Coup in Egypte doet oude dilemma’s herleven

Een coup is slecht en democratie is goed. Maar gaat het om Egypte, dan blijft het ‘c’-woord uit, schrijft Gideon Rachman.

Illustratie Riber Hansson

Als het eruit ziet als een militaire coup en het effect heeft van een coup – dan is het waarschijnlijk ook een militaire coup. Maar gaat het over Egypte, dan vermijdt president Barack Obama het ‘c’-woord. Niet omdat hij moeite heeft te begrijpen wat er aan de hand is. Wel omdat hij, zodra de Verenigde Staten zeggen dat de Egyptische regering omver is geworpen door een coup, wettelijk verplicht is de hulp aan Egypte te staken.

Achter de vraag of we dit een coup moeten noemen, gaat een diepere westerse verwarring schuil. Westerse regeringen houden ervan de zaken in te delen in heldere morele categorieën: vrijheidsstrijders versus dictators, democraten versus autocraten, goed versus slecht. Het zorgt ervoor dat het buitenlands beleid makkelijker te begrijpen is en dat het makkelijker uit te leggen is aan het eigen volk.

In dit eenvoudige morele universum is een militaire coup ontegenzeggelijk ‘slecht’ – en een gekozen president ‘goed’. Maar vele Amerikanen en Europeanen geven de voorkeur aan de betogers op het Tahrir-plein boven de Moslimbroederschap. De seculiere liberalen in Egypte, ze voeren de boventoon op het plein, dragen westers klinkende waarden als het respecteren van minderheidsrechten uit. De Moslimbroederschap daarentegen, is uit op een grondwet die is geïnspireerd door de sharia.

Toch heeft de Moslimbroederschap de presidentsverkiezingen gewonnen. Ook is zij de grootste partij in het parlement, waar de op één na grootste partij overigens niet wordt gevormd door de liberalen maar door de salafisten. Die er een nóg fundamentalistischer benadering van de islam op na houden.

De westerse, morele verwarring over Egypte zie je ook elders in het Midden-Oosten terug. Syrië leek aanvankelijk een eenvoudige zaak: een volksopstand tegen een dictatuur. Dus reageerde het Westen door zich achter de rebellen op te stellen en op te roepen tot het afzetten van president Bashar al-Assad.

Dat is nog steeds het officiële beleid, maar er is sprake van toenemend ongemak over de aard van de oppositie. Democratische vrijheidsstrijders horen toch niet de harten van hun tegenstanders op te eten in filmpjes op YouTube? Het is allemaal wel heel verbijsterend.

Sommige westerse commentatoren opperen het idee dat democratie misschien toch niet zo geschikt is voor Egypte. Maar geen westerse regering kan dat in het openbaar zeggen. Van Afghanistan tot Egypte blijft het Westen aandringen op verkiezingen en democratische regeringen. We kunnen ons domweg geen betere optie voorstellen.

Maar tegen de achtergrond van de gebeurtenissen in Egypte bekruipt je het ongemakkelijke gevoel dat het Westen terugkeert naar de morele chaos van de Koude Oorlog. Destijds sloten de Amerikanen en hun bondgenoten deals met militaire regimes, want die leken beter dan het alternatief.

We dachten dat de ondergang van de Sovjet-Unie ons had bevrijd van zulke nare keuzes. De gebeurtenissen in Egypte leren ons echter dat complexiteit, verwarring en morele compromissen helaas niet kunnen worden vermeden in de internationale betrekkingen.

Gideon Rachman is columnist. © The Financial Times Limited 2013