Andy Murray geeft de Britten het goede voorbeeld

Wimbledon heeft altijd de positie van Groot-Brittannië in de wereld van de financiële dienstverlening weerspiegeld. De Britten accepteerden dat ze nooit de beste tennissers zouden zijn, en stelden zich tevreden met de rol van gastheer voor een evenement dat alle toptalenten uit het buitenland trok. Op het gebied van financiën was het net zo. Na de ‘Big Bang’-deregulering in 1986 werd Londen een plek waar buitenlandse banken hun vleugels konden uitslaan. Nu heeft de overwinning, zondag, van de in Schotland geboren Andy Murray in de finale enkelspel de Britse financiële sector van deze geruststellende analogie beroofd.

Tennis mag dan worden gezien als een sport voor welgestelden, in zakelijke termen is het een duidelijk competitieve sport waarin om de hoofdprijzen kan worden gestreden. Murray is opgegroeid in Dunblane, een klein Schots stadje met een tragische geschiedenis – een schietpartij waarbij dertien scholieren omkwamen toen Murray negen jaar oud was. Zijn succes weerspiegelen zijn vasthoudendheid, de verfijningen in zijn spel en het inhuren van de juiste coach. Dit jaar heeft hij een nieuw niveau ontdekt – en misschien ook wat geluk gehad.

Intussen voelt de Britse financiële sector zich alsof hij in de wildernisjaren van het Britse tennis van vóór Murray is blijven steken, toen de hoop van eigen bodem jaar na jaar in de eerste ronde van Wimbledon werd uitgeschakeld. Okee, HSBC doet het goed, en Rothschild ook. Maar er is geen grote zakenbank om mee te pronken – geen financiële Andy Murray. Veel grote Britse firma’s zijn ten prooi gevallen aan de financiële equivalenten van Pete Sampras, Roger Federer en Steffi Graf. Cazenove maakt nu deel uit van JP Morgan; Warburg is opgepeuzeld door wat vandaag de dag UBS is; en Morgan Grenfell werd opgeslokt door Deutsche Bank.

Deze buitenlandse overname van de Londense City wordt toegeschreven aan een superieur arbeidsethos, professionalisme en strategisch vernuft. Als tennis een richtsnoer is, kan het lang duren voordat de verloren gegane positie wordt teruggewonnen – de laatste Brit die het mannenenkelspel op Wimbledon won, was Fred Perry in 1936.

Wat kunnen de Britse banken leren van Murray? Hij leek altijd afstandelijk en koel, maar onlangs is dat veranderd. Hij huilde en plein public nadat hij in 2012 de Wimbledon-finale verloor. Dit jaar erkende hij nederig dat hij het kampioenschap misschien wel nooit zou winnen. Na dit alles gingen mensen achter hem staan en wilden ze dat hij zou winnen. En dat heeft hij gedaan.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.