Oud-SS'er in september voor rechter

De rechtszaak tegen de van oorlogsmisdaden verdachte Nederlander Siert Bruins (92) begint op 2 september in de Duitse plaats Hagen. Voormalig SS-Rottenführer Bruins wordt verdacht van de moord op de Friese verzetsman Aldert Klaas Dijkema, gepleegd op 22 september 1944. Dijkema’s zus is als zogenoemde Nebenkläger bij de zaak betrokken. Dat heeft de Duitse justitie gisteren bekendgemaakt. De rechtbank heeft elf zittingsdagen voor de zaak gereserveerd.

Bruins, die na de oorlog naar Duitsland vluchtte en de Duitse nationaliteit bezit, heeft in een tv-interview ontkend dat hij de moord heeft gepleegd. De dader zou zijn meerdere August Neuhäuser zijn geweest. Bruins, wiens bijnaam het Beest van Appingedam was, stond in 1980 in Duitsland al terecht wegens betrokkenheid bij de dood van twee Joodse broers in 1945. Daarvoor kreeg hij zeven jaar cel, waarvan hij er vijf uitzat.

De moord op Dijkema is in het verleden al onderwerp geweest van onderzoek. Het kwam toen niet tot een vervolging, omdat het onduidelijk was of de moord op de verzetsman wel op heimtückische (boosaardige) wijze was gepleegd. Als dat niet het geval is, luidt de zwaarste aanklacht doodslag. En dat misdrijf was ten tijde van het onderzoek al verjaard.

Het proces in 2010 tegen Heinrich Boere, een andere Nederlandse oorlogsmisdadiger, heeft nieuwe jurisprudentie geschapen. De speciale openbaar aanklager in Dortmund, die de zaak behandelt, meent dat de moord op Dijkema overeenkomt met een van de moorden waarvoor Boere is veroordeeld. Daarvan is het boosaardige karakter inmiddels tot in hoger beroep bevestigd.