Grijs imago

Britse euforie op Wimbledon, „we are in a different stratosphere” glunderde BBC-presentatrice Sue Barker, maar om een aantal redenen bleef het in mijn Nederlandse huiskamer verdacht rustig. We gunden het Andy Murray, maar daar bleef het dan ook bij.

Hadden we iets tegen hem? Dat was te veel gezegd, maar het was duidelijk dat er van grote liefde geen sprake was. Niet zoals voor Federer en Nadal en vroeger Agassi en Krajicek en zelfs Borg, die net als Andy toch ook nooit het zonnetje in huis was.

Maar Andy, zijn fanatieke moeder, zijn vriendin Kim en de rest van de entourage leken van vreugdeloosheid wel hun handelsmerk gemaakt te hebben. Altijd die verbeten koppies en gebalde vuistjes, de hysterie bij de overwinning en de bittere tranen na verlies – het ging ook op je eigen zenuwen werken als je er te veel lette. Leefden die mensen ook nog wel eens voor iets anders dan voor tennis?

Het werd er niet beter op toen Ivan Lendl de persoonlijke coach werd van Andy. Lendl kun je roosteren op een houtskoolgrill, je mag hem ook onderdompelen in de Noordelijke IJszee of gewoon op ouderwetse wijze laten vierendelen – op zijn gezicht zal geen enkele emotie zichtbaar zijn, sterker nog, hij doet er zijn eeuwige zonnebril niet voor af. Zo was hij al toen hij zelf nog een aardige bal sloeg. Hij werd een robot genoemd, de saaiste kampioen die het tennis ooit gehad heeft. Toen Andy hem gisteren op de tribune omhelsde, was het net of hij in een lantaarnpaal probeerde te klimmen. Lendl gaf niet méé, daarvoor geneerde hij zich te veel.

Andy had voor zijn doen zoveel affectie in deze omhelzing gelegd dat hij daarna vergat zijn moeder dezelfde eer te geven. Omstanders moesten hem op haar attenderen. Of probeerde hij te vluchten omdat hij van haar een reprimande kon verwachten over die drie gemiste matchpoints?

In het grimmige kamp van Andy is een gemist matchpoint het equivalent van een doodzonde.

Andy deed op dit Wimbledon een mislukte poging om zijn grijze imago op te fleuren met enige frivoliteit. Hij daagde Serena Williams uit voor een duel in Las Vegas. Was dát lachen. Wat wilde hij ermee zeggen? Dat mannen beter kunnen tennissen dan vrouwen? Dat wisten we toch al? Mannen konden toch altijd al harder lopen en, dat vooral, harder slaan?

De Britten vonden het gisteren uiteraard een geweldige finale, maar dat was het voor de objectieve buitenstaander beslist niet. Om de simpele reden dat Novak Djokovic nogal tegenviel. Wat was er met hem aan de hand? Hij was wisselvallig, sloeg reeksen erbarmelijke dropshots en stortte op den duur bijna in. Van de dynamische, nooit wanhopende Djokovic was weinig meer over. De BBC-commentatoren hoorde je daar niet over. Het zou de glans van Andy’s zege kunnen wegnemen.

Mijn overtuiging is dat Djokovic deze finale al op vrijdag verloor. Toen speelde hij een halve finale tegen Martin del Potro die voor elke tennisliefhebber onvergetelijk zal blijven. „Een van de beste partijen die ik ooit gezien heb”, zeiden kenners als Boris Becker na afloop. In langdurige rally’s op het scherp van de snede joegen de spelers elkaar op naar een verbluffend hoog niveau. Het duurde 4,5 uur en er was geen minuut vervelend.

Het was veruit de beste match van dit Wimbledon. Djokovic moet na afloop hebben beseft dat hij nooit meer beter kon spelen dan toen. Het maakte hem in de finale tot een te melancholieke speler.