ik@nrc.nl

Naam: Marit Geluk

Onderwerp: Stiltecoupé

Een zonnige maandagochtend. Voor sommigen is de vakantie begonnen, maar wij, forensen, sukkelen op onze laatste energie de trein in en hechten meer dan ooit aan de mores van de stiltecoupé.

In Amsterdam-Zuid stapt een kleutertje met haar moeder in. Ze begint vrolijk te kwetteren: „Waarom moeten we geen gordel om?”

Achter onze notebooks en het Financieele Dagblad gniffelen we om het schelle, hoge stemmetje, maar wie van ons gaat dit duo aanspreken? Mijn overbuurman. Hij stapt er kordaat op af. Welke toon zal hij aanslaan: de vermanende, de geïrriteerde, of de korte correcte? Het wordt de vertederende: „...en als je naar een andere coupé gaat, blijf dan wel aan deze kant van de trein zitten. Straks passeren we de Oostvaardersplassen: daar zijn heel veel paarden en hertjes te zien.”