Kansloos in Holland? Bulgaren zien dat anders

Jaarlijks komen zo’n 5.000 Bulgaren naar Nederland voor werk, blijkt vandaag uit een SCP-rapport. NRC pakte in Sofia de bus naar Amsterdam en bezocht in Groningen een ingeburgerde Bulgaarse.

De Bulgaren komen. Vanaf 1 januari 2014 hebben ze als burgers van de Europese Unie niet langer een werkvergunning nodig. Politici en bestuurders in de vier grote steden vrezen een toeloop, sommige zelfs een ‘tsunami’. Maar onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Radboud Universiteit in Nijmegen plaatsen daar in het vandaag verschenen rapport Nieuw in Nederland vraagtekens bij.

Als je kijkt hoe het de Polen verging in 2007, het jaar dat zij geen werkvergunning meer nodig hadden, dan vertoont hun migratie „nauwelijks een piek”. Bovendien vertrekken Bulgaren vaker voor werk naar Europese landen dichter bij huis, naar Spanje en Italië en ook Duitsland.

Op 1 januari woonden 21.000 Bulgaarse allochtonen in Nederland, en en 111.000 Poolse. Niet iedereen schrijft zich echter in, benadrukken de onderzoekers op basis van interviews met 800 Polen en 400 Bulgaren die in 2009 en 2010 stonden ingeschreven. Van de Polen die pas naar Nederland zijn verhuisd, heeft 84 procent een baan, van de Bulgaren 55 procent.

Sinds Bulgarije in 2007 toetrad tot de Europese Unie, komen er elk jaar in Nederland zo’n 5.000 Bulgaren bij – vooral Turkse Bulgaren uit het midden en noorden van Bulgarije, en etnische Bulgaren uit Sofia en omstreken. Ze gaan het vaakst wonen in Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en ook Groningen. Een kwart komt in Nederland studeren, de rest zoekt werk via bekenden uit de eigen etnische groep – „kettingmigratie” heet dat; uitzendbureaus bemiddelen nog geen Bulgaren.

Met vaak niet meer dan basisschool gaan de Bulgaren op zoek naar een laagbetaald baantje in de schoonmaak, de horeca, de bouw. Iets meer dan de helft slaagt daar in. En als ze werken, werken ze opvallend weinig uren. Sterker: „Van een op de zes Bulgaren is onbekend hoe ze in hun inkomen voorzien. […] Maar ze redden zich allemaal, zonder afhankelijk te zijn van een uitkering.” Hoe ze dat precies doen en in hoeverre daar criminaliteit bij komt kijken, blijft de vraag. Het SCP heeft dat niet onderzocht.

Wel lijkt het erop, schrijven de onderzoekers, dat veel Bulgaren zwart werken, via een informeel circuit. Dat komt omdat ze in Nederland nog niet aan de slag mogen zonder werkvergunning. Alleen Bulgaarse zelfstandigen hebben vrij toegang tot de arbeidsmarkt zolang ze niet maar één opdrachtgever hebben.

In Nederlandse ogen gaat het om kansarme migranten zonder perspectief op de arbeidsmarkt. Zelf zien deze Bulgaren dat anders. Twee op de drie vinden dat ze in Nederland een beter leven hebben. Een kwart van hen was in Bulgarije al werkloos. En een jaarsalaris in Nederland is al gauw het zesvoudige van dat in Bulgarije. Eén op de vier is van plan te blijven tegenover 45 procent van de Polen. Uitgesplitst naar herkomstgroep zijn dat vooral de laagopgeleide Turkse Bulgaren, die werken voor een Turkse baas en moslim zijn, maar weinig belang hechten aan het geloof .

Heel anders zit dat bij de kansrijkere Bulgaarse studenten. Van hen wil maar één op de tien blijven. Ze voelen zich niet thuis in Nederland, en een op de vijf ervaart discriminatie. Nu de beroepsbevolking vergrijst, kan dit een interessante groep zijn om voor Nederland te behouden, schrijven de onderzoekers aan minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA). Ze blijven de geïnterviewden de komende jaren volgen.