Heerser

Christopher Froome kneep met zijn vingers in de gele trui, op een plek waar bij mij een tepel zit. Er waren nog 43 kilometers te rijden in de tweede bergetappe. De Brit zocht contact met zijn ploegleiding via zijn ‘oortje’.

Froome was moederziel alleen in de kopgroep. Zonder ploegmaten om je heen kun je de Tour de France niet winnen. Zegt men. Maar men snapt niets van de Tour. Niemand snapt iets van de Tour. Deze drie weken zijn bedoeld om je te verbazen, om te juichen en te vloeken op onverwachte momenten.

De Tour de France leidt je om de tuin. Niets is wat het lijkt.

Gisteren werd mij bij na de eerste aanvallen op tv uitgelegd dat het team Sky zich niet druk zou maken. Froome en zijn ploeg wisten dat ze door constant tempo te blijven rijden aan het einde iedereen weer zouden inlopen. Dat had het Sky-lab allemaal van tevoren berekend.

Het klonk overtuigend, als een helder sommetje. Maar tijdens de koninginnenrit door de Pyreneeën kon het zakcalculatortje opzij worden geschoven. De ploegmaten van Froome moesten al vroeg lossen. De berekeningen klopten niet.

De zekerheden van Sky zijn betrekkelijk.

Ik zeg het eerlijk, ik weet nog niet goed wat ik van Froome moet vinden. Van zijn stijl moet hij het niet hebben. Hij zit als een recreant op zijn fiets. Hij rijdt met een te rechte rug, de armen zijn vaak gestrekt, hij zweet overmatig en het voorwiel zwabbert.

Het hoge beentempo van Froome is opvallend. Zijn voeten gaan nog sneller rond dan die van Robert Gesink in zijn beste jaren. Trapfrequentie, zo heet dat tegenwoordig. Een raar woord dat eigenlijk niet past bij de soepele fietsbeweging.

Froome fietst niet. Hij maalt, als een machine. Zo vergruis je graniet. Maar goed, hij rijdt erg hard.

Gistermiddag steeg mijn waardering voor Froome. Het was indrukwekkend om te zien hoe hij de aanvallen van zijn belagers persoonlijk elimineerde. Hij doorstond de Spaanse samenzwering van Contador en Valverde met glans.

Weet je wat het is met Froome? Ik ben bang voor alleenheersers. Dat komt allemaal door Miguel Indurain. In zijn beste jaren was ik vaak in de Tour de France. Na een week wist iedereen dat hij ging winnen. Aldus geschiedde. Indurain reed het geel vijf keer naar Parijs. Het was zo saai.

Het peloton bewees gisteren dat het zich nog niet heeft neergelegd bij de buitengewone krachten van Froome. De etappe was hels. Verslaggevers spraken van oorlog. Ik zag het verzet, ook van de Nederlanders. Bauke Mollema, Laurens ten Dam en Wout Poels aan het front. Als kijker waande je je bij het horen van die namen in een regiokoers in Limburg.

Nadat Froome gisteren doodmoe over de finish was gekomen, zei hij over zijn Skyteam dat hij de hele dag had moeten missen: „Mijn ploegmaten zijn ook maar mensen.”

Voordat hij op het podium klom, piste hij zijn gespannen blaas leeg bij de dopingcontrole. Hij had tijdens de hectische dag geen tijd gehad te stoppen voor een plasje.

Gelukkig, niets menselijks is de nieuwe heerser vreemd.