Ons kent ons aan oever van de Theems

Meer dan de paardenraces van Ascot en het tennis op Wimbledon is de Henley Royal Regatta typisch Engels. „Een bastion dat je niet wilt verliezen.”

Toeschouwers van de traditionele regatta in Henley-on-Thames in het zuiden van Engeland. Foto Reuters

Het eerste wat opvalt aan de Henley Royal Regatta, is hoe rustig het is. Het is alsof je in het Interbellum bent beland, en op een prettige manier. Mannen lichten hun strooien hoed, vrouwen flaneren in lange rokken over het perfect gemanicuurde gras. Er wordt bescheiden gejuicht en geschreeuwd als de roeiers – in een flits – langskomen. Een jazzbandje speelt, het geluid van klinkende glazen, het klotsende water van de Theems.

En nergens zijn mobiele telefoons. Niet in de Stewards’ Enclosure, waar je alleen op uitnodiging binnenkomt en ze verboden zijn. Niet in de Regatta Enclosure, waar je een kaartje voor moet kopen, en men wil laten zien dat men weet hoe het hoort. Niet op de oevers langs de 1 mijl en 550 yard (2,11 kilometer) van de vijfdaagse roeiwedstrijd, waar jongeren flirten.

Want dat is het andere wat opvalt. Het Engelse season, met onder meer de paardenraces op Ascot en tennis op Wimbledon, was oorspronkelijk bedoeld om meisjes van huwbare leeftijd uit de upper class aan een echtgenoot te helpen. Het is nog altijd een manier om te laten zien dat ‘je erbij hoort’ in Engeland – met op de achtergrond een sportief evenement.

Maar waar het op Ascot inmiddels vooral gaat om ‘zien en gezien worden’, en Wimbledon altijd al meer ging om het tennis dan het sociale gebeuren, is Henley min of meer hetzelfde gebleven: een combinatie van beiden, en een ontmoetingsplek voor ons kent ons. Bovendien is de regatta niet overgenomen door de commercie, de nouveau riche of buitenlanders, al doen de laatsten wel mee aan de wedstrijd. De regatta is al sinds 1839 „typisch Engels”, zegt men.

„Understated”, zegt Dominic Churcher (77). „Geen plek om te poseren”, zegt zijn zoon Philip (47). „Je hebt ieder jaar dezelfde plek, dezelfde auto, dezelfde blazer.” Henley is „oud geld”, zeggen ze. En „een bastion dat je niet wilt verliezen”. Ze zitten te picknicken bij hun auto: tafel met echte tuinstoelen, champagneglazen en echte borden. Sandwiches met zalm en komkommer, aardbeien. Hun parkeerplek is D, op de Lion’s Meadow.

Net als bij andere Engelse zomerevenementen gaat het ook op Henley om je plek in de hiërarchie. Om welke enclosure je binnen mag, de afgeschermde gebieden. Waarbij het zoals Sophie Campbell in haar pas verschenen The Season concludeert „essentieel [is] dat anderen naar binnen kunnen kijken, zodat ze zich realiseren wat ze precies missen.” En dus streven naar.

Op Henley is de Stewards’ Enclosure is het hoogst haalbare, een privéclub met 6.500 leden en een wachtlijst van minimaal zeven jaar. Maar binnen de Enclosure is er nog een pikorde: die van de parkeerplek en dus picknickplek. Hoe dichter bij de ingang, hoe mooier want al generaties lid. En D is al bijna E.

Al zijn er natuurlijk mensen die zich daar niets van aantrekken. De echtparen Charles en Suthcliff houden bijvoorbeeld angstvallig vast aan hun plek op Butler’s Field, parkeerterrein 2. Want, zo vertrouwt Vanessa Suthcliff toe: „Dit boompje was net gepland toen we voor het eerst kwamen, en nu zitten we als een van de weinigen in de schaduw.”

Want hoe warm het ook is, op Henley vertoont men geen bloot. In de Stewards’ Enclosure moeten de rokken (géén broeken) van de vrouwen tot onder de knie rijken (Ascot mag erboven). Een hoed is niet verplicht, maar wordt wel gedragen.

En de mannen dragen te allen tijden hun blazer, velen nog in de clubkleuren uit het eigen roeiverleden. Pas als de voorzitter de zijne uittrekt, en dat gebeurde zaterdag voor de tweede keer sinds 1976, mag men zonder. Het was toen al geruime tijd boven de dertig graden.

En die kledingcode wordt langs de oever grotendeels volgehouden, zelfs bij de dependance van Makiki, de Londense club die favoriet is van prins Harry, of bij de Barn Bar. Waar het allemaal wat losser is, de roklengte wat omhoog gaat, men met de voeten in het water zit, en soezerig van de velen glazen Pimm’s op de picknickkleden ligt.

Komt het door het gebrek aan commercie dat Henley zo Engels blijft? De regatta wordt niet gesponsord, adverteerders worden geweerd. Bedrijfsentertainment is er wel, maar vindt plaats vlak na de start, en vooral aan de andere kant van de oever. Daar liggen de jachten, staan twee McLaren-sportauto’s te branden in de zon, en zijn de hakken van de vrouwen onverstandig hoog voor een picknick op een grasveld.