‘Rheingold’ in een rijnaak is vooral een briljant idee

Rheingold op de Rijn, door Utrechtsch Studenten Concert o.l.v. Bas Pollard. Regie: Wim Trompert. Gezien: 5/7 Duisburg. Nog t/m 23/7 in Arnhem, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam. www.rheingold2013.com.

Het klinkt als een plan, gemaakt in de kroeg. Laten we Wagners Das Rheingold opvoeren in een rijnaak! En daarmee de Rijn afvaren in het Wagnerjaar! Dit briljant megalomane ‘Rheingold op de Rijn’, bedacht voor het 190-jarig lustrum van het Utrechtsch Studenten Concert, is zowaar tot uitvoering gekomen. Een rijnaak van 135 meter lengte is omgebouwd tot drijvend theater, waar zowel Das Rheingold als de symfonische show The Wagner Experience Duitse en Nederlandse steden aandoen. De vrijwilligers van het amateurorkest wisten kunst- en binnenvaartprofessionals enthousiast te krijgen.

Het achterschip is een sfeervolle diepe bar, het voorschip een intiem – en bij zon bloedheet – operahuis. Door de smalle breedte moet het orkest achter de speelvloer worden geplaatst. Voordeel: in de verrassend goede akoestiek worden zangers niet overstemd. En het orkest is integraal onderdeel van de handeling, met een stuk rails dat dwars tussen de musici door uitmondt in een waterbak.

Daar kunnen de Rijndochters spetteren, en drijft oppergod Wotan in zijn luxe bad. Na de pauze maakt water plaats voor vuur (geleend van De Nederlandse Opera). En dan wacht je op de triomfantelijke terugkeer van de Rijn. Maar tevergeefs, er is geen waterdruppel meer te zien.

Zo worden ook de beperkingen van een rijnaak als theater duidelijk. Het bad weerkaatst sfeervol tegen het dak en het binnenschip biedt industriële associaties: de Nibelungen als scheepsslaafjes, luid galmend gehamer. Maar het echte Rijnwater laten binnenstromen mag niet van de brandweer.

Toch is het project meer dan zijn locatie. De (professionele) cast zingt stabiel, met een aanstekelijke bariton Anthony Heidweiller als kikkerachtige Alberich. De regie van Wim Trompert is zonder pretenties maar best inventief: met hulp van zijn slaven groeit Alberich uit tot reuzenslang.

De stoïcijnse gebaren van dirigent Bas Pollard moeten de boel bij elkaar houden. Zijn orkest speelt soms kraaiend vals, zeker in de chromatische loopjes die de vuurhalfgod Loge (een onopvallende Marcel Rijans) begeleiden. Maar de algehele inzet is onmiskenbaar.