluiting” gezocht worden bij bestaande festivals en kunstinstellingen, zegt Kronenburg. Op vele projecten in Marseille staat nu een Hollands logo.

Het werk van Van Lieshout op het raakvlak van architectuur, design en beeldende kunst sluit volgens Véronique Collard Bovy van kunstfederatie Le Cartel, die hem uitnodigde, aan op de vele disciplines die in La Friche samenkomen. „De vragen die hij stelt over functionaliteit en gebruik passen bij de maatschappelijke vragen die het culturele jaar zich stelt”, zegt zij. Als deel van het project (‘The Butcher’) zal hij ter plaatse in september ook twee complete koeien in hun geheel ritueel bereiden. „Dat kost inspanning, net als het werk in mijn hoogoven”, zegt Van Lieshout.

„We werken in het westen nu nog vooral in de dienstensector. Dat is niet heel normaal vind ik. Mijn fabrieken en de boerderijen waaraan ik werk, zullen emotioneel waardevollere producten opleveren omdat mensen er echt voor gewerkt hebben. Materialen zijn tegenwoordig goedkoop, terwijl arbeid duur is. In mijn wereld is er een beter evenwicht.”