Schoolkranthumor en een publieke steniging

Ze vielen me eerst niet eens op. Ook al niet, omdat het een sterk nummer was van nrc.next: een onthullende reportage over nieuwe drugs in het uitgaansleven, een prikkelend opinietweeluik over het salaris van Matthijs van Nieuwkerk bij de publieke omroep, en meer.

Maar daar waren dus die “piemels”, zoals de chef van nrc.next, Hans Nijenhuis, ze keurig noemde in een reactie aan een boze lezer. Op de laatste pagina’s, van pagina 20 tot en met 26, stonden boven, op of naast de artikelen, getekende mannelijke geslachtsorganen.

Waarom? Dat werd uitgelegd in een begeleidend stuk (Ze tekenen piemels, heel veel piemels, 28 juni). Op de voorpagina was dat trouwens al geworden: Een beetje lul, daar doe je toch al gauw een minuut of twintig over.

Was dit de schoolkrant?

Aanleiding was een ‘grap’ van vier studenten uit Delft die op Facebook het mannelijke lid tekenden op next-pagina’s. Dat tijdverdrijf werd een hit op dat sociale medium – zesduizend likes! En ja, dan kietel je de voelsprieten van een krant die contact wil houden met de jeugd en met alles wat anno 2013 hip is (althans, zo noemden we dat vroeger).

Wat deed de krant? Nijenhuis: “Op de redactie rees de vraag wat we hier mee moesten. Niets, omdat het te plat is? Een boze brief schrijven dat ze van onze krant moeten afblijven? Of gewoon er journalistieke aandacht aan geven?” Waarna het idee rees “de jongens op de redactie uit te nodigen en het dan maar meteen op de krant zelf te doen”.

Op zichzelf kan zoiets een geinig ideetje zijn: je prutst met onze krant? Kom het hier dan maar écht doen! Past ook bij next, want, zoals Nijenhuis schreef: “Nrc.next is een krant die de grenzen opzoekt, en er soms overheen gaat.”

Alleen, „gewoon journalistieke aandacht”, zoals het dan vroom heet, was dit natuurlijk niet – het werd zelf ook weer een grap, of een gimmick. En die schoot bij verschillende lezers in het verkeerde keelgat. Ook op Twitter wilde het topic niet echt trending worden; de lauwe reacties daar varieerden van „bah” tot “onderbroekenlol”.

De boze lezer die Nijenhuis schreef, nam geen genoegen met diens uitleg. Sterker nog, hij heeft inmiddels aangifte gedaan tegen de ochtendkrant – wegens het ongevraagd verspreiden van pornografie. Hij beroept zich op artikel 240, Wetboek van Strafrecht.

Dat lijkt me óók weer een brug te ver. Het waren inderdaad, hoe zal ik het zeggen, nogal piemelende piemels: erect, ejaculerend. Tamelijk onsmakelijk. Maar het mag duidelijk zijn dat dit een mislukte poging was tot jeugdige humor, niet tot het maken van commerciële porno.

Afgezien van die U-bocht langs het wetboek ben ik het eens met de lezers die erover klaagden: schoolkranthumor, waar de krant nu een, nou ja, soort hulpstuk van werd.
Overigens vroeg die lezer zich ook af of hij als „nog net dertiger” niet meer behoort tot de doelgroep van nrc.next. Dat nog wel: nrc.next mikt op ‘jongere lezers’, maar dan hebben we het anno 2013 behalve over twintigers al gauw over dertigers en veertigers. De gemiddelde leeftijd van de NRC Handelsblad-abonnee ligt al jaren boven de vijftig.

De middagkrant liet het stuk over de piemelstudenten overigens, na enig overleg aan de middentafel, geruisloos aan zich voorbijgaan.
NRC Handelsblad zit intussen met een andere aangifte in een ‘seksschandaal’. Die tegen de econome Heleen Mees, oud-columniste van deze krant, die in New York werd gearresteerd op verdenking van stalking van een (gehuwde) ex-geliefde.

De krant maakte daar woensdag melding van in een kort bericht, en kwam er donderdag op terug in een portret. Terecht? Of inbreuk op haar privacy, zoals sommige lezers vinden (en Christiaan Weijts betoogde in zijn column Privacy voor ons, maar niet voor haar in: nrc.next, 4 juli)?

Het bericht in de middagkrant (Columnist gearresteerd voor stalken topeconoom, 3 juli) was heel feitelijk. Al suggereerde het citeren van het adjectief „tastbaar” uit Mees’ dankwoord aan de topeconoom in haar proefschrift ook iets van pikanterie.

Het portret (Imago van sterke vrouw werkt tegen Heleen Mees, 4 juli) was gedetailleerder en vermeldde zelfs de naam van de rechercheur bij wie de aangifte was gedaan. Maar geen scabreuze citaten uit e-mails van Mees die op Amerikaanse bronnen te vinden zijn en die ook in verscheidene Nederlandse media opdoken.
Gelukkig niet, zeg – want waarom zouden die nodig zijn? Zijn publieke persoonlijkheden tot in de kleine dood algemeen bezit? Voer voor de twittering classes?
Bovendien, de andere helft van die correspondentie, die van de ex-minnaar, is niet beschikbaar en Mees is nog altijd verdachte, niet veroordeeld. De lucht rond de pijnlijke affaire is intussen zwaar van leedvermaak: zie de feministe met de grote mond voor de bijl gaan.

Waarom is dit eigenlijk nieuws?

Next stelde die vraag expliciet en nuchter aan de orde (De arrestatie van Heleen Mees, 4 juli). Antwoord: Mees is een bekende opiniemaker en een van de oprichters van het vrouwennetwerk Women on Top. Ze maakte zich sterk voor een niet-klaaglijk feminisme en trok in haar column van leer tegen seksuele intimidatie, waarbij ze niet terugschrok voor naming and shaming. Op dat gebied was Nederland „een achterlijk land”, vergeleken bij de Verenigde Staten.
De ironie is dan natuurlijk moeilijk te weerstaan.

Overigens wierp Mees zich later juist op als verdedigster van Dominique Strauss-Kahn, toen die IMF-topman werd verdacht van aanranding in een New Yorks hotel. Ze hekelde diens trial by media als “een westerse vorm van steniging”.

Kortom, begrijpelijk dat haar arrestatie hier aandacht trekt. Al zegt de gretigheid ervan weinig goeds over de vervagende grens tussen publiek en privé. Zakelijk blijven graag – en laat (eerste) stenen en studentenhumor maar thuis.