Rust in Eerste Kamer is voorbode heet najaar

Vandaag gaat ook de Eerste Kamer met reces. Op de valreep sneuvelt er het eerste wetsvoorstel van het seizoen, maar echt spannend wordt het pas in de herfst.

Senatoren begonnen er al aan te wennen dat vlak voor een recesperiode nog snel „met stoom en kokend water” een trits aan cruciale wetgeving door de Eerste Kamer gepompt wordt. Een jaar geleden werd op de laatste dag voor de zomer de bulk van het Lenteakkoord behandeld. Voor Kerst werd gestemd over een enorm belastingplan en de beperking van hypotheekrenteaftrek.

En vandaag? De meest controversiële punten op de agenda zijn een wetje over de besturen van pensioenfondsen en ééntje over het maximaal aantal gemeenteraadsleden. Die laatste redt het niet, maar daarvan ligt niemand wakker. „Het is hier nog nooit zo rustig geweest”, zegt een senator van de oppositie. „Juist dat toont het probleem van dit kabinet.”

Het ontbreken van een meerderheid van VVD en PvdA in de Eerste Kamer houdt het kabinet gegijzeld. Feitelijk heeft de senaat het kabinet-Rutte II nog helemaal niet dwars gelegen, maar de machtspositie wordt door oppositiepartijen in de Tweede Kamer maximaal uitgebuit. Daardoor sneefde de ambitie die het kabinet bij zijn aantreden had om alle belangrijke wetgeving uit het regeerakkoord al dit jaar al door beide Kamers te laten behandelen. De gevolgen zijn bekend: een woonakkoord, een sociaal akkoord, een zorgakkoord en, tot nu toe mislukte, pogingen van de coalitie om steun te vinden voor bezuinigingen. Vertraging.

De al lopende discussie over het ‘politieke’ karakter van de Eerste Kamer is sinds het aantreden van het VVD-PvdA-kabinet verhevigd. Is die senaat er nou alleen om wetsvoorstellen te toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid? Of juist om de inhoudelijke, politieke discussie over die voorstellen dunnetjes over te doen? Allebei, zeggen senatoren. Zij toetsen de kwaliteit van wetgeving met het eigen verkiezingsprogramma „in de achterzak”, zoals D66-fractievoorzitter Roger van Boxtel het noemt.

Het CDA (met 11 zetels in de Eerste Kamer in potentie doorslaggevend) bewees de afgelopen maanden dat het daarmee twee kanten op kan. De partij stemde in maart tegen inkomensafhankelijke huurverhogingen voor gesubsidieerde woningen, terwijl het daar in het eigen verkiezingsprogramma vóór pleit. De redenatie van de senaatsfractie was dat de wet zó snel werd ingevoerd dat deze niet zorgvuldig kón zijn. Tegen dus.

Vorige maand verraste de partij opnieuw. Het CDA had in de Tweede Kamer tegen een plan gestemd om de kinderbijslag dit jaar niet te indexeren. CDA-senator Wopke Hoekstra stelde dat er technisch niets mankeerde aan het voorstel. Inhoudelijk had bij bezwaren, maar omdat „de pijn relatief beperkt is” en het kabinet „een terechte poging om de overheidsfinanciën op orde te brengen” doet, kreeg het kabinet steun.

Indexeren van de kinderbijslag is klein bier, zoals dat heet, maar het kabinet put er hoop uit voor ingrijpender maatregelen die in het najaar de senaat bereiken. Het CDA in de Eerste Kamer loopt blijkbaar niet aan de leiband van de Tweede Kamerfractie.

In het najaar komt de echte proef, bijvoorbeeld met een pensioenhervorming die 3 miljard moet opleveren, maar waarmee in de Tweede Kamer alleen VVD en PvdA instemden. Volgen senatoren hun partijgenoten aan de overkant van het Binnenhof, of niet? Het is niet te voorspellen. Bovendien moet het kabinet niet alleen rekening houden met de technische én politieke afwegingen van de oppositie, maar ook met de wispelturigheid van ‘eigen’ senatoren. Vooral PvdA heeft moeite met delen van het regeerakkoord. En het rommelt in de fractie, zo bleek bij de verkiezing van een nieuwe senaatsvoorzitter.

De enige zekerheid waarmee de Eerste Kamer het reces in gaat, is dat alles na de zomer onzeker is. Het kan dat in de Tweede Kamer alsnog deals gesloten worden die de dreiging van de senaat wegnemen. Maar anders zit er niets anders op dan afwachten. Want, zoals de nieuwe senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol (VVD) bij haar verkiezing vorige week zei: „Vooraf speculeren of een wetsvoorstel al dan niet door deze Kamer komt is, inderdaad, speculatie.”