‘Grote risico’s bij inzetten infiltranten’

Het voorstel van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) criminele burgerinfiltranten in te zetten voor de aanpak van georganiseerde misdaad „levert te grote risico’s op voor de integriteit van de rechtshandhaving”.

Dit zegt senator Thom de Graaf (D66) in een gesprek met deze krant. Hij was van 1994 tot 1996 vicevoorzitter van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. In die enquête werd de crisis in de opsporing onderzocht omdat was gebleken dat het zogeheten IRT-politieteam met criminele burgerinfiltranten vele duizenden kilo’s drugs op de markt had gebracht.

De plannen van Opstelten zijn „gewoon te link”, zegt De Graaf. „Uit ons onderzoek bleek dat er ongelooflijk veel risico’s verbonden zijn aan burgerinfiltratie en dat er eigenlijk geen goede procedurele waarborgen te vinden zijn om die gevaren te beperken.” De garanties die Opstelten schetst, acht hij onvoldoende. „De kernvraag is: ben je als OM en politie in staat een crimineel echt te sturen die als burgerinfiltrant wordt ingezet? Weet je wel of hij alle informatie geeft? Weet je wel wat hij doet?” Nee, denkt De Graaf. Niet doen dus.

Ook Hans Vrakking is geen voorstander van de plannen van Opstelten. Hij was in 1993 de hoofdofficier van justitie van Amsterdam en besloot wegens de uit de hand gelopen infiltratie tot opheffing van het IRT-politieteam. „Het verleden heeft geleerd dat politie of burgerinfiltranten, ondanks alle begeleiding, steevast vroeg of laat uit de bocht vlogen. Het is natuurlijk ook niet normaal dat een brave burger/politieman na gegroeid te zijn in een criminele organisatie waar hij mee heeft gedaan aan het uitvoeren van misdrijven na verloop van tijd weer met het broodtrommeltje achterop naar zijn werk fietst en achter zijn bureau gaat zitten. Dus niet aan beginnen.’’

Criminoloog Cyrille Fijnaut deed eerder onderzoek naar de IRT-affaire. Hij is blij met het „genuanceerde” voorstel. „De rechtsstaat heeft groot belang bij een doeltreffende en integere inzet van criminele getuigen tegen gesloten en gewelddadige vormen van zware criminaliteit.” Hij vraagt zich wel af „of het voorstel van de minister ver genoeg gaat en met name of het OM zowel de ruimte krijgt om te onderhandelen over de strafeis, als over de inhoud van de tenlastelegging”.

De kans dat de plannen van Opstelten door de Tweede Kamer worden aangenomen is aanzienlijk. Regeringspartijen VVD en PvdA zijn in ieder geval voor. „Onder strikte voorwaarden steunen wij de grote lijnen’”, zegt Tweede Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA).

Ook zijn collega Ard van der Steur (VVD) is enthousiast. „Ik vind alleen de term criminele burgerinfiltratie ongelukkig gekozen’’, zegt hij. Van der Steur spreekt liever van ‘exfiltratie’. „Spijtoptanten in het criminele milieu moeten in ruil voor informatie kunnen worden uitgekocht.’’ In de Eerste Kamer heeft Opstelten nog wel steun nodig van één of meerdere oppositiepartijen.