Bijzonder schilderij keert terug

Met enthousiasme maakte directeur Pijbes donderdag bekend dat het Rijksmuseum het unieke schilderij De ontdekking van Amerika (1550) van de Haarlemmer Jan Mostaert heeft verworven. Het is in meer opzichten bijzonder. Werk van Mostaert is nauwelijks bewaard gebleven. En uitgerekend dit werk wordt beschreven in het Schilder-boeck (1604) van Karel van Mander: „Een Lantschap, wesende een West-Indien, met veel naecht volck, met een bootsighe Clip en vreemdt gebouw van huysen en hutten.” Daarnaast heeft het uniek historisch belang: het verbeeldt de ideeën in de lage landen over het pas een halve eeuw eerder ontdekte Amerika.

De vraagprijs voor het schilderij, dat op de Tefaf te koop werd aangeboden, was hoog. Wat het Rijksmuseum, bijgesprongen door bijvoorbeeld het Mondriaanfonds, daadwerkelijk heeft betaald, wordt geheimgehouden. Maar er is voor gebloed, zoveel is duidelijk. Niettemin ziet de verkoper, mevrouw Von Saher, de transactie als een gedeeltelijke schenking aan Nederland.

Door het schilderij op zaal te voorzien van een eervolle vermelding van haar schoonvader, Jacques Goudstikker, verbindt het Rijksmuseum het schilderij nadrukkelijk met het drama van de Nederlands-joodse kunsthandelaar Goudstikker (1897-1940). Hij verongelukte op de vlucht voor de nazi’s. Intussen werd in Amsterdam zijn handelsvoorraad gedwongen aan de nazi’s verkocht. Na de oorlog werden de schilderijen die terugkwamen geïncorporeerd in de Collectie Nederland en belandden in de musea.

Het protest van de weduwe van Goudstikker veranderde daar niets aan. Haar Amerikaanse schoondochter Marei von Saher probeerde het opnieuw en uiteindelijk retourneerde Nederland in 2006 een flink aantal werken. Een belangrijk item was Mostaerts De ontdekking van Amerika, dat in het Haarlemse Frans Halsmuseum hing.

Dat werk is nu gelukkig terug in Nederlands bezit en toegankelijk voor het publiek. Minstens zo verheugend is dat het nu wel op fatsoenlijke manier werd verworven, wat eerder gebeurde met een aantal andere werken. Zo kocht het Dordrechts Museum ‘zijn’ Jan van Goijen terug, het Utrechtse Centraal Museum ‘zijn’ Laatste Avondmaal en verwierf het Haagse museum Bredius ‘zijn’ andere helft van een in tweeën gesneden en weer hersteld doek van Jan Steen.

De aankoop van de Mostaert is slechts een hoofdstuk in het herstel van eerst het inlijven van de werken en vervolgens de tamelijk gevoelloze schikking met de weduwe, die zich in een hoek gedrukt voelde met een offer she couldn’t refuse.

Laat de Mostaert niet de laatste zijn. Er ontbreekt nog van alles dat hier wordt gemist in de musea.