Druk van schouders, vloek opgeheven

Na 77 jaar is de Britse vloek opgeheven. De Schot Andy Murray won Wimbledon. „Het was heel stressvol.”

Murray, omhelsd door Djokovic: „Ik hoop dat het makkelijker wordt nu. Dat hoop ik echt.” Foto Reuters

Met een handdoek vol ijs om zijn nek, en de last van 77 jaar Britse frustratie op zijn schouders, nam Andy Murray zijn tijd in afwachting van de servicegame van zijn leven. Hij rolde met zijn hoofd over zijn schouders, nam slokken uit zijn fles en dacht – zo zou hij later zeggen – alleen maar aan waar hij de eerste opslag zou plaatsen. Niet aan de Wimbledontitel, niet aan Fred Perry, niet die decennia zonder Britse man als winnaar of 15.000 hunkerende Britten op centercourt, duizenden op Murray Mountain voor een scherm op Wimbledon Park en nog eens miljoenen voor de tv.

Spelen, wenkte de umpire, want Novak Djokovic stond al klaar. Zijn tegenstander gistermiddag, al rivaal en vriend tegelijk sinds de supertalenten elkaar op hun elfde voor het eerst tegenkwamen, was eigenlijk al verslagen – hij moest zich alleen nog overgeven. En dat ging niet van harte: 40-0 voor Murray via vier keer deuce toch in het nadeel van de Serviër. „Een marteling om te zien ”, zei BBC-presentator Sue Barker toen ze de winnaar na de finale opving op centercourt. Murray: „Stel je voor dat jij die laatste game moet spelen.”

Een historisch prestatie gaat niet zonder drama, en daarom was het maar goed dat die laatste game zo lang duurde. Op papier lijkt het een soepele affaire en dat zal het ook lijken voor generaties die over, zeg, 77 jaar de setstanden van de Wimbledonfinale 2013 er nog eens bijpakken. De Britse vloek werd in drie sets opgeheven: 6-4, 7-5 en 6-4.

Dus ja, Fred Perry heeft een opvolger. Hij won in 1936 als laatste Brit aan Church Road en je voelt hoe lang dat geleden is tijdens een tour door het Wimbledon Lawn Tennis Museum. Lange broeken, linnen shirts, houten rackets, witte ballen van speelgoedfabrikant F.H. Ayres. Bij het serveren moest één voet aan de grond blijven – de regels van toen.

„Al die jonge mensen wisten dat er een oorlog dreigde en iedereen vierde feest alsof het ons laatste jaar op aarde was”, sprak de vermaarde Britse tennischroniqueur Laurie Pignon. Dat ging over de editie van 1938 met Bunny Austin, decennialang de laatste Brit in een Wimbledonfinale. Voor zover bekend bij de All England Lawn Tennis Club leeft er niemand meer die Perry heeft zien winnen. En Pignon stierf april vorig jaar, twee maanden voor opnieuw een Brit – Andy Murray – de finale haalde.

Toen, in 2012 met Roger Federer als tegenstander, kwam het nog te vroeg voor de Britse hoop in bange tennisdagen. Hij had net in een half jaar met coach Ivan Lendl een goede verstandhouding opgebouwd en het succes, het échte succes van een grandslamtitel, kwam steeds dichterbij. Murray liet zijn tranen vloeien op centercourt toen hij in vier sets van de Zwitser verloor. Daarna kwam de doorbraak: goud op de Spelen, op het gras van Wimbledon, en zijn eerste grandslamtitel op de US Open.

Murray zei vooraf dat hij misschien nooit Wimbledon zou winnen. Hij moet wel aan verwachtingsmanagement doen, want als het om sport gaat staat de Britse hysterie op eenzame hoogte. Murray kon daar eindelijk een boekje over open doen. „Het is zwaar geweest en de laatste vier, vijf jaar waren heel stressvol. Zeker die paar dagen voor het toernooi zijn heel moeilijk. Omdat het toernooi zo groots is, maar ook vanwege de geschiedenis en het feit dat er al zo lang geen Brit hier had gewonnen.”

De fans werden alleen in de slotgame door de wringer gehaald. Op momenten hadden enkelen het moeilijk – zoals in de eerste set, met twee dubbele fouten achtereen van Murray, net nadat de Schot op een break voorsprong was gekomen. „Oh dearest”, zei een vrouw achter de perstribune. „De druk is hem weer teveel.”

Maar Djokovic was gisteren niet Djokovic, de nummer één van de wereld die geen kans onbenut laat een opponent af te matten. En Murray is allang niet meer de Murray die onder druk bezwijkt, of het fysiek niet aan kan. Slopende sessies in de hitte van Miami, zijn uitvalsbasis, maakten van hem een superatleet. Al bekende hij de dertig graden in Londen „gruwelijk” te hebben gevonden.

Gaandeweg hanteerde Djokovic meer dropshots. Murray was er met zijn snelheid steeds op tijd bij, maar miste dan net de touch om te profiteren. Tot hij ineens besloot de bal niet meer subtiel weg te leggen en bij het zoveelste plaagstootje de bal gewoon door de Serviër heen te slaan. Het stond toen 4-2 voor Djokovic in de derde set en de ‘Man van Staal’ zou geen game meer pakken.

De laatste game bevatte de „zwaarste punten uit mijn carrière”, zei Murray tegen journalisten, van wie een groot deel applaudisseerde toen hij de zaal binnenliep. De druk is van zijn schouders, de vloek is opgeheven en Fred Perry is voortaan meer kledingmerk dan obsessie. Murray: „Ik hoop dat het makkelijker wordt nu. Dat hoop ik echt.”