De straatmuzikant met pleinvrees

Thibaut Pinot. Foto AFP / Pascal Guyot

Afgelopen zondag, na de etappe die het peloton vijf keer omhoog leidde en evenzovele keren omlaag, huilde Thibaut Pinot. De 23-jarige Fransman is doodsbang voor de afdalingen. “Anderen hebben het met spinnen of slangen, ik met snelheid.” De nummer tien in het klassement van vorig jaar liep in één etappe 25 minuten achterstand op.

De wielrenner met angst voor snelheid - je moet met hem te doen hebben.

En ik kan het begrijpen, dat ook nog. In het klimmen zit heroïek. De renner duwt zijn trappers naar beneden, gaat uit het zadel, kijkt schuin naar boven. Hij ziet het met teksten bekladde asfalt dat nog weggefietst moet worden, maar weerstand zal bieden als rul zand bij een strandloop. Iedere meter is een overwinning. Vier kilometer per uur fietsen is een heldendaad wanneer anderen slechts 3,8 halen.

Maar daarna volgt de weg naar beneden. Op de top doorgaat de renner een metamorfose: het gezicht krijgt een ander karakter, het shirtje wordt gevuld met een krantje en dichtgeritst. Er hoeft even niet getrapt te worden. De handen gaan naar de remmen, die koud aanvoelen na lange tijd niet te zijn gebruikt.

Het is voor Pinot waar de ellende begint. In de afdaling grijpt de snelheid zijn wielen, hij voelt hoe hij de controle uit handen moet geven. Overleven is niet langer iets waar hij zelf invloed op heeft.

Hij is bang. Als een visser die bang is nat te worden, als een straatmuzikant met pleinvrees.