Opstelten, voorkom herhaling van fouten

Tot de zwartste perioden in de geschiedenis van het justitiële opsporingsapparaat behoort de IRT-affaire. Het Interregionaal Recherche Team maakte begin jaren negentig gebruik van criminele infiltranten in drugsbendes, in een poging de ‘grote jongens’ te vangen. Het effect was averechts. De infiltratie leidde tot de import van extra hoeveelheden drugs in Nederland, tot genoegen van de criminelen die er rijk van werden. Eerder dan dat de politie er succes mee boekte, profiteerden zij van de toestemming voor hun criminele activiteiten die ze in het geheim van de politie hadden gekregen.

De gevolgen waren niet gering. Ministers die er niet van wisten, maar politiek wel verantwoordelijk waren, traden af: Hirsch Ballin (CDA) van Justitie en Van Thijn (PvdA) van Binnenlandse Zaken. Vervolgens, in 1996, trok de ‘parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden’ onthutsende conclusies over de crisis die bij politie en justitie heerste. Een andere onderzoekscommissie van de Tweede Kamer ontdekte drie jaar later nog meer misstanden die het gevolg waren van de dubbelrol die politieagenten speelden.

Die bladzijde leek omgeslagen, maar afgelopen vrijdag sloeg minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) hem terug. De traditionele opsporingsmethoden schieten tekort om de zware criminelen te pakken, liet hij weten. Het kabinet wil daarom weer toestaan dat „in zeer uitzonderlijke gevallen” criminele burgerinfiltranten worden ingezet, schreef hij in een brief aan de Tweede Kamer. Volgens het oude adagium dus dat je boeven het beste met boeven vangt.

Bovendien mag het Openbaar Ministerie ruimer gebruikmaken van kroongetuigen. Leden dus van bendes die, volgens het kabinetsplan, op een veel lagere strafeis en op overheidsgeld mogen rekenen.

De ervaring die justitie met kroongetuigen heeft opgedaan, duiden bepaald niet op een succesvolle methode. Hetzelfde geldt voor de inzet van criminele infiltranten. Hoezeer de minister er ook strikte voorwaarden aan stelt en hoe uitzonderlijk ook de situaties zijn waartoe hij deze inzet wil beperken, het risico op mislukking is groot. Bijvoorbeeld doordat politieagenten zelf corrupt worden en bezwijken voor de verleidingen die het criminele circuit hun biedt.

Waarschuwingen die het voormalige Tweede Kamerlid De Graaf (D66) en oud-hoofdofficier van justitie Vrakking gisteren in deze krant deden, kunnen maar beter ter harte worden genomen. De Graaf was lid van de parlementaire enquêtecommissie en Vrakking de hoofdofficier die in 1993 tot opheffing van het IRT besloot. Ervaringsdeskundigen dus. En ervaringen kunnen helpen om het herhalen van fouten te voorkomen.