Blunderend Pakistan liet Bin Laden met rust

Door incompetentie op alle niveaus kon Osama bin Laden ongestoord in Pakistan wonen. Een geheim rapport trekt nu zeer pijnlijke conclusies.

Was het verbijsterende incompetentie van de militairen en inlichtingendiensten of hielden ze in het diepste geheim Osama bin Laden steeds de hand boven het hoofd, waardoor de leider van Al Qaeda negen jaar onopgemerkt in Pakistan kon verblijven? Die pijnlijke vraag kwam meteen op na Bin Ladens liquidatie door Amerikaanse commando’s in Abbottabad in mei 2011 en is tot dusverre nooit bevredigend beantwoord.

De Pakistanen zelf concluderen nu dat het naar alle waarschijnlijkheid het eerste is, zo bleek gisteren uit een opmerkelijk scherp intern rapport dat via het televisiestation Al Jazeera uitlekte. „De mate van incompetentie was, om het zacht uit te drukken, verbijsterend, zo niet ongelooflijk”, schrijft de onderzoekscommissie, waarin ook enkele rechters van het Pakistaanse Hooggerechtshof zitting hadden.

Bin Laden profiteerde van zoveel nonchalance. Nadat hij was gevlucht uit het Afghaanse grottencomplex Tora Bora, bereikte hij in 2002 Pakistan. Na verblijven in Zuid-Waziristan, Bajaur, Peshawar, Swat en Haripur vestigde hij zich in 2005 met zijn drie vrouwen, kinderen en kleinkinderen in Abbottabad, vlakbij de belangrijkste Pakistaanse militaire academie. Ze leidden er een uiterst sober bestaan. Om vanuit de lucht niet te worden herkend, droeg Bin Laden vaak een cowboyhoed.

Al in 2002 of 2003 ging Bin Laden door het oog van de naald, toen de auto waarin hij reisde in de Swat-vallei werd aangehouden door een agent voor te hard rijden. Maar die merkte niets, incasseerde een boete en liet hen vertrekken. Het verhaal werd na Bin Ladens dood verteld door een van de inzittenden.

Een blunder van de machtige Pakistaanse inlichtingendienst ISI was ook dat het de telefoonnummers van vier verdachten van terrorisme, die ze van de CIA ontving, nooit checkte. Een daarvan bleek te leiden naar de boodschapper van Bin Laden. Langs die weg kwamen de Amerikanen zelf uiteindelijk op diens spoor.

De commissie hekelt ook lokale functionarissen in Abbottabad, die niet opmerkten dat het huis van Bin Laden wel erg hoge muren met prikkeldraad had. De bewoners, ook Bin Ladens kinderen en kleinkinderen, vertoonden zich bovendien nooit buiten de deur. Vrijwel niemand bezocht ooit het huis.

Ook toen de Amerikanen zonder toestemming vooraf midden in Pakistan hun militaire actie uitvoerden, was de Pakistaanse reactie traag. Pas 24 minuten nadat de Amerikanen het Pakistaanse luchtruim weer hadden verlaten met Bin Ladens lijk aan boord stegen gevechtsvliegtuigen van de Pakistaanse luchtmacht op.

De commissie is overigens buitengewoon kritisch over de Amerikanen. „De VS gedroegen zich als een schurk”, oordelen de auteurs van het rapport. De CIA gebruikte bij voorbeeld hulporganisaties als cover voor spionageactiviteiten en misleidde de Pakistaanse regering, op papier een bondgenoot, soms schaamteloos. Zo gaven de Amerikanen vier andere plaatsnamen door, waar Bin Laden volgens hen zou kunnen zitten, om vervolgens zelf naar Abbottabad koers te zetten.

Het vroegere hoofd van de ISI, generaal Ahmed Shuja Pasha, verklaarde tegenover de commissie: „De Amerikaanse arrogantie kent geen grenzen.” Pasha’s eigen ISI krijgt er echter ook flink van langs van de commissie. Ze stelt vast dat de inlichtingendienst „volledige faalde in pogingen OBL op te sporen”. De ISI droeg zo haar steentje bij aan de „vermijdbare vernedering van het Pakistaanse volk.”

Het rapport, gebaseerd op 201 gesprekken met militairen, ambtenaren en de weduwes van Bin Laden, werd al zes maanden geleden bij de regering ingediend. Maar die besloot het niet openbaar te maken. Het zet de nog altijd niet bijster hartelijke banden tussen Pakistan en de Verenigde Staten, die door de Amerikaanse raid in Abbottabad tot een dieptepunt zonken, opnieuw onder druk.

En de vraag of sommige Pakistanen Bin Laden misschien al die jaren niet een handje hebben geholpen? Ook de commissie sluit dat, ondanks het hele incompetentieverhaal, niet geheel uit. „Medeweten en medewerking op sommige niveaus kan niet geheel worden uitgesloten", schrijft ze.

Het hele rapport is in elk geval zo pijnlijk dat de toegang tot de website van Al Jazeera gisteravond in Pakistan al snel werd geblokkeerd.