Diplomaat als duizenddingendoekje

Om Nederland werkelijk internationaal relevant te houden moeten diplomaten zich meer specialiseren, vindt Petra Stienen.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Onlangs vatte Frans Timmermans zijn motivatie als minister van Buitenlandse Zaken op een opvallend bescheiden manier samen. In Nieuwsuur, over zijn rondreis in de Arabische regio, zei hij te hopen na zijn ambtstermijn ‘de wereld een beetje beter te hebben gemaakt’. Hij weet dat hij dit niet in zijn eentje kan. Op zijn Facebook fanpagina laat hij zien dat hij voor het verwezenlijken van zijn ambities afhankelijk is van de vele Nederlandse diplomaten en lokale medewerkers op ambassades. Als ex-diplomaat en voormalig woordvoerder Buitenlandse Zaken voor de PvdA-fractie weet hij dat diplomatie echt een vak is en niet een ‘rustiek tijdverdrijf’ zoals zijn voorganger Rosenthal het minzaam noemde. Hij weigert zich ook neer te leggen bij het slechte imago van het ministerie in Den Haag en wil dat Nederland in 2016 de modernste diplomatieke dienst van de wereld heeft.

Dat is een gezonde ambitie, zeker nu we alles moeten aangrijpen dat ons uit de crisis kan halen. Nederland heeft veel buitenland, een belangrijk deel van ons nationale inkomen komt uit het buitenland en het is dus verstandig om op zoveel mogelijke plekken vertegenwoordigd te zijn. Daarom pleit Docters van Leeuwen in zijn rapport over de modernisering van de diplomatie juist voor meer in plaats van minder middelen. Wientjes van VNO-NCW beaamde dit: ‘Geen enkel bedrijf in crisis moet bezuinigen op zijn buitendienst’.

De realiteit is anders. Kabinet Rutte II heeft het ministerie van buitenlandse zaken en de diplomatieke dienst zo’n 100 miljoen bezuinigingen opgelegd, dat is 25 procent minder vergeleken bij 2011 terwijl de 55 miljoen kortingen van Rutte I nog niet helemaal zijn doorgevoerd. Een aderlating dus. Het was vast pijnlijk voor Timmermans om in te stemmen toen hij zijn ambt aanvaardde.

Toch laat hij zich niet afremmen in zijn tomeloze ambitie. Hij legt de lat voor zichzelf en zijn diplomaten hoog. Het siert hem dat hij zoveel vertrouwen heeft in zijn mensen. Alleen dreigen diplomaten door uitbreiding van de takenpakketten zonder bijbehorende middelen duizenddingendoekjes te worden die overal en nergens wat stof moeten doen opdwarrelen. Want dat zou je kunnen afleiden uit de vele nota’s en brieven naar de Tweede Kamer waarin diplomaten een centrale rol spelen. Denk aan de brief over het Midden-Oosten, de Staat van de Unie, het Topsectorenbeleid, de Groene Groei, de nota ‘Wat de wereld verdient’ over hulp, handel en investeringen, de mensenrechtenbrief, en de Internationale Veiligheidsstrategie. Op al deze terreinen moeten zijn diplomaten de Nederlandse positie in de wereld verstevigen. Tel daarbij op dat veel ambassades consulaire diensten moeten verlenen, zich moeten inzetten voor culturele diplomatie en actiever moeten worden op sociale media en in nieuwe netwerken buiten de traditionele onderhandelingsdiplomatie om. En tijdens hun verlof in Nederland moeten ze de boer op om aan Nederlandse media, vrouwennetwerken en studenten vrolijk te vertellen over hun werkterrein. Daar is weinig ‘rustieks’ aan.

Juist in tijden van bezuinigingen moet worden ingezet op het vergroten van de kracht van diplomaten. En daarin stelt de recente nota van Timmermans over het postennetwerk teleur. Hij hanteert de kaasschaaf, sluit enkele posten en consulaten en doet alsof eenmansposten van laptopdiplomaten het antwoord zijn in de moderne tijd. Timmermans had een keuze moeten durven maken voor een beperkt aantal thema’s waar Nederland goed in is zoals watermanagement en mensenrechten, een aantal regio’s die voor Nederland van belang zijn, zoals Europa, de Arabische regio en enkele opkomende economieën en enkele VN- en andere internationale organisaties. Dan had Timmermans beter richting kunnen geven aan de expertise van zijn diplomaten. Nu blijft hij vaag over hun professionaliteit. Hij geeft ook geen antwoord op de vraag hoe diplomaten juist in deze tijden van minder middelen effectieve duizendpoten kunnen worden zonder dat een deel van die poten vooral bezig is met bestuurlijke drukte, de BZ-parafencultuur en het zeker stellen van een vervolgplaatsing.

De harde werkelijkheid is dat Nederland als klein land lang niet meer automatisch overal wordt uitgenodigd. Assertieve diplomatieke naties als India, China, Brazilië en Turkije zijn in veel landen in Azië, het Midden-Oosten en Afrika veel interessantere gesprekspartners voor overheden en netwerken in het bedrijfsleven, onderwijs en culturele organisaties. Zelfs als EU-land is Nederland lang niet meer overal relevant, en nu er 28 lidstaten zijn, komt het roulerend EU-voorzitterschap nog zelden in Den Haag terecht. Kortom, de enige manier om aan tafel te komen is door de beste diplomaten naar posten te sturen. Met diepgaande kennis van de regio, de taal, thema’s zoals mensenrechten of maatschappelijk verantwoord ondernemen, en met uitgebreidere netwerken door regelmatige terugkeer naar een bepaalde regio.

Helaas zijn diplomaten nu generalisten die elke vier jaar weer ergens anders heen trekken. Dat is kapitaalverlies en onacceptabel in tijden van schaarste. Timmermans moet keuzes maken. Zijn droom van de modernste diplomatie ter wereld zal alleen uitkomen als hij zijn mensen meer laat zijn dan duizenddingendoekjes. Dan kan hij bij zijn afscheid zeggen: door mijn beleid werd de moderne diplomaat een effectieve duizendpoot die de wereld echt een beetje beter kan maken.

Petra Stienen publiciste en voormalig diplomaat