Syrische oppositie heeft nieuwe leider

Na langdurige, moeizame onderhandelingen is de overkoepelende Syrische oppositieorganisatie in het buitenland er dit weekeinde in geslaagd een nieuwe voorzitter te kiezen. De nieuwe leider is Ahmed al-Jarba, een stamleider uit het oosten van Syrië die nauwe banden met Saoedi-Arabië onderhoudt. Tijdens een bijeenkomst in Istanbul versloeg hij nipt de zakenman Mustafa Sabbagh, die de steun van Qatar geniet. Hij volgt Moaz al-Khatib op, een invloedrijke geestelijke, die in maart uit frustratie over de richtingenstrijd binnen de oppositie opstapte.

De politieke oppositie, de Syrische Nationale Coalitie, geniet heel weinig vertrouwen van de rebellen binnen Syrië. Een belangrijke reden is dat het grootste deel van de politici al lange tijd niet meer in Syrië is geweest. De oppositiecoalitie is bovendien, net als de rebellen, in de greep van een concurrentiestrijd tussen Qatar en Saoedi-Arabië.

Jarba is een 44-jarige advocaat die in Beiroet heeft gestudeerd. Hij zat van 1996 tot 1998 gevangen maar hij was weinig bekend voor de opstand in Syrië in maart 2011 uitbrak.

De Syrische Nationale Coalitie werd na haar oprichting onder internationale druk in het afgelopen najaar door 100 landen als wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk erkend. Maar het internationale enthousiasme ervoor is door haar verdeeldheid en ineffectiviteit bekoeld. In zijn eerste reactie drong Washington er bij de oppositie op aan zich te verenigen. Volgens een woordvoerder is een „verenigde oppositie essentieel voor een politieke oplossing”. De VS werken met Rusland aan een vredesconferentie in Genève. Maar Jarba zei gisteren daarin niets te zien, zolang de oppositie in een zwakke positie verkeert.

Het regeringsleger en Libanese bondgenoten hebben de afgelopen maanden terreinwinst geboekt. Tegelijk zijn er berichten van onderlinge gevechten tussen rebellen. In Noord-Syrië werden de afgelopen dagen dergelijke gevechten gemeld tussen een nieuwe met Al-Qaeda verbonden groep, de Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS), en plaatselijke rebellen. In Al-Dana, bij de Turkse grens, zou ISIS een lokale commandant en zijn broer hebben onthoofd en hun hoofden bij een vuilstort hebben achtergelaten. (Reuters, AP)