Snowden zag een bondgenoot in deze journalist

Tot voor kort had niemand van documentairemaker Laura Poitras gehoord Omdat Snowden de gevestigde media wantrouwt, stapte hij naar haar Want Poitras weet hoe het is om staatsgevaarlijk te zijn

Redacteur buitenland

Laura Poitras heeft de opmerkelijke eer dat haar naam prijkt boven vier van de grootste journalistieke verhalen van de afgelopen tijd. Het eerste verhaal, in The Washington Post, onthulde het geheime afluisterprogramma PRISM van de National Security Agency (NSA). Het tweede was een video op de website van The Guardian, waarin de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden wordt geïnterviewd. Het derde artikel, in Der Spiegel, bracht aan het licht dat de NSA Europese ambassades en instellingen bespioneert. Afgelopen weekend bracht het Duitse weekblad het vierde stuk. Daarin beschuldigt Snowden de NSA ervan met onder meer Duitsland samen te werken bij zijn spionageactiviteiten.

Hoe komt een Amerikaanse documentairemaakster, die tot voor kort nauwelijks bekend was, ineens bij drie vooraanstaande internationale media terecht? En ook nog met zulke grote scoops?

Poitras kreeg in januari een e-mail van een anonieme afzender, die zei belastende informatie over de Amerikaanse inlichtingendienst te hebben. Hij wilde via een streng beveiligd kanaal met haar chatten. Ze wist niet wie hij was of waar hij werkte. Maar: „Ik had het gevoel dat het betrouwbaar was”, zei Poitras tegen internetmagazine Salon.

Waarom zij? Het lag voor de hand dat dat een Amerikaanse klokkenluider als Snowden met zijn informatie bijvoorbeeld naar een grote krant als The New York Times was gestapt. Maar hij wantrouwde de gevestigde media.

In Poitras zag Snowden een bondgenoot. Niet alleen vanwege de onderwerpen van haar documentaires – de gevolgen van de Amerikaanse oorlog tegen terrorisme – maar ook omdat ze zelf doelwit is van de geheime dienst. Sinds haar film My Country, My Country (2006) werd ze telkens als ze de Verenigde Staten binnenkwam, gearresteerd en uren ondervraagd. Snowden zei tegen haar: „Je vindt het waarschijnlijk vreselijk hoe dit systeem werkt, ik denk dat je het verhaal kunt vertellen”, zo vertelde ze tegen Salon.

Trilogie

My Country, My Country is het eerste deel van wat een drieluik moet worden over Amerika na 11 september 2001. De film toont de gevolgen van de bezetting van Irak voor gewone Irakezen en Amerikaanse militairen. De film werd genomineerd voor een Oscar voor beste documentaire. De tweede film, The Oath (2010), volgt Jemeniet Salim Ahmed Hamdan, de chauffeur van Osama bin Laden die in de Amerikaanse terreurgevangenis op Guantánamo Bay terechtkwam.

Aan het derde deel van de trilogie werkt ze nog. Dat zal gaan over hoe de oorlog tegen terrorisme werd geïmporteerd naar de VS: Amerikanen worden door hun eigen regering steeds nauwlettender in de gaten gehouden. Maar haar werk wordt steeds moeilijker gemaakt door de Amerikaanse autoriteiten.

Veertig keer aangehouden

Sinds 2006 is Poitras zo’n veertig keer aangehouden door agenten van het Department of Homeland Security, zo vertelde ze tegen Democracy Now. Meestal staan ze haar onderaan de vliegtuigtrap al op te wachten. Ze ondervragen haar urenlang over waar ze is geweest en met wie ze heeft gesproken. Ze nemen ook haar laptop, mobiele telefoon en camera in beslag, die ze weken later pas terug krijgt, waarschijnlijk nadat de inhoud is gekopieerd. Poitras schreef vorig jaar in The New York Times dat agenten op de luchthaven van New York tegen haar zeiden: „Als je onze vragen niet beantwoordt, dan vinden we de antwoorden wel op je elektronica.”

Inmiddels heeft Poitras maatregelen genomen om haar werk te kunnen blijven doen en haar bronnen te beschermen. Ze woont in Europa, reist zonder elektronische apparatuur, verstuurt ruw videomateriaal naar beveiligde locaties, beschermt haar computers met encryptie en praat via de telefoon zo min mogelijk over haar werk.

De Amerikaanse journalist Glenn Greenwald schreef vorig jaar in Salon een lang en fel verhaal over de behandeling van Poitras. Hij concludeerde: „Dit is het klimaat van angst dat de Amerikaanse regering heeft gecreëerd voor een ongelooflijk talentvolle journalist en filmmaker, die nooit is beschuldigd, laat staan veroordeeld, voor wat voor een overtreding dan ook.”

Greenwald en Poitras kenden elkaar uit het bestuur van Freedom of the Press, een organisatie die journalisten ondersteunt die „slecht bestuur, corruptie en wetsovertredingen in de regering” blootleggen. Toen Poitras advies wilde over de klokkenluider die haar had gemaild, belde ze een aantal ervaren collega’s. Zo ook Greenwald, die zelf ook een mail van Snowden had gekregen, maar die niet zo serieus had genomen. Poitras overtuigde hem dat wel te doen.

Ze legde ook contact met Barton Gellman, een voormalig journalist van The Washington Post. Met hem publiceerde Poitras over het afluisterprogramma van de NSA in The Washington Post. Journalist Greenwald bracht het nieuws dezelfde dag in The Guardian. Hij was een week eerder samen met Poitras naar Hongkong gevlogen om Snowden te ontmoeten in een hotel. Ze interviewden hem het grootste deel van de week en schreven op basis daarvan artikelen. Een van die interviews, over Snowdens beweegredenen, heeft Poitras gefilmd.

Hoe Der Spiegel in contact is gekomen met Snowden of Poitras is vooralsnog onduidelijk. Het Duitse weekblad wil geen uitspraken doen over zijn bronnen. En Poitras heeft niet gereageerd op een interviewverzoek van deze krant. Tegen The New York Times zei ze eerder dat ze een „triljoen e-mails heeft ontvangen”, maar zo min mogelijk aandacht op zichzelf wil vestigen.