Bauke alleen in eigen land een Tourfavoriet

Ook al staat hij derde in het algemeen klassement, de internationale media lieten Belkin-kopman Bauke Mollema gisteren links liggen op de rustdag in Saint-Nazaire.

De oceaanwind blaast straf over de dorre vlakten. Op deze maandag heeft de Tour zich 690 kilometer naar het noorden verplaatst, en de Pyreneeën zijn slechts een vage herinnering. Bij een temperatuur van ruim 32 graden worden de renners van Belkin geïnterviewd onder rieten afdakjes in de tuin van Hôtel Aquilon in Saint-Nazaire.

Het persmoment van Belkin op de rustdag in de Tour trekt zo’n twintig Nederlandse journalisten en fotografen, van kranten, persbureaus, televisiezenders en sportwebsites. Iedereen wil spreken met Bauke Mollema en Laurens ten Dam, de verrassende nummers drie en vier van het algemeen klassement. Persvoorlichter Leon Brouwer van Belkin sleurt hen van tafeltje naar tafeltje. Nu eens treffen ze een microfoon, dan weer schrijfblokjes voor hun neus.

Tegenover die grote binnenlandse belangstelling staat nauwelijks internationale aandacht. Correspondent Antoine Plouvin van de Franse wielerwebsite Cyclism’Actu en zijn cameraman staan een beetje beteuterd om zich heen te kijken. Alle interviews zijn in het Nederlands, en de twee Fransen hebben weinig medestanders voor een Engelstalig gesprek. Uiteindelijk krijgen ook zij Mollema nog even voor de camera. Ten Dam moet maar tot morgen wachten, zegt Brouwer streng.

De afwezigheid van andere Franse journalisten valt te verklaren; zij kijken traditiegetrouw vooral naar renners uit hun eigen land, ook al staat de beste Fransman, Jean-Christophe Peraud (AG2R), slechts veertiende in het algemeen klassement. De Franse regie had zaterdag zo veel aandacht voor bolletjestruidrager Pierre Rolland, die 22ste werd, dat de vierde plaats van Mollema geheel buiten de uitzending bleef.

Bij gebrek aan een goed geklasseerde landgenoot wist een enkele Vlaming wel de weg te vinden naar Hôtel Aquilon. Maar verder ging de internationale interesse uit naar renners als de Spanjaard Alberto Contador (Saxo), zesde in het klassement, en uiteraard naar de geletruidrager, de Brit Christopher Froome (Sky).

Dat is niet helemaal terecht, zegt de 26-jarige Plouvin. „Belkin is een van de sterkste ploegen deze Tour, samen met Movistar en Sky. Ik volg ze al het hele jaar, en ze hebben veel indruk gemaakt met twintig overwinningen in het voorjaar.” Plouvin had wel verwacht dat Mollema hoog zou staan in het klassement. „Hij won een etappe en werd tweede in de Ronde van Zwitserland. Door een communicatiefout ging een tweede etappezege verloren. Mollema is al het hele jaar sterk.” De vierde plaats voor Ten Dam vindt Plouvin daarentegen wel een verrassing.

Mollema (26) staat de pers routineus te woord. Hij heeft nog een thriller van David Baldacci liggen. „Dat leest lekker weg.” En hij is niet aan het proberen om de mensen in Nederland een mooie zomer te geven, zoals iemand suggereerde. „Ik ben aan het proberen om mezelf een mooie zomer te geven.” Dat Froome zaterdag de derde tijd aller tijden reed op Ax 3 Domaines vindt Mollema niet verdacht. „Dat vind ik pas als hij sneller rijdt dan Marco Pantani op de Alpe d’Huez.”

Nee, dan Ten Dam. Zeker vier keer in een gesprek van tien minuten brengt hij zijn gehoor hard aan het lachen. In Nederland is de 32-jarige inwoner van Maastricht goed bekend, in het buitenland nog wat minder. Vorig jaar was hij nog blij verrast dat een Frans jochie van een jaar of zes tijdens een training zijn naam riep. „Ik had dat jochie zelf kunnen zijn. Ik heb in 1991, toen ik tien was, een keer tachtig kilometer gefietst van de Alpencamping waar ik met mijn ouders stond naar een startplaats in de Tour. Zag ik Breukink rijden. Ik riep heel hard ‘Erik!’ Keek-ie heel verrast.”

Zijn toehoorders zijn lichtelijk onthutst. Fietste de tienjarige Laurens echt tachtig kilometer in zijn eentje door de Alpen? Ten Dam: „Dat zou je nu nooit meer doen, nee. Dat is gekkenwerk. Ik stippelde op een Michelin-kaart de route uit. En dan ging ik, alleen ja. Mijn ouders hebben vier kinderen, die konden niet iedereen in de gaten houden. Je had nog geen mobiele telefoons. En er was minder verkeer. Helm op, stokbrood mee en gaan.”

Een Vlaamse journalist wil weten wat er waar is van de verhalen die over Ten Dam de ronde doen. Is hij echt geboren op een woonboot? „Ja, dat is in Nederland heel gebruikelijk.” En doet hij echt zo veel aan wildbarbecueën? „Ik kook bijna altijd buiten. Mensen denken wel vaker dat dat heel ongezond is, maar dat is niet zo. Ik maak geen vette worst, maar ik leg één stukje vlees of vis op de barbecue. Dan bak ik wat aardappels erbij en gril ik wat aubergine, courgette en paprika. Een gezondere maaltijd bestaat niet.”

Toch vindt Ten Dam het onterecht dat hij het imago heeft van ‘een aparte’. „Zo apart ben ik nu ook weer niet. Vergeleken met een gemiddelde Belgische renner ben ik wel apart, ja. Die hebben niet antikraak gewoond.”

De Vlaamse verslaggever vraagt wat hij bedoelt. De Nederlandse journalisten lachen. En de internationale pers zit bij Sky.