Ik ga op reis en neem mee: veertien limousines

De Amerikaanse president Obama gaat niet zomaar op reis Het gezelschap van zijn Afrika-reis oogt als een kleine invasiemacht met honderden beveiligers, tientallen auto’s en gevechtsvliegtuigen

Obama in Zuid-Afrika: met zijn eigen beveiligers, zijn eigen helikopters en zijn eigen auto’s. Foto’s Reuters

redacteur internationale betrekkingen

Wie deze zomer bij het inpakken al moe wordt van de hoeveelheid bagage die blijkbaar weer mee op reis moet, zou even moeten denken aan de Amerikaanse president Obama. Hij is net een weekje in Afrika geweest. Wat er op zo’n reis allemaal mee moet, krijg je meestal niet te horen. Maar deze keer is het achterhaald door The Washington Post.

Je verwacht wel dat een Amerikaanse president altijd met nogal een karavaan op reis gaat. Hij moet immers overal op voorbereid zijn, overal kunnen reageren op het wereldgebeuren, in woord of daad. En ook de beveiliging, die Amerikanen nu eenmaal niet graag aan anderen over laten, vergt heel wat mensen en materieel.

Voor de Afrika-reis vlogen Amerikaanse militaire vrachtvliegtuigen niet minder dan veertien limousines over, zo’n veertig andere auto’s en drie vrachtwagens speciaal voor het vervoer van kogelvrij glas – om te bevestigen voor de ramen van de hotels waar de president en zijn gezin logeerden. Verder gingen er honderden beveiligers van de Secret Service mee en kruiste voor de kust van de bezochte landen steeds een Amerikaans vliegdek- of ander schip, met voor noodgevallen een volledig bemand medisch centrum. En, mag je aannemen, een stuk of wat ambulancehelikopters om eventuele zieken of gewonden van het presidentiële reisgezelschap te kunnen aan- en afvoeren.

Daarnaast waren er permanent Amerikaanse gevechtsvliegtuigen in de lucht boven „het presidentiële luchtruim”, zoals The Washington Post het noemde, om snel te kunnen ingrijpen mocht vijandelijk vliegtuig te dicht in de buurt komen. Zo valt te begrijpen dat alleen al de kosten van de veiligheidsmaatregelen van deze trip in de tientallen miljoenen dollars liepen.

En dan ging de safari van twee uur die de president met zijn gezin in Tanzania had willen maken, niet eens door. Was dat plan niet ruim van tevoren afgeblazen, dan had ook nog een speciaal antiterreurteam moeten meereizen – „met sluipschuttergeweren met munitie van extra groot kaliber, om jachtluipaarden, leeuwen of andere dieren te kunnen uitschakelen als zij een bedreiging zouden vormen”, schrijft de krant op basis van een intern document van het Witte Huis.

Alles bij elkaar doet het denken aan de overdadige staat waarin sultans en maharadja’s (Indiase heersers) zich verplaatsten. Tegelijk wekt het streven naar volledige controle associaties op met de wijze waarop inlichtingendienst NSA over de hele wereld telefoon- en internetgegevens verzamelt. Het is logistiek en technisch mogelijk, dus het gebeurt. Ongeacht de kosten, de moeite en de negatieve neveneffecten.

Want het is natuurlijk een hele eer om de president op bezoek te krijgen, maar een reisgezelschap dat de complete veiligheidsvoorziening overneemt, inclusief het lokale luchtruim, oogt al snel meer als een kleine invasiemacht dan als een echte gast. Dat kan ergernis wekken. En het staat ook op gespannen voet met de boodschap van samenwerking en vriendschap die de president op zijn reis juist wilde uitdragen.

In de presidentiële colonne reden ook een ambulance voor behandeling bij besmetting met chemische of biologische wapens, een vrachtauto met röntgenapparaten, en een truck die radioverkeer kan storen. Natuurlijk was er voor de president en zijn vrouw ook een auto met een beveiligde telefoon- en videoverbinding. Want je wilt, ook in het buitenland, natuurlijk wel rustig kunnen bellen zonder dat er iemand meeluistert.