‘Mensen zonder ballast tonen’

De Franse choreograaf Olivier Dubois daagt het publiek graag uit met traag opgebouwde dansstukken. „Dan is de catharsis des te sterker.”

‘Tragédie’ van choreograaf Olivier Dubois. Foto François Stemmer

Olivier Dubois (41) glimt van tevredenheid. Levendig gebarend met zijn kleine handjes vertelt hij dat volgens zijn waarneming deze avond nog geen tien mensen voortijdig de zaal van het Landestheater in Linz hebben verlaten. Dat valt alles mee, want anders dan het Julidanspubliek, dat de voorstelling vanavond kan zien, is het overwegend keurige, Oostenrijkse abonnementenpubliek niet gewend aan choreografieën als Tragédie (2012).

Het opvallendste visuele kenmerk van Tragédie, de naaktheid van de achttien dansers (negen mannen en negen vrouwen), vormt niet de grootste ‘risicofactor’. Het zijn vooral de extreem langzame opbouw van het stuk en de soundscape van François Cafenne – onbarmhartig en pandemonisch.

De Franse choreograaf daagt het publiek graag uit. Dat bleek vorig jaar tijdens het Holland Festival toen hij in Révolution (2009) elf danseressen op de partij van de kleine trom in Ravels Boléro tergend lang een repetitieve paaldans liet uitvoeren, vóór hij hun machinale dans liet ontsporen. Het bleek een van de interessantste ‘dans-Boléro’s’ van de laatste jaren.

Zijn uitdagen, zegt Dubois, is geen provoceren. Hij wil de toeschouwer alleen op diens verantwoordelijkheid wijzen. „Ik zet een deur open. Het is aan jou of je blijft zitten, gaat schreeuwen of wegloopt. Die lange opbouw in Tragédie is nodig om de wending des te sterker te maken. Een ommekeer en uiteindelijk de catharsis.”

Tragédie is opgebouwd volgens de klassieke structuur van parados (de opkomst van het koor), episodes en stasimon (dialogen en koorzang) en exodos. De twaalflettergrepige alexandrijn uit de klassieke Franse tragedie vormt de basis voor zijn „geometrische gedicht” over menselijkheid, waarbij de dansers steeds twaalf passen in een rechte lijn heen en weer lopen.

Mens-zijn staat niet gelijk aan menselijk-zijn, aldus Dubois, en dat is de tragedie van ons bestaan. Nonchalant refereert hij aan Heideggers Sein und Zeit. „Sein, Dasein, Mitmensch-sein, tralala, je weet wel. Menselijkheid impliceert activiteit, werk, bewuste, overwogen keuzes. De openingssequentie, de opkomst van de performers, is als een biologisch theorema: ik ben een vrouw en zo ben ik geschapen, ik ben een man en zo ben ik geschapen. Zonder psychologische, sociologische of historische bagage ontmoeten zij elkaar opnieuw.” Daarom móésten de dansers naakt zijn, concludeerde Dubois, die zelf veelvuldig in volle mollige glorie te zien was in voorstellingen van onder anderen Jan Fabre, Nasser Martin-Gousset, Sasha Waltz en anderen.

Aanvankelijk lijken de dansers in het bleke licht identiteitsloos. Pas na geruime tijd sluipen persoonlijke accenten in hun bewegingen: opgetrokken schouders, een eigen stijl van lopen, plotse armbewegingen. Dan kijken en raken ze elkaar ook voor het eerst aan. Uiteindelijk breken zij in een onstuitbare beweging uit de dwingende maat van de harde, doffe slagen van de geluidsband van Cafenne.

Twee dansers, een dikke vrouw en een zwarte man, vallen op in de ‘massa’ van overwegend blanke, vrij atletisch gebouwde dansers. Dubois noemt hen „zijn Adam en Eva”. „Zij, Karine, heeft een lichaam dat associaties oproept met het moederschap. Jorge is een representant van het continent waar de mens werd geboren. Een mythisch paar.”

Het mythische, de opbouw van het stuk en een korte scène waarin een vrouw manische sprongetjes sur place maakt, leiden de gedachten al snel naar Le Sacre du Printemps, het legendarische ballet van Vaslav Nijinsky op muziek van Igor Stravinsky, nu een eeuw oud. Dubois liet zich al eens door Nijinsky inspireren: Faune(s) uit 2008 was een vierluik rond het schandaalballet L’Après-midi d’un Faune.

Révolution (2009) was het beginpunt van de trilogie „over menselijkheid en verzet” waarvan Tragédie de afsluiting vormt. Na de eerste aanzet door het vrouwenensemble van Révolution volgde in de mannensolo Rouge (2011), uitgevoerd door Dubois zelf, een vleesgeworden oproep tot verzet. Tragédie is de conclusie, waarin mannen en vrouwen elkaar bevrijd van elke ballast ontmoeten, in hun pure staat, klaar om een nieuwe soort, een nieuw gender te creëren.

„Ik kan natuurlijk niet zeggen: kijk, dít is menselijkheid. Wat ik heb geprobeerd is een prisma te leggen over het concept menselijkheid en verschillende facetten te verbeelden – waardigheid, verzet, territorium, voortplanting – in de hoop een bepaalde sensatie te creëren, een beeld, een gevoel in je buik. Als je het wezen van menselijkheid zou kunnen waarnemen, zou het oorverdovend, verblindend en overweldigend zijn.”

‘Tragédie’ van Compagnie Olivier Dubois. Vanavond, Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl: julidans.nl