Zoveel meer dan alleen een zomertraining

In Almere heerste de Nederlandse skeelerploeg op vele fronten Volgens bondscoach Desly Hill is er nu meer respect voor de sport De schaatscoaches stimuleren hun schaatsers om te gaan inlinen

Sportredacteur

Hooguit een zomers tijdverdrijf voor trainende schaatsers, dat inlineskaten. Schaatsen op wieltjes? Een ‘toy sport’, sprak schaatscoach Gerard van Velde een paar jaar geleden nog misprijzend tegen Desly Hill. De Australische bondscoach van de Nederlandse inlineskaters kan zich goed herinneren wat ze op dat moment dacht. „Wat een arrogante kwast.”

De olympisch schaatskampioen (2002) vertolkte slechts op milde wijze wat de rest van de Nederlandse schaatswereld jarenlang dacht. Dat rolschaatsen was funest voor je techniek op het ijs. Niet doen en anders zeker niet te veel. Internationaal telden de Nederlandse inlineskaters nauwelijks mee, volgens Hill. „De rest van de wereld lachte ons uit.”

Bij de EK inlineskaten, ook wel skeeleren genoemd, in Almere heerste de Nederlandse ploeg afgelopen week op vele fronten. Liefst 15 van de 28 onderdelen werden gewonnen, met Manon Kamminga (7 keer goud, waarvan 4 keer individueel en 3 met de aflossingsploegen) en Ronald Mulder (4 keer goud waarvan 2 individueel) als topscorers. „Alles is nu totaal anders”, lacht Hill (41). „Als we trainen, kijken de andere landen naar ons. Je ziet ze geïntimideerd raken omdat we het erg goed doen. In de ploeg is geloof ontstaan, iedereen weet dat hij of zij de beste kan zijn.”

En Gerard van Velde? Die is allang om. Hij bracht de broers Mulder op het ijs naar de wereldtop en geeft Hill veel credits. „Hij stimuleert de jongens nu juist om in de zomer te gaan inlinen”, constateert ze. Andere schaatscoaches volgden. „Het respect voor inlinen is toegenomen.”

In Perth was geen ijs toen ze als tiener zelf begon. „Inlinen is populair vanwege het weer. Ik ben er verliefd op geworden en dat is nooit overgegaan.” Geen olympische status, geen topsport? „Het wordt gedaan in vijftig landen over de hele wereld. Uitdagend. Bij ons in de buurt woonde een wereldkampioen. ‘Dat wil ik ook’, zei ik tegen m’n moeder.”

Hill behaalde meer wereldtitels dan wie ook in Australië. „Ik begon me bijna schuldig te voelen, ben gestopt en werd coach.” Opnieuw succes: acht wereldkampioenen en in 2004 de vraag naar Nederland te komen. Snel volgen stappen voorwaarts. In het eerste jaar winnen de broers Mulder en Sjoerd Huisman, toen nog drie snoep etende pubers van zeventien, EK-zilver bij de relay. Elma de Vries behaalt goud in Portugal, 2007. En drie jaar later is er in San Benedetto goud en zilver voor de Mulders en wint Ingmar Berga de marathon. „Toen ging het lopen.”

Haar eigen inbreng? „Ze zeggen soms dat Australiërs allemaal criminelen zijn. Wij ‘moeten de wereld bewijzen dat we beter zijn’. Zo hebben Nederlanders het probleem dat ze hun eigen land hebben gemaakt en daar erg trots op zijn; ze weten alles het beste. Ik moet ze wakker schudden en zeggen dat de rest van de wereld daar soms anders over denkt. ‘Are you winning’, vraag ik dan. Nee? Verander dan! Maar dat is moeilijk voor jullie. Terwijl Australiërs alles proberen om te winnen. Wij zijn niet bang risico te nemen, durven out of the box te denken.”

Schaatser, durf te skeeleren, zegt Hill. „Kijk naar de Mulders. Er zijn dingen die je in de zomertraining met een schaatsploeg nooit zo goed leert als hier bij een EK. Zoals presteren onder druk. Schaatsers leggen de nadruk te veel op het fysieke, terwijl het mentale net zo belangrijk is. Je moet het juiste doen op het juiste moment. Deze jongens ervaren dat gevoel in de winter én zomer.”

In het schaatsen heerst een andere mentaliteit volgens Hill, vorig jaar assistent-trainer bij de Ligaploeg van Marianne Timmer. „In inlinen zit geen geld, daar heb je als sporter niets te verliezen. Bij schaatsen ligt dat anders. Veel sporters gaan voor de lifestyle, dat huis of die BMW zijn belangrijker dan winnen.” Het budget van de nationale skeelerploeg is ongeveer wat Manon Kamminga in haar eentje heeft als schaatsster bij Liga. „Dan praat je nog niet eens over toppers als Michel, Ronald of Jan Blokhuijsen. Die jongens zijn hier omdat ze het geweldig vinden. Als je het op die basis doet, komt het echt van binnenuit.”

Zoals ze zelf ooit met een lach begon te rollen op wieltjes in Australië. „In deze sport kom je uitsluitend verder met je eigen creativiteit en inzet. Whatever it takes.”