Column

Niet hulpeloos

Op internet zwerft een hilarisch instructiefilmpje van Anonymous (ja, ze zijn er nog) in de categorie ‘overleven in de surveillancemaatschappij’. Deze aflevering: hoe omzeil je gezichtsherkenning door bewakingscamera’s?

Je kunt laserstralen op camera’s richten, petjes met ledlampjes dragen, blokken op je gezicht tekenen, maskers dragen – zeg maar alles waarvoor je wordt opgepakt voordat een camera dat ziet. Maar één tip is fantastisch: buig je hoofd opzij onder een hoek van ruim 15 graden. Geen programma zal je herkennen. Terwijl de figuranten in het filmpje blijmoedig diagonaal de wereld in kijken, preekt de voice-over: we are not helpless. En zo is het.

Sinds Snowden begon met klikken, zie ik het fatalisme om me heen oprukken. De gedachte dat wat je ook typt of zegt, toch wel ‘ergens’ door ‘iemand’ wordt opgeslagen. Iedereen kan overal bij. En je haalt je schouders op, privacy is een illusie.

Dat is natuurlijk onzin.

Internet is niet een kast waar een inlichtingendienst een kabel insteekt en alle data uittrekt. Internet is kwetsbaar, rommelig. Grote percentages zijn ongrijpbaar en onleesbaar. ‘Het internet’ aftappen is onmogelijk, er is niet één plek waar alles samenkomt. Het web is bovendien gevoelig voor chaos in de echte wereld. Knip een zeekabel door, en de boel loopt vast. Laat de elektriciteit uitvallen, en er is helemaal geen internet.

In dat rommelige landschap is er genoeg wat je kunt doen om jezelf te beschermen. De vrolijkste tip: plak een stickertje over de camera, als je bang bent om bespioneerd te worden. Goedkoop en doeltreffend! Bewaar je wachtwoorden op een papiertje, en niet digitaal. Zet je back-ups niet in de cloud, maar op een schijf in een kast. Doe gevoelig werk op een computer die niet op internet is aangesloten. En als je dan iets kwetsbaars moet mailen, versleutel je bericht. Dat vindt zelfs de NSA irritant.

Waarom die moeite? Omdat we niet moeten doen alsof we helemaal machteloos zijn. Tuurlijk, als een dienst of cybercrimineel echt iemand op het oog heeft, dan helpt een stickertje of schuin hoofd niet. Maar als genoeg mensen irritante trucjes uithalen, dan wordt het massale tappen, volgen en analyseren tijdrovender en duurder. Tot het punt waarop ‘ze’ misschien een keer zeggen: laat ook maar.

Carola Houtekamer schrijft elke week op deze plek over technologie