Nog maar net uit elkaar

De chimp en de mens groeiden 5 miljoen jaar geleden uit elkaar, dacht men Nu is er een groot DNA-onderzoek naar allerlei mensapen gedaan Conclusie: de scheiding was ‘pas’ 3 miljoen jaar terug

Redacteur Wetenschap

De stamboom van de grote mensapen, inclusief de mens, is ingrijpend aangepast, na een uitgebreid DNA-onderzoek van 31 gorilla’s, 25 chimpansees, 13 bonobo’s, 10 orang-oetans en 9 mensen. Vorige week publiceerde het tijdschrift Nature de resultaten van het onderzoek.

Niet eerder is het DNA van zo veel grote mensapen tegelijk en zo compleet in kaart gebracht. Dat het met dezelfde apparatuur en volgens dezelfde procedure gebeurde, maakt een onderlinge vergelijking van de DNA-sequenties veel betrouwbaarder, zegt Tomas Marques-Bonet, coördinator van de studie en hoogleraar genetica aan de Universitat Pompeu Fabra in Barcelona.

Het was al wel duidelijk dat het splitsingsproces tussen mens en chimp een traag proces was, met nog langdurige incidentele genenuitwisseling. Maar bij een onderzoek uit 2006 werd nog berekend dat de splitsing ca. 6,5 miljoen jaar geleden begon en ca. 5 miljoen jaar geleden definitief werd. In de nieuwe berekening begint de splitsing 5,5 miljoen jaar geleden en is ze pas 3 miljoen jaar geleden definitief.

Seksueel contact

Marques-Bonet et al. konden op basis van de overeenkomsten en verschillen in de DNA-sequenties duidelijk achterhalen dat als populaties van prehistorische mensapen zich begonnen te splitsen, de groepen vervolgens nog lang, vaak miljoenen jaren, met elkaar in seksueel contact bleven. Er werd over en weer gepaard, en op die manier bleven de groepen genetisch materiaal uitwisselen. Een definitieve splitsing, zonder uitwisseling van DNA, volgde pas later. De splitsing tussen de orang-oetan en andere mensapen is bijvoorbeeld 12 tot 14 miljoen jaar geleden begonnen. In de nieuwe stamboom is de definitieve splitsing er pas 10 miljoen jaar geleden.

Volledige DNA-sequenties van de meeste grote mensapen waren er eerder al wel, maar dan ging het meestal om het genoom van 1 individu. Dat er nu per soort tientallen individuen zijn onderzocht, levert een veel nauwkeuriger beeld op van de genetische variatie binnen een soort en tussen soorten onderling. Zo blijkt de genetische variatie erg laag bij met name de bonobo’s, de westelijke chimpansee (die voorkomt in Guinee, Ivoorkust, Sierra Leone en Liberia), de oostelijke laaglandgorilla (oostelijk Congo) en de niet-Afrikaanse mens. Bij deze groepen is sprake van relatief veel inteelt.

En zo laat het onderzoek ook zien dat de chimpansee een veel grotere genetische variatie heeft dan de mens. „De paar duizend chimpansees die nu nog leven hebben meer variatie dan de 7 miljard mensen bij elkaar”, zegt Marques-Bonet. Verder blijkt de genetische geschiedenis van de chimpansee veel ingewikkelder dan die van de mens. De vier ondersoorten (de westelijke chimpansee, de oostelijke, de centrale en de Nigeriaans-Kameroense) laten in hun genetische variatie vrij ingewikkelde patronen zien van bevolkingexpansies, bevolkingsafnames en weer nieuwe expansies.

In de nieuwe stamboom gebeurt 1 miljoen jaar geleden trouwens iets opmerkelijks. Zowel de voorouderpopulatie van de orang-oetan, de gorilla als van de chimpansee splitst zich op. De afscheiding tussen bijvoorbeeld de Sumatraanse en de Borneose orang-oetan start dan.

Maar waardoor werd dat proces in gang gezet? Wat gebeurde er 1 miljoen jaar geleden in zowel Oost-Azië, waar de voorouders van de huidige orang-oetan toen leefden, als Afrika, het continent van de gorilla en de chimpansee.

Nieuwe soorten

Tot nu toe keek men vooral naar de periode rond 2 miljoen jaar geleden, toen het klimaat in Afrika droger werd. Populaties pasten zich aan nieuwe omstandigheden (klimaat, voedsel) aan, zochten nieuwe niches. In die tijd ontstaan veel nieuwe soorten, ook het menselijke geslacht Homo. Maar in de nieuwe stamboom is de periode rond 1 miljoen jaar geleden veel spannender. Wat gebeurde er toen? „We hebben het er in ons consortium veel over gehad”, zegt Marques-Bonet. „We konden niks overtuigends vinden. Eerlijk gezegd weten we het gewoon niet.”

Marques-Bonet zegt dat het onderzoek zijn vruchten zal afwerpen voor de bestrijding van illegale dierhandel. De herkomst van gedode of gesmokkelde mensapen is veel preciezer te achterhalen, nu de genetische variatie tot op het niveau van de ondersoorten bekend is. „Rest de vraag wie die controles betaalt.”