Knechtenrol past Robert Gesink beter

Als kopman kon Gesink de verwachtingen niet waarmaken. Nu geniet hij van het knecht zijn. „Ik ben blij dat ik kan helpen. Dit wordt een mooie rol.”

Weinig kopmannen hebben zo’n goede meesterknecht als Bauke Mollema. Zelfs de beste helper van geletruidrager Christopher Froome, de Australiër Richie Porte, kon het gisteren na een heldhaftige zaterdagetappe niet waarmaken en verloor bijna achttien minuten op het peloton met de favorieten. Maar Robert Gesink, voormalig kopman van de Raboploeg, rijdt bij Belkin gewoon mee van voren.

Daar zag het eerder in deze Tour niet naar uit. Op Corsica verloor Gesink acht minuten in een niet al te moeilijke etappe. Maar bij Belkin was toen geen sprake van paniek. Gesink rijdt niet voor het klassement, luidde de verklaring. Bovendien was hij nog niet helemaal hersteld van de Giro in mei, toen hij de strijd moest staken na onderkoeling.

Gisteren bevestigde Gesink, na afloop van de etappe naar Bagnères-de-Bigorre, dat hij „niet top” was bij het begin van deze Tour. „Maar het begint te komen. Ik ben een taaie en heb een sterke motor. Onze werkwijze is altijd goed geweest, maar het moet ook meezitten.”

Zaterdag ging Gesink in de aanval, maar hij werd snel bij gehaald door de Colombiaan Nairo Quintana. Gisteren kon hij kopman Bauke Mollema en de verrassende Laurens ten Dam bijstaan tot aan de finish. Gesink: „Ik ben blij dat ik weer met de besten meerijd. Movistar reed tempo. Er moesten veel mannen af. Ik kon het volgen. Zaterdag ontplofte ik, vandaag was ik beter. Dit geeft me moraal in aanloop naar de Mont Ventoux en de Alpenritten.”

Gesink lijkt verlost van het verwachtingspatroon dat hem jarenlang achtervolgde. Nadat hij in de Tour van 2010 vijfde was geworden in het eindklassement, dachten velen dat Nederland een potentiële Tourwinnaar in huis had. Maar de prestaties vielen tegen en de kritiek groeide. Kon zijn ploeg nog wel verantwoorden dat hij een van Nederlands best betaalde wielrenners is - met een jaarsalaris van bijna een miljoen?

Na het echec in de Giro begon Gesink voor het eerst in zijn leven aan de Tour zonder dat hij de kopman was. Hij verklaarde lachend dat hij bidonnen zou gaan halen voor Mollema. In Bagnères-de-Bigorre prijst hij direct na de finish zijn ploeggenoot Laurens ten Dam voor zijn goede werk. „Jij ook hè”, zegt de voormalige knecht tegen de voormalige kopman. De rollen zijn omgedraaid.

Dat betekent niet dat Gesink deze Tour geen andere ambities meer heeft. „Naast het helpen van mijn ploeggenoten was ritwinst mijn tweede doel, maar dan had ik vandaag meer hulp nodig gehad om de twee koplopers bij te halen. Jammer. Het was een kans.”

Andere kansen ziet Gesink in de lange Alpenritten. „Hoe langer, hoe beter het is voor mij.” Maar dan komt hij terug op zijn belangrijkste rol. „De focus ligt eerst op onze kopmannen. Niemand had verwacht dat Mollema en Ten Dam zo rijden. Ik ben blij dat ik kan helpen. Mijn rol begint mooi te worden voor me.”