Het is gewoon te link. Niet doen dus. Niet aan beginnen

Een van de hoofdrolspelers uit de tijd van het Interregionaal Recherche Team (IRT) Noord-Holland/Utrecht steunt in ieder geval ronduit de plannen van minister Opstelten. Sapman is vóór criminele burgerinfiltratie.

De afgelopen week 70 jaar geworden Sapman is een producent van vruchtensap. In de jaren negentig werden zijn importen van fruit uit Ecuador door de Haarlemse politie gebruikt als cover voor drugsimporten. Via hem probeerden ze zicht te krijgen op de grote drugsboeren.

„Het voornemen om in de schaduw van burgers onderzoek te doen naar criminele groepen is prima. Er moet wel een goed beschermingsprogramma komen voor burgerinfiltranten. Ik verloor destijds vrijwel alle leveranciers en klanten omdat ze mij na alle ophef niet meer vertrouwden”, zegt Sapman, die nog steeds actief is in de sappen.

Het 56-jarige Eerste Kamerlid Thom de Graaf (D66), die van 1994 tot 1996 vicevoorzitter was van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, moet smakelijk lachen om de reactie van Sapman. Zelf is hij een stuk minder enthousiast. „Uit ons onderzoek tijdens de parlementaire enquête bleek dat er ongelooflijk veel risico’s verbonden zijn aan burgerinfiltratie en dat er eigenlijk geen goede procedurele waarborgen te vinden zijn om die gevaren te beperken”, zegt De Graaf.

De waarborgen die minister Opstelten schetst, acht hij onvoldoende. „De kernvraag is: ben je als OM en politie in staat een crimineel echt te sturen die als burgerinfiltrant wordt ingezet? Weet je wel of hij alle informatie geeft? Weet je wel wat hij doet?” Nee, denkt De Graaf. Niet doen dus. „Het is gewoon te link.”

Het argument van Opstelten dat sommige boeven zo onaantastbaar zijn dat deze infiltratie noodzakelijk is om resultaten te boeken, overtuigt De Graaf niet. „Ja, dat zou ik ook hebben gezegd. Maar het is maar zeer de vraag of de georganiseerde criminaliteit ten principale nu opeens zo veel zwaarder is dan twintig jaar geleden. Waren er toen geen liquidaties en geen grote georganiseerde misdaadverbanden? Misschien is de misdaad iets harder geworden, maar ook dat rechtvaardigt geen bijzonder risicovolle opsporingsmethoden. Ik hou aarzelingen, omdat vergaande methodes ernstig de integriteit van de rechtshandhaving aantasten.”

Ook Hans Vrakking is geen voorstander van de plannen van Opstelten. Hij was in 1993 de hoofdofficier van justitie van Amsterdam en besloot tot opheffing van het IRT-politieteam, toen duidelijk werd dat de politie betrokken was bij het importeren van drugs.

,,Het verleden heeft geleerd dat politie- of burgerinfiltranten, ondanks alle begeleiding, steevast vroeg of laat de bocht uitvlogen. Het is natuurlijk ook niet normaal dat een brave burger/politieman, nadat hij gegroeid is in een criminele organisatie waar hij mee heeft gedaan aan het uitvoeren van misdrijven, na verloop van tijd weer met het broodtrommeltje achterop de fiets naar zijn werk gaat. Dus niet aan beginnen.”

Voor de criminele burgerinfiltrant geldt volgens Vrakking hetzelfde. „Bovendien lees ik in de plannen van de minister dat de criminele infiltrant niet in een lang groeiproces mag terechtkomen. Maar hoe moet zo’n infiltrant anders in de top van een organisatie komen? Want in die top zitten is nodig, anders kom je niets van enige importantie te weten. Kortom, ook dit lijkt mij een niet vruchtbaar te volgen weg.”

Het sluiten van deals met kroongetuigen moet wat Vrakking betreft wel kunnen, om grote ingewikkelde criminele organisaties onderuit te halen. „Om dat vruchtbaar te laten werken zal het OM verder moeten kunnen gaan met het doen van toezeggingen dan nu het geval is.” De gepensioneerde hoofdofficier van justitie raadt de Nederlandse misdaadbestrijders wel aan „het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar het oor te luisteren te leggen bij instanties die al langer – en met goede resultaten – met dit bijltje hakken, zoals de anti- maffiabrigade in Italië en de FBI in de VS.’’