Lieveling onder de bladen

LEZEN // LITERAIR TIJDSCHRIFT DAS MAGAZIN NO. 6: HET JONG Babel & Voss, 83 blz. € 9 ***

Een hemelbestormer anno nu zorgt allereerst dat hij er goed uitziet. Het jonge tijdschrift Das Magazin viel op door de vormgeving: het zag eruit als een glossy annex kunsttijdschrift, niet als ‘gewoon’ literair tijdschrift. Het werd een succes, de nieuwe lieveling binnen de literatuur. Maar is de inhoud ook zo goed? Doen we ontdekkingen in Das Magazin?

Afgaand op het nieuwe, zesde nummer: ja. Van voor naar achteren lezend (al is dat bij een tijdschrift natuurlijk een onnodige exercitie), valt het eerst tegen, wordt het dan heel goed, maar houdt het hoge niveau niet helemaal vast.

Het begint met verplichte nummertjes. Er is een uitgekauwde schrijverswerkkamerrubriek, er zijn correspondentenstukjes die net te weinig om het lijf hebben om echt de grenzen te slechten, er zijn negen miniverhaaltjes over één thema, van auteurs wier namen geheim blijven.

De schrijvers kunnen daar blij mee zijn, want bij de opdracht ‘wrede kinderen’ verzon een gênant aantal van hen hetzelfde verhaal.

Maar dan, bij het vrije werk, komt er moois. Het verhaal ‘Woestijnhond’, over een nachtelijke autorit door de woestijn, van Maurits de Bruijn is mysterieus, spannend en origineel.

En met ‘Mutualism’ (onvertaald afgedrukt) bevestigt de Brit Joe Dunthorne zijn reputatie als nieuw talent. Een voorpublicatie uit Franca Treurs nieuwe roman is als spits, wrang kort verhaal geslaagd.

De eigendunkelijke columns van Daan Heerma van Voss en Joost de Vries nemen we vervolgens voor lief, want er kan weinig meer stuk na het essay van Jan Postma.

Hij beschouwt het leven van een twintiger van nu vindingrijk en wijs: ‘Op de banaalste momenten, wanneer ik over straat loop of door een supermarkt dwaal, verbaas ik me erover dat ik, oog in oog met die allesoverheersende onzekerheid, vrijwel nooit ontredderd ben’ en elders: ‘Iedereen lijkt zich staande te kunnen houden te midden van het stille geweld van de onbekende dingen die onherroepelijk komen gaan’.

Zoals hij zijn eigen sores algemeen geldig maakt, is met recht literair te noemen.