‘We’ hebben weer wat te juichen in de Tour. Maar is dat heel onverwacht?

‘We’ doen weer mee deze Tour. Niet met één, maar met twee mensen in de top van het klassement. Is het eigenlijk heel onverwacht dat we het goed doen en kunnen we dit volhouden?

Wielrenners Bauke Mollema (l), Laurens ten Dam (m) en Robert Gesink (r) van de wielerploeg Belkin tijdens een training op Corsica. Foto ANP/ Bas Czerwinski

De Tour is weer leuk. We hebben een jaar vol dopingschandalen achter de rug, die niet zo een-twee-drie vergeten zijn. Integendeel, we zijn sceptischer dan ooit. Maar de bergritten van het afgelopen weekend waren spectaculair om te zien.

Belangrijker, want we zijn natuurlijk ook vaderlandslievend: we doen mee. Niet met één, maar met twee mensen in de top van het klassement. Is het eigenlijk heel onverwacht dat we het goed doen en kunnen we dit volhouden?

Hoe kwam dit tot stand?

Dit is het klassement na de eerste (ruime) Tourweek:

1. Chris Froome (Sky) 36:59:18
2. Alejandro Valverde (Movistar) +1:25
3. Bauke Mollema (Belkin) +1:44
4. Laurens ten Dam (Belkin) +1:50
5. Roman Kreuziger (Saxo) +1:50

Nummer drie en vier dus. Hoe is dat zo gekomen? Dat heeft alles te maken met de eerste bergetappe van afgelopen zaterdag. In de etappe van Castres naar skiresort Ax 3 Domaines waren er maar een paar mensen die meekonden met de gedoodverfde favoriet van deze honderdste Tour Chris Froome. Tot die groep behoorden beide Groningse Belkinrijders Bauke Mollema (kopman) en Laurens ten Dam (in dienst van). Daarachter was het een slagveld.

Tekenend was wel hoe Ten Dam op de laatste klim van de dag nog wist weg te rijden bij Alberto Contador, de beoogde nummer twee en al winnaar van vele grote rondes, waaronder de Tour:

Gisteren hielden de twee wederom stand, zaten ze veilig (nu ook met die andere knecht, Robert Gesink)in de groep van de gele trui van Froome. Het werd nog mooier, omdat Richie Porte, tweede man bij Froomes ploeg Sky, volledig instortte. Daardoor schoven de Spanjaard Alejandro Valverde en beide Nederlanders allemaal een plekje op.

Is het zo onverwacht dat we het goed doen?

Eigenlijk niet, alhoewel het voor de gelegenheidskijker van de Tour terecht zo lijkt. Er is nu al sprake van het ‘herleven’ van de tijden van Theunisse en Rooks, die in 1989 vierde en zevende werden. Maar Mollema werd vlak voor de Tour nog zeer verdienstelijk tweede in de Ronde van Zwitserland; hij won er een bergetappe en eindigde in een andere als tweede. Bovendien werd de jonge Groninger al eens vierde in de Vuelta en kreeg hij de groene trui omgehangen als winnaar van het puntenklassement.

Ten Dam werd pas nog twaalfde in de Dauphiné Libéré, dé voorbereidingskoers in Frankrijk op de Tour. Hij werd eind vorig jaar al achtste in het eindklassement van een van de andere grote drie rondes, de Spaanse Vuelta.

Tourredacteur Derk Walters is meer verbaasd over de prestaties van Ten Dam dan die van Mollema:

“Mollema heeft al goede prestaties neergezet en heeft, ondanks dat het zijn derde keer aan de start is, eigenlijk in de Tour nog niet kúnnen laten zien wat hij kan. In 2011 deed hij mee, maar reed hij niet voor het klassement. In 2012 deed hij het samen met Robert Gesink de eerste week heel goed, maar moesten ze beiden na de eerste bergetappe afhaken. Ik heb zelf de hoop stiekem al wel gehad dat Mollema het nu zou kunnen laten zien.

Ten Dam daarentegen staat echt bekend als een subtopper, iemand die gaat voor de plaatsen tien tot en met twintig. Die hoort nooit bij de allerbesten, hij reed heel veel als echte knecht. Achteraf is het heel interessant te bedenken wat Ten Dam had kunnen presteren, als hij meer de kans daarvoor had gekregen.”

Volgens Walters ligt een deel van het succes ook aan de hele Belkin-ploeg:

“Ik ben op hoogtestage geweest met Mollema in Spanje en dan zie je dat die ploeg behoorlijk professioneel is. Er zijn heel veel professionele trainers. En je ziet dat ze in feite bij de allerbeste ploegen in de Tour horen op dit moment. Froome rijdt dan wel voor Sky, maar de rest van zijn team is ver weggezakt. Dan heb je eigenlijk alleen nog Movistar (van Valverde) en Belkin over.

Wat ook een goede ontwikkeling is, is dat de oude Rabobankploeg voorheen veel voor buitenlandse kopmannen ging, nu zetten ze gewoon in op Nederlandse kopmannen. Die krijgen nu de kans om uit te blinken.”

Wat vinden Mollema en Ten Dam er zelf eigenlijk van?

Dat kunnen ze wellicht zelf het beste zeggen, het is ze het afgelopen weekend meermaals gevraagd.

Mollema na de etappe van gisteren:

…en Ten Dam:

Wat opvalt: ze lijken allerminst verbaasd. Walters krijgt die indruk ook:

“Mollema is al helemaal de nuchterheid zelve. Ik wilde al eens schrijven dat hij er nog niet van zou opkijken als er opeens een vliegtuig op de weg zou landen. Als hij de pers te woord staat, is het ook altijd: ‘ja, ja, het ging wel lekker ja.’ Zelfs al zou hij Froome op een hoop rijden, dan verbaast het hem nog niet.

Ten Dam verbaast zichzelf iets meer, krijg ik de indruk. Het is ook opvallend: hij kwam pas op zijn 27e bij Rabobank en is nu al 32. Om er dan achter te komen dat hij een goed klassement kunt rijden. Hij is iemand die het moet ervaren om het te beseffen.”

Kunnen we straks het Wilhelmus horen op de Champs-Elysées?

Daar kan Walters in ieder geval kort over zijn: nee, dat lijkt wel uitgesloten. En dat heeft vooral te maken met de twee tijdritten die er nog op het programma staan:

“Ten Dam gaat het klassement niet volhouden, want dat is geen tijdritrijder. Mollema kan dat beter, maar ook die gaat tijd verliezen op Froome. De vraag is alleen of hij het beperkt kan houden. Als hij tot een minuutje of anderhalf verliest, dan kan hij in de Alpen misschien nog wat doen. Maar kort gezegd is Froome én de betere tijdrijder én de iets betere klimmer. Dus tenzij hij opeens een inzinking krijgt, lijkt de kans erg klein.”