Salafisten verliezen sleutelrol Kairo

Salafisten hadden het lot van Egypte in handen. Maar door het bloedbad in Kairo vandaag kunnen ze hun rol van kingmaker niet meer spelen.

Nour, de grootste salafistische partij, heeft het laatste half jaar een heel slimme koers gevaren. Ze zit stevig in het fundamentalistische kamp maar ze distantieerde zich op cruciale momenten net genoeg van president Morsi om zich na diens afzetting als ‘kingmaker’ aan te dienen.

Maar door het bloedbad vanochtend in Kairo, waar ruim veertig doden vielen toen leger en politie het vuur openden op demonstranten die hun steun betuigden aan de afgezette president Morsi, zijn de salafisten nu gedwongen te kiezen voor het islamitische kamp.

De salafisten zijn fundamentalisten die willen leven zoals de profeet Mohammed. Ze zijn extremer dan de Moslimbroederschap maar ze houden zich doorgaans buiten het politieke proces. Zo deden ze niet mee een aan de opstand die in 2011 president Hosni Mubarak ten val bracht.

Normaal gesproken hebben de salafisten het niet zo op democratie. Maar in Egypte na Mubarak lag het terrein open. Ze maakten de historische beslissing om toch mee te doen aan de verkiezingen. Met een kwart van de stemmen waren zij de grote verrassing van de parlementsverkiezingen van 2011-2012.

Aanvankelijk maakten de salafisten niet zo’n goede beurt. Er waren schandalen, zoals de Nour-parlementariër die in een compromitterende situatie werd aangetroffen in zijn auto met een meisje in niqaab, gezichtssluier. Een ander parlementslid, Anwar al-Balkimi, moest ontslag nemen nadat hij beweerd had dat hij was afgetuigd door aanhangers van het oude regime terwijl hij zich in werkelijkheid een nieuwe neus had laten zetten.

Maar beetje bij beetje raakten de salafisten bedrevener in het politieke spel. Toen in november groot protest ontstond rond het decreet waarmee Morsi zich boven de wet plaatste, had de Nourpartij als eerste in de gaten dat de Moslimbroederschap niet goed bezig was. Toen de oppositie zich eind vorig jaar verenigde zette Nour de ongebruikelijke stap om zich achter de eisen van de seculiere, liberale oppositie te scharen.

Dat was gek omdat de Nourpartij wel gewoon mee had gestemd voor de nieuwe grondwet, waarvan de oppositie vond dat hij de deur openzette voor een islamitische staat. Tijdens de campagne voor het referendum over de grondwet deden de salafisten ook heel ijverig mee om het document goedgekeurd te krijgen.

Maar Nour voelde zich bekocht door Morsi. De salafisten mochten wel komen opdraven wanneer het islamitische project verdedigd moest worden, maar ze werden nooit beloond met posities. Die hield de Moslimbroederschap voor zichzelf.

Wellicht omdat hij de steun van Nour had verspeeld maakte Morsi één van de grootste fouten in zijn carrière. Hij benoemde als gouverneur van Luxor een lid van de Gama’a al-Islamiyya, een beweging die in de jaren negentig een terreurcampagne voerde. De benoeming speelde een rol in het straatprotest, dat leidde tot de afzetting van Morsi.

In de aanloop naar de massbetoging van 30 juni bleef de Nourpartij aan de zijlijn staan. Toen het leger Morsi voor een ultimatum van 48 uur stelde, pleitte Nour voor vervroegde presidentsverkiezingen.

Die houding zorgde ervoor dat Nour de afgelopen dagen een cruciale rol kon spelen bij de vorming van een nieuwe regering. Immers, de nieuwe machthebbers konden niet het hele fundamentalistische blok uitsluiten. Toen de seculiere oppositieleider ElBaradei als premier naar voren schoof, was het Nour die daar een stokje voor stak. Dit kon de partij niet verkopen aan haar achterban.

Maar de sleutelrol van Nour was van korte duur. Er waren al aanwijzingen dat de achterban aan het morren was, en dat leden de partij de rug toekeerden om zich bij het Morsi-kamp aan te melden. De salafisten hadden zich willen opwerpen als alternatief voor de Moslimbroeders. Nu werden ze zelf beschuldigd van politieke manoeuvres. Na het bloedbad van vanochtend kon Nour niet anders dan uit het proces stappen en terugkeren naar de boezem van de islamitische beweging.