Pot wil niet praten met Van Gaal

Cor Pot wil niet meer met bondscoach Louis van Gaal om tafel om het EK onder 21 jaar te evalueren. In het AD zegt de voormalige coach van Jong Oranje vandaag dat de evaluatie van het EK weinig zin meer heeft na de uitlatingen van Van Gaal. De bondscoach gaf zaterdag in dezelfde krant zijn mening over het spel van Jong Oranje dat op het EK in de halve finale werd uitgeschakeld.

Van Gaal: „Als je één helft goed speelt op een toernooi, kun je niet tevreden zijn. Dat lijkt mij wel duidelijk. De details zullen we eerste intern bespreken. Maar iedereen heeft kunnen zien dat het één helft goed was, dat het tegen Rusland pas iets beter werd toen zij met tien man kwamen te staan en dat ze tegen Spanje zijn weggespeeld.”

Pot is niet te spreken over de uitlatingen van de bondscoach. „Ik vind dit nou niet bepaald heel respectvol. Natuurlijk mag Van Gaal zijn mening hebben, maar ik dacht dat we dit intern zouden bespreken.”

De geplande evaluatie op het bondsbureau in Zeist met Van Gaal en directeur betaald voetbal Bert van Oostveen vindt de vertrekkende Pot dan ook niet nodig. „Die evaluatie is in principe al gedaan. Niet op kantoor, waar we hadden afgesproken, maar door Van Gaal in de krant”, aldus Pot die tijdens het jeugd-EK ook al met zijn baas in de clinch lag.

Van Gaal gaf vorige maand vanuit China, waar hij met een Oranje op oefenstage was, commentaar op het spel van Jong Oranje. Daarop zei Pot tijdens een persconferentie in Israël dat Van Gaal een van de zestien miljoen bondscoaches van Nederland is en dat ook hij zijn mening mocht geven. Daarna spraken de twee met elkaar in Israël en leek de lucht geklaard.

In het AD komt Pot terug op dat voorval. „Er was natuurlijk een voorgeschiedenis in Israël. Het zou vervolgens stil blijven tot de evaluatie in Zeist. Dan geef je als Van Gaal dus geen waardeoordeel in een krant.”

Pot: „Ik vind het erg jammer dat hij dit doet, maar ik hoef niet alles te pikken. Ik hoef aan Van Gaal overigens geen enkele verantwoording af te leggen. Hij was namelijk niet mijn baas, dat was Bert van Oostveen.”