Nooit meer denken aan een witte beer

Psycholoog Dan Wegner onderzocht hoe we denken over volledig verlamde mensen, toen hij ontdekte dat hij zelf de zenuwziekte ALS had.

Op 9 september 2011 werd op Harvard University in Boston het eendaagse congres ‘Wegstock’ gehouden, ter ere van sociaal psycholoog Dan Wegner, die afgelopen vrijdag thuis overleed. Wegner was wereldberoemd, onder collega’s maar ook bij een breder publiek, onder meer door zijn onderzoek waarin hij mensen opdroeg vijf minuten lang niet aan een witte beer te denken. Als dat daarna weer wél mocht, kregen mensen die witte beer ironisch genoeg niet meer uit hun gedachten: een rebound-effect.

Het congres was niet louter georganiseerd omdat Wegner zo bekend was, of zo’n goede onderzoeker. Hij was een jaar eerder gediagnosticeerd met de progressieve, dodelijke zenuwziekte ALS, amyotrofe laterale sclerose, die steeds meer spieren doet uitvallen. Hij wist dat hij nog maar kort te leven had. En die dag – toevallig net twee dagen nadat de fraude van Diederik Stapel bekend werd – hadden bevriende collega’s voor hem een feestje voor de sociale psychologie georganiseerd. Zeventien toppsychologen spraken een klein beetje over Dan Wegner en heel veel over hun en elkaars onderzoek. Een vrolijke dag werd het, geheel in lijn met Wegners absurde gevoel voor humor (hij heeft niet alleen een kopje useful links op zijn homepage, maar ook een kopje useless links). „Omdat het een congres is ter ere van hem”, zei congresvoorzitter en initiatiefnemer Dan Gilbert in zijn openingspraatje, „heeft hij ons allemaal opgedragen een ongebruikelijk stuk ondergoed te dragen en te proberen daar zo min mogelijk aan te denken.”

Wegner was een onderzoeker die zichzelf elke pakweg zeven jaar opnieuw probeerde uit te vinden, vertellen Henk Aarts (Universiteit Utrecht) en Ap Dijksterhuis (Radboud Universiteit, Nijmegen), de enige twee Europese sprekers op Wegstock. Dan ging hij iets nieuws onderzoeken. Naast het ‘witteberenonderzoek’ was zijn belangrijkste bijdrage aan de wetenschap zijn onderzoek naar de vrije wil – het gevoel van vrije wil stond volgens hem los van gedrag. In 2002 publiceerde hij het populair-wetenschappelijke boek The Illusion of Conscious Will.

Voor Aarts én Dijksterhuis was Wegner een soort mentor, een vaderfiguur. Dat vaderlijke had hij van nature, vertelt Dijksterhuis. „Het was een warme man. Hij was eigenlijk zelf een soort beer: groot en rustig. Maar qua onderzoek had hij tot aan het einde heel wilde, creatieve ideeën.” Aarts noemt Wegner „een groot kind”. „Hij hield erg van spelen. De tweede keer dat ik hem ontmoette, hebben we de hele avond gespeeld met een radiografisch bestuurbaar rood autootje dat hij voor zijn dochters had gekocht, maar die wilden het niet hebben.” Dijksterhuis was daar ook bij. Het autootje, een moeilijk te besturen ding, leek wel een eigen wil te hebben, klaagden de psychologen. „Daar is best veel onderzoek uitgekomen”, zegt Dijksterhuis. Onder meer naar de vraag onder welke omstandigheden we een wil, of handelingsbekwaamheid (het moeilijk te vertalen begrip agency), toeschrijven aan objecten.

De laatste tijd onderzocht Wegner het verschijnsel dat mensen van elkaar denken dat ze een vrije wil hebben, vertelt Aarts. „En hoe we aankijken tegen mensen met locked-in syndroom. Het is wel heel ironisch dat hij is gestorven aan iets waar hij veel wetenschappelijke belangstelling voor had.” Als bij ALS allerlei spieren zijn uitgevallen, kan de situatie ontstaan dat een patiënt niet meer kan communiceren terwijl hij nog wel bij bewustzijn is. Volgens Dijksterhuis was Wegner al vóór zijn ALS-diagnose met locked-in syndroom bezig.

Zaterdag is de uitvaart van Wegner in Winchester, bij Boston. Hij heeft gevraagd of mensen in Hawaii-shirt en korte broek willen komen. Dan Wegner werd 65 en laat zijn vrouw Toni en twee dochters achter.