Interview Veneta nam zes jaar geleden de bus, toen was ze 20

verslaggever

Veneta Grozdanova (26) nam zes jaar geleden de bus naar Amsterdam. Ze groeide op in Sliven, een stadje in het oosten van Bulgarije. Dat was ooit een bloeiende textielstad, maar na de val van het communisme ging het mis. De staatsfabrieken sloten, ambachtslieden verplaatsten hun werk naar garages, maar tegen de concurrentie uit China konden ze niet op. Nog voordat ze haar middelbareschooldiploma op zak had, stond Veneta van zeven tot zeven achter de bar.

Tot 2007, toen Bulgarije toetrad tot de Europese Unie en de inwoners de grens overgingen om aan de armoede te ontsnappen. Een vriendin wist in Groningen werk dat beter betaalde dan 75 euro in de maand. Veneta ging schoonmaken, de wachtruimtes van het academisch ziekenhuis, de wc’s bij de Gasunie en de gangen van het Gomarus College. Eerst via een uitzendbureau, en toen dat niet meer mocht, begon ze een eigen schoonmaakbedrijfje, zonder veel succes.

Sinds maart heeft ze in Groningen met haar Nederlandse man een Bulgaarse supermarkt, Karandila – dat is de naam van de berg bij Sliven waarop sappige perziken en zoete druiven groeien.

We zijn de derde eigenaar van de Bulgaarse winkel, zegt ze. De eerste trouwde een Nederlandse en verruilde de supermarkt voor een cateringbedrijf, de tweede vertrok in januari, nadat zijn Bulgaarse vriendin was vermoord. Die werkte sinds 2007 als prostituee om de hoek, en werd in haar peeskamer neergestoken. De supermarkt werd door haar vriend gebruikt, vertellen winkeliers uit de buurt, als uitvalsbasis voor schimmige zaakjes die als je het hun vraagt maar weinig met levensmiddelen te maken hadden.

Daarmee hebben de nieuwe eigenaren afgerekend. De supermarkt ruikt naar frisse gemberwortel en zoete koriander. Veneta heeft kyufteta gemaakt, gekruide gehaktballetjes. Ze staat zes dagen per week in de winkel, van tien tot tien. En terwijl in een hoek achter de toonbank twee kleine meisjes spelen, „onze dochters, van drie en één”, toont zij typisch Bulgaarse waar. Kijk daar ligt lutenitsa, een hartige tomatenspread voor op brood. „Daarvoor komen Bulgaren uit Duitsland speciaal naar Groningen”, zegt ze in vlekkeloos Nederlands. „En dan nemen ze vaak ook nog Bulgaarse yoghurt mee en twee liter Bulgaars bier voor 2,30 euro.”

Verreweg de meeste klanten zijn studenten, soms uit Bulgarije, vaker niet. Veneta kookt ook Bulgaars voor ze, als ze dat willen. Kofte en Bulgaarse moussaka met yoghurt erop. En als het lukt, openen ze na de vakantie een webwinkel. Want wij, zegt Veneta, zijn de enige Bulgaarse winkel in het noorden – de andere zitten in Den Haag, Amsterdam, Almelo, Zaandam en Rotterdam.

„Je merkt dat er in de wijde omgeving vraag naar Bulgaarse producten is.” En die wordt almaar groter, zegt haar man, die de kinderen komt halen om in de tuin van opa en oma te spelen: „Bulgarije loopt leeg.”